PART 4
Elise trok me dieper de donkere steeg in.
“Niet praten,” fluisterde ze.
Ik hoorde voetstappen achter ons.
Snel.
Zwaar.
Ik keek over mijn schouder.
De man die uit de zwarte auto was gestapt, liep de steeg in.
Ik herkende hem meteen.
Victors advocaat.
Maar waarom?
Waarom zou hij ons achtervolgen?
Elise duwde me achter een oude muur.
“Wie is hij?” fluisterde ik.
“Niet alleen Victors advocaat.”
“Wat bedoel je?”
Ze keek me aan.
“Hij werkte ook voor mijn vader.”
Ik voelde mijn hart sneller slaan.
“Je vader?”
Ze knikte.
“Twintig jaar geleden.”
De voetstappen kwamen dichterbij.
Elise pakte mijn hand.
“Kom.”
We liepen door een smalle doorgang en kwamen uit op een andere straat.
Mijn advocaat stond verderop naast zijn auto.
Toen hij mij zag, rende hij naar ons toe.
“Waar was je?”
“Geen tijd.”
Ik wees naar Elise.
“Dit is zij.”
Hij keek haar verbaasd aan.
“De vrouw van de foto?”
Elise knikte.
“Mijn naam is Elise.”
Mijn advocaat keek om zich heen.
“Dan moeten we hier weg.”
We stapten in de auto.
Pas toen we een paar straten verder waren, durfde ik weer adem te halen.
Elise zat naast me.
Ze keek uit het raam.
“Diane is meegenomen.”
“Ik weet het.”
“Maar ze leeft.”
Ik draaide me naar haar toe.
“Hoe weet je dat?”
“Omdat degene die haar heeft meegenomen haar levend nodig heeft.”
“Waarom?”
Elise zweeg.
Toen haalde ze diep adem.
“Omdat mijn moeder nog leeft.”
Ik verstijfde.
“Je moeder?”
“Mijn vader vertelde iedereen dat mijn moeder dood was.”
“Maar dat klopt niet?”
“Nee.”
Elise keek naar haar handen.
“Mijn moeder werd twintig jaar geleden opgesloten in een psychiatrische inrichting.”
Mijn advocaat keek naar haar via de achteruitkijkspiegel.
“Waarom?”
“Omdat mijn vader haar krankzinnig wilde laten verklaren.”
Ik voelde een rilling over mijn rug.
“Waarom zou hij dat doen?”
Elise keek me aan.
“Omdat ze iets wist.”
“Wat?”
“Dat mijn vader geld verduisterde.”
Ik dacht aan de documenten die ik in de kluis had gevonden.
De geheime rekeningen.
De maandelijkse betalingen.
De verborgen bezittingen.
“Hoeveel geld?”
“Miljoenen.”
Mijn advocaat keek ernstig.
“Waar kwam dat geld vandaan?”
Elise antwoordde:
“Van mensen die hem vertrouwden.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“En Victor?”
Ze keek me recht aan.
“Victor wist er niets van.”
Ik haalde opgelucht adem.
Maar toen zei ze:
“Tenminste… niet toen hij jong was.”
Ik fronste.
“Wat bedoel je?”
Elise keek naar buiten.
“Je man ontdekte de waarheid drie jaar geleden.”
Mijn hart zakte.
“Drie jaar geleden?”
Ze knikte.
“Hij vond een oude rekening.”
“En toen?”
“Toen begon hij zijn vader na te doen.”
Ik begreep het niet.
“Wat bedoel je?”
Elise keek me aan.
“Victor begon geld weg te sluizen.”
“Dat wist ik.”
“Maar je weet niet waarom.”
Ik zweeg.
Elise ging verder.
“Hij wist dat zijn vader ooit zou worden ontmaskerd.”
“Dus hij wilde zichzelf veiligstellen.”
“Precies.”
Ik dacht aan alle keren dat Victor tegen mij had gezegd dat hij voor onze toekomst spaarde.
Dat hij voorzichtig moest zijn.
Dat we ooit een groter huis zouden kopen.
Dat we financieel moesten investeren.
Ik had hem geloofd.
Maar hij had ondertussen ons geld verborgen.
“Waarom heeft hij Elise dan verborgen?” vroeg ik.
Ze keek me aan.
“Omdat hij wist dat ik terug zou komen.”
“Terugkomen?”
“Om mijn vader te ontmaskeren.”
Ik voelde een koude rilling.
“Maar je vader is dood.”
“Dat zegt iedereen.”
Ik keek haar aan.
“Wat bedoel je?”
Elise boog zich naar voren.
“Mijn vader leeft.”
De auto werd stil.
Zelfs mijn advocaat zei niets.
“Dat kan niet.”
Elise schudde haar hoofd.
“Zijn dood was in scène gezet.”
Ik keek naar haar alsof ze een vreemde taal sprak.
“Waarom?”
“Omdat de politie hem zocht.”
“Voor die fraude?”
“Niet alleen daarvoor.”
Ze haalde een klein zwart doosje uit haar tas.
“Hierin staat alles.”
Mijn advocaat keek ernaar.
“Wat is dat?”
“Een oude opname.”
“Van wie?”
“Mijn vader.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Wat zegt hij?”
Elise keek me aan.
“Hij noemt Victor.”
Mijn adem stokte.
“Wat zegt hij over hem?”
Ze aarzelde.
“Dat Victor niet zijn enige zoon is.”
Ik dacht aan de foto.
Aan Elise.
Aan Diane.
Aan de mysterieuze betalingen.
Alles leek steeds ingewikkelder te worden.
“Wie is dan de andere zoon?”
Elise keek me recht aan.
“Dat is precies het probleem.”
“Waarom?”
“Omdat die andere zoon nog steeds leeft.”
Mijn advocaat remde plotseling.
Een zwarte auto stond midden op de weg.
“Verdomme.”
Hij draaide het stuur.
Maar achter ons verscheen een tweede auto.
We zaten vast.
Elise pakte mijn arm.
“Stap uit.”
“Wat?”
“Nu!”
We sprongen uit de auto.
Mijn advocaat rende een andere kant op.
Ik volgde Elise een gebouw binnen.
We renden een trap op.
De voetstappen kwamen achter ons.
Toen bereikten we een deur.
Elise haalde een sleutel tevoorschijn.
We gingen naar binnen.
Ze deed de deur op slot.
Ik keek om me heen.
Een oude kamer.
Een bed.
Een tafel.
En aan de muur hingen tientallen foto's.
Ik liep langzaam naar voren.
Op bijna iedere foto stond dezelfde man.
Een oudere man.
Grijs haar.
Koude ogen.
En op één foto stond hij naast een veel jongere Victor.
Ik pakte de foto.
“Wanneer is deze genomen?”
Elise antwoordde:
“Drie jaar geleden.”
Ik keek naar Victor op de foto.
Hij droeg een donkere jas.
Naast hem stond de man die dood zou zijn.
Zijn vader.
Maar dat was niet het ergste.
Op de achterkant van de foto stond één zin:
“Victor weet wie ik ben. En binnenkort zal zijn vrouw het ook weten.”
Ik keek naar Elise.
“Waarom ik?”
Ze antwoordde:
“Omdat jij de enige persoon bent die hij nooit heeft kunnen controleren.”
Ik voelde mijn ogen branden.
“Maar ik ben alleen zijn vrouw.”
Elise schudde haar hoofd.
“Nee.”
Ze keek naar de map die ik nog steeds bij me droeg.
“Je bent veel belangrijker dan dat.”
Ik opende de map.
Tussen de eigendomspapieren zat een document dat ik eerder niet had gezien.
Mijn naam stond erop.
Maar onder mijn naam stond nog een tweede naam.
De naam van Victors vader.
Ik keek Elise geschokt aan.
“Wat is dit?”
Ze antwoordde zacht:
“Dat…”
Ze stopte.
Buiten klonk een harde klap tegen de deur.
Elise werd bleek.
“Ze hebben ons gevonden.”
Ik hield het document stevig vast.
“Wat betekent mijn naam op dit papier?”
Elise keek me recht aan.
“Dat jij nooit toevallig in Victors leven bent gekomen.”
De deur begon te bewegen.
Iemand probeerde hem open te breken.
Elise fluisterde:
“Je vader heeft je aan Victor gekoppeld.”
Ik verstijfde.
“Mijn vader?”
Ze knikte.
“En als je wilt weten waarom…”
De deur barstte open.
Elise greep mijn hand.
“…dan moet je eerst ontdekken wie jouw vader werkelijk was.”






