DEEL 5 — De naam van mijn overleden man verscheen in het ziekenhuisdossier
Ik staarde naar het scherm.
Dr. Michael Morgan.
Die naam kon daar niet staan.
Niet in het ziekenhuis.
Niet in Sophies dossier.
En al helemaal niet vandaag.
Mijn eerste echtgenoot was volgens de officiële documenten tien jaar geleden overleden.
Toch had iemand zojuist met zijn naam Sophies MRI-scan geannuleerd.
“Dit kan een vervalst account zijn,” zei Daniel.
Dr. Ortiz knikte langzaam.
“Dat is mogelijk.”
Maar Laura schudde haar hoofd.
“Niet als zijn toegangsrechten nog steeds actief zijn.”
Iedereen keek naar haar.
“Wat bedoel je?”
Laura wees naar het scherm.
“Project Orpheus gebruikte een speciaal medisch registratiesysteem. Alleen mensen met een bepaalde autorisatie konden patiëntgegevens aanpassen.”
“En Michael had die autorisatie?”
“Michael heeft het systeem mede ontworpen.”
Een koude rilling liep over mijn armen.
“Dus iemand gebruikt zijn identiteit.”
“Of…”
Laura zweeg.
“Of wat?”
Ze keek me aan.
“Of Michael leeft.”
De woorden raakten me harder dan ik wilde toegeven.
“Nee.”
“Je weet dat niet.”
“Ik heb zijn overlijdensakte gezien.”
“Een overlijdensakte bewijst niet altijd dat de persoon die erbij hoort daadwerkelijk is overleden.”
Eric keek Laura scherp aan.
“Je hebt hem dus nooit dood gezien?”
“Nee.”
Ik keek naar Eric.
“Maar jij zei dat je hem na zijn ongeluk had gezien.”
Eric knikte.
“Ja.”
“Wanneer?”
“Vier maanden nadat jij dacht dat hij was overleden.”
Mijn hart bonsde.
“Waarom heb je me dat nooit verteld?”
“Omdat hij me vroeg dat niet te doen.”
“Waarom?”
Eric keek naar Sophie.
“Omdat hij zei dat jij en het kind gevaar zouden lopen.”
Ik voelde mijn keel dichtknijpen.
“Welk kind?”
Eric antwoordde niet.
Laura keek naar hem.
“Je wist toen al van Sophie?”
“Niet precies.”
“Wat wist je?”
Eric zuchtte.
“Ik wist dat Michael iets met een baby had gedaan.”
Ik voelde mijn wereld draaien.
“Wat?”
“Hij vroeg me op een avond om een pakket naar een adres buiten de stad te brengen.”
“Wat zat erin?”
“Een harde schijf.”
“En?”
“Ik heb die nooit geopend.”
Laura fronste.
“Waar is die nu?”
Eric keek naar de grond.
“Bij mij thuis.”
Ik keek hem ongelovig aan.
“Je hebt al die jaren een harde schijf bewaard zonder te weten wat erop stond?”
“Ik was bang.”
“Waarvoor?”
“Voor Michael.”
Op dat moment kwam er beweging op de gang.
De politieagent die buiten stond, klopte op de deur.
“Mevrouw Morgan, we moeten met u praten.”
Ik wilde antwoorden, maar Laura greep mijn arm.
“Niet hier.”
“Waarom?”
“Omdat iemand binnen het ziekenhuis toegang heeft tot dit dossier.”
De agent hoorde haar.
“Wat zegt u?”
Laura draaide zich naar hem om.
“De MRI van het kind is zojuist geannuleerd door iemand die officieel overleden is.”
De agent verstijfde.
“Wie?”
“Michael Morgan.”
Hij keek onmiddellijk naar zijn collega.
“Controleer alle toegangslogs.”
De tweede agent pakte zijn telefoon.
Enkele seconden later keek hij op.
“Agent…”
“Wat?”
“Er is iets vreemds.”
Hij liet het scherm zien.
“Het account van Dr. Morgan is niet alleen vandaag gebruikt.”
Mijn hart zonk.
“Wanneer dan?”
“Drie weken geleden.”
“Waarvoor?”
Hij scrolde.
“Voor het openen van het medische dossier van Sophie Morgan.”
Mijn adem stokte.
Drie weken geleden.
Toen waren haar hoofdpijnen net begonnen.
Toen had niemand nog aan iets ernstigs gedacht.
Toen had iemand haar dossier al bekeken.
“Wie heeft het account gebruikt?” vroeg Daniel.
De agent schudde zijn hoofd.
“De login kwam van binnen het ziekenhuis.”
Laura fluisterde:
“Dan is hij hier.”
Iedereen werd stil.
“Wat?”
“Als de login fysiek vanuit dit gebouw kwam, betekent dat dat iemand met Michaels toegangsgegevens hier is geweest.”
De agent trok zijn wapen niet, maar zijn houding veranderde onmiddellijk.
“Niemand verlaat deze afdeling.”
Hij gaf zijn collega opdracht de gangen te controleren.
Ik trok Sophie dichter tegen me aan.
Ze fluisterde:
“Mama…”
“Ja?”
“Die man…”
“Welke man?”
“Die ik vorige week zag.”
Mijn hart stopte.
“Welke man?”
Ze keek naar de deur.
“Bij school.”
Ik voelde mijn vingers verstijven.
“Wat bedoel je?”
“Hij stond bij de auto.”
“Wat deed hij?”
“Ik weet het niet.”
“Heb je hem eerder gezien?”
Sophie knikte.
“Een paar keer.”
Ik kon nauwelijks ademhalen.
“Waarom heb je me dat nooit verteld?”
“Omdat hij zei dat hij papa kende.”
Mijn ogen schoten naar Daniel.
Daarna naar Eric.
“Welke papa?”
Sophie keek naar Eric.
“Hij zei dat hij mijn echte papa was.”
Eric werd lijkbleek.
“Ik heb die man nooit ontmoet.”
“Hoe zag hij eruit?” vroeg de politieagent.
Sophie dacht na.
“Lang.”
“Haarkleur?”
“Donker.”
“Littekens?”
Ze knikte.
“Hier.”
Ze wees naar haar rechterwenkbrauw.
Laura liet plotseling haar map vallen.
“Wat?”
Iedereen keek naar haar.
Ze staarde naar Sophie.
“Een litteken boven zijn rechterwenkbrauw?”
Sophie knikte.
Laura fluisterde:
“Michael.”
Ik voelde mijn benen bijna bezwijken.
“Hoe weet je dat?”
Laura keek me aan.
“Omdat ik dat litteken zelf heb veroorzaakt.”
De kamer werd doodstil.
“Wanneer?”
“Tien jaar geleden.”
“Tijdens wat?”
Laura slikte.
“De nacht dat hij het laboratorium binnenviel.”
Eric kwam dichterbij.
“Wat deed hij daar?”
Laura keek naar Sophie.
“Hij probeerde een baby mee te nemen.”
Mijn hart sloeg over.
“Welke baby?”
Laura's ogen vulden zich met tranen.
“Subject M.”
Ik keek naar Sophie.
“Nee…”
“Ja.”
“Maar ik was degene die haar kreeg.”
Laura schudde haar hoofd.
“Je kreeg haar in het ziekenhuis.”
Ze wees naar de oude foto.
“Maar volgens onze gegevens was Sophie al vóór die nacht in het laboratorium.”
Ik kon niet meer praten.
Toen klonk er plotseling een harde klap op de gang.
Iedereen draaide zich om.
De lichten knipperden.
Een seconde later viel de hele afdeling in het donker.
Sophie greep mijn hand.
“Mama…”
Er klonk een voetstap buiten de deur.
Nog één.
Toen een mannenstem.
Rustig.
Bijna vriendelijk.
“Je had haar nooit naar het ziekenhuis moeten brengen.”
Ik herkende die stem.
Niet omdat ik hem vandaag had gehoord.
Maar omdat ik hem tien jaar lang in mijn dromen had gehoord.
Ik fluisterde:
“Michael…?”
De deurklink begon langzaam naar beneden te bewegen. :::






