DEEL 8 — HET TESTAMENT DAT ALLES VERANDERDE
“Thomas?”
Ik herhaalde zijn naam alsof ik hem niet goed had verstaan.
Pieter knikte.
“Als het testament openbaar wordt, krijgt Thomas controle over het grootste deel van het vermogen.”
“Maar dat kan niet. Mijn vader heeft de trust toch opgericht?”
“De trust is echt.”
“Dan kan hij het geld niet krijgen.”
Pieter keek me ernstig aan.
“Niet zolang jij leeft.”
Ik voelde een ijzige kou door mijn lichaam trekken.
Buiten klonken voetstappen.
Thomas was binnen.
Pieter pakte mijn arm.
“Luister naar me. We hebben nog maar een paar minuten.”
“Waarom zou Thomas mij willen doden?”
“Omdat jij de laatste persoon bent die hem van het geld kan scheiden.”
Ik dacht aan de klap.
Aan de villa.
Aan de geblokkeerde rekeningen.
Aan de manier waarop hij mij jarenlang had behandeld.
Alles kreeg plotseling een andere betekenis.
“Maar waarom heeft hij me acht jaar lang niet vermoord?”
“Omdat hij je nodig had.”
“Waarvoor?”
“Om de trust te activeren.”
Ik staarde hem aan.
“De trust werd pas actief toen ik dertig werd.”
“Precies.”
“Dus mijn verjaardag…”
“Was het moment waarop Thomas toegang tot het geld zou kunnen krijgen.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Maar waarom heeft hij me dan vandaag uit de villa laten zetten?”
“Omdat hij dacht dat je machteloos was.”
Een harde klap.
De kelderdeur boven ons vloog open.
“ELISE!”
Thomas.
Pieter keek naar mij.
“Er is maar één manier om hem tegen te houden.”
“Welke?”
“Het originele testament.”
“Waar is dat?”
Pieter wees naar de metalen kist.
“Onder de dubbele bodem.”
Ik trok de bodem open.
Daar lag een zwarte map.
Ik pakte hem eruit.
Mijn handen trilden.
Op de voorkant stond:
LAATSTE WIL EN TESTAMENT — DANIEL VAN DER MEER
Ik sloeg hem open.
De eerste pagina bevatte mijn naam.
ERFGENAME: ELISE VAN DER MEER.
Ik keek naar Pieter.
“Je zei dat ik niet de erfgenaam was.”
“Ik zei dat het testament dat ze openbaar willen maken dat beweert.”
“Dus dit is het echte testament?”
“Ja.”
Ik bladerde verder.
Toen zag ik een tweede naam.
Mijn adem stokte.
UITVOERDER VAN HET TESTAMENT: ALEXANDER VAN DIJK.
“Maar Alexander is…”
“Niet dood.”
“En als hij sterft?”
Pieter keek me aan.
“Dan gaat de uitvoerende macht automatisch over naar…”
Hij stopte.
“Wie?”
Pieter wees naar een regel.
Ik las hem.
Mijn handen begonnen te trillen.
THOMAS VAN DIJK.
Ik keek hem aan.
“Dus zelfs als ik win…”
“Thomas krijgt controle over het testament.”
“Maar niet over mijn vermogen.”
“Niet direct.”
“Wat betekent dat?”
“Dat hij jouw vermogen kan bevriezen.”
Ik voelde mijn hart zinken.
“Dus hij heeft me al die tijd niet nodig gehad om het geld te erven.”
Pieter schudde zijn hoofd.
“Hij had je nodig om het vermogen te activeren.”
“En daarna?”
“Daarna moest jij verdwijnen.”
Een ijzige stilte.
Boven ons klonk glasgerinkel.
Thomas was binnen.
Pieter keek naar de trap.
“We moeten gaan.”
“Waarheen?”
“De oude kapel.”
“Waarom?”
“Omdat daar de laatste originele documenten liggen.”
“Welke documenten?”
Pieter antwoordde:
“Het bewijs dat Thomas niet de zoon is van Alexander.”
Ik verstijfde.
“Wat?”
“Thomas is niet wie hij denkt dat hij is.”
“Wie is zijn vader dan?”
Pieter keek me aan.
“Daniel.”
Mijn mond viel open.
“Dat betekent…”
“Ja.”
“Thomas en ik…”
“Zijn geen familie.”
Ik voelde een enorme opluchting.
Maar die duurde slechts enkele seconden.
Pieter voegde eraan toe:
“Maar dat is niet het ergste.”
“Wat dan?”
“Als Thomas de zoon van Daniel is…”
Hij keek naar het testament.
“…dan is hij volgens de oorspronkelijke erfopvolging wél de volgende erfgenaam als jij sterft.”
Ik keek hem aan.
“Dus daarom…”
“Precies.”
Een deur sloeg dicht.
Thomas riep:
“ELISE!”
Pieter trok me naar een verborgen uitgang.
We renden door een smalle gang.
Toen klonk achter ons een schot.
Pieter viel.
“PIETER!”
Ik draaide me om.
Hij lag op de grond.
Bloed op zijn jas.
Ik knielde naast hem.
“Wie heeft geschoten?”
Hij wees naar het einde van de gang.
Ik keek.
Thomas stond daar.
Maar zijn pistool was nog in zijn hand.
Ik staarde hem aan.
“Heb jij hem neergeschoten?”
Thomas keek naar Pieter.
“Ja.”
Mijn hart brak.
“Waarom?”
Thomas liep langzaam naar ons toe.
“Omdat hij tegen je loog.”
“Over wat?”
“Over alles.”
Hij keek naar het testament in mijn hand.
“Geef het aan mij.”
“Nee.”
“ELISE.”
“Nee!”
Hij stopte.
Toen glimlachte hij.
Niet de glimlach van de man met wie ik acht jaar getrouwd was.
Een koude, vreemde glimlach.
“Dan moet ik je iets vertellen.”
“Wat?”
“Alexander is niet degene die gisteren is neergeschoten.”
Ik verstijfde.
“Wat bedoel je?”
Thomas keek achter zich.
“De man in de loods…”
Hij pauzeerde.
“…was Daniel.”
Mijn adem stokte.
“Dan waar is Alexander?”
Thomas keek me recht aan.
“Hij staat achter je.”
Ik draaide me om.
En daar stond hij.
Alexander.
Levend.
Zonder één schrammetje.
Maar naast hem stond iemand die ik absoluut niet had verwacht.
Marianne.
Ze glimlachte.
En toen begreep ik eindelijk waarom iedereen mij al die jaren had voorgelogen.
Marianne keek naar het testament in mijn hand.
“Je hebt eindelijk het juiste document gevonden.”
Ik fluisterde:
“Wat willen jullie?”
Marianne antwoordde:
“Niet jouw geld.”
Ze keek naar Thomas.
“Wij willen iets veel waardevollers.”
Thomas deed een stap naar voren.
“Jouw naam.”
Ik fronste.
“Mijn naam?”
Alexander glimlachte.
“Want als jij juridisch dood wordt verklaard…”
Hij wees naar het testament.
“…wordt jouw volledige vermogen automatisch overgedragen.”
Ik voelde mijn hartslag versnellen.
“Maar dat kan alleen als ik dood ben.”
Marianne keek me aan.
“Precies.”
Toen haalde ze een tweede document uit haar tas.
“En daarom hebben we al drie maanden geleden jouw overlijdensakte voorbereid.”






