MIJN SCHOONMOEDER ZETTE ME UIT HAAR
News Story

MIJN SCHOONMOEDER ZETTE ME UIT HAAR

0 weergaven

DEEL 3 — DE HANDTEKENING VAN EEN DOOD MAN

Ik staarde naar de handtekening.

Mijn hart sloeg één keer hard tegen mijn borst.

Daarna nog een keer.

Ik kende die naam.

Alexander van Dijk.

De vader van Thomas.

Mijn schoonvader.

De man die volgens de officiële documenten vier jaar geleden was overleden.

Ik keek naar Victor.

“Dit kan niet.”

Hij pakte het papier voorzichtig van me over.

Hij bestudeerde de handtekening.

“Wie is Alexander van Dijk?”

“Thomas’ vader.”

“En hij is dood?”

“Al vier jaar.”

Victor keek opnieuw naar het document.

“Dan hebben we een probleem.”

“Een groot probleem.”

“Dit is geen gewone handtekening.”

Hij wees naar de onderste hoek.

“Er staat een notariële legalisatie naast.”

Ik voelde een koude rilling over mijn rug lopen.

“Wat betekent dat?”

“Dat iemand deze verklaring officieel heeft laten registreren.”

“Maar Alexander was toen al dood.”

Victor keek me aan.

“Dat betekent dat óf de documenten vervalst zijn…”

Hij zweeg even.

“…óf Alexander helemaal niet dood was.”

Ik schudde mijn hoofd.

“Dat is onmogelijk.”

“Waarom?”

“Omdat ik zijn begrafenis heb bijgewoond.”

“Heb je zijn lichaam gezien?”

Ik zei niets.

Nee.

Niemand had het lichaam daadwerkelijk gezien.

De familie had gezegd dat Alexander na zijn plotselinge overlijden niet opgebaard kon worden.

Te veel complicaties.

Een gesloten kist.

Een korte ceremonie.

Marianne had wekenlang gehuild.

Thomas was kapot geweest.

En ik…

Ik had hem geloofd.

Victor vouwde het document dicht.

“Dan moeten we terug naar het begin.”

“Welk begin?”

“De dag waarop Alexander zogenaamd stierf.”

* * *

DRIE JAAR GELEDEN

Ik herinnerde me die periode nog precies.

Thomas had me midden in de nacht gebeld.

Zijn stem trilde.

“Het bedrijf is voorbij.”

Ik was onmiddellijk naar de villa gereden.

Overal lagen documenten.

Openstaande schulden.

Bankbrieven.

Dagvaardingen.

Leveranciers die hun geld opeisten.

Het bedrijf stond op instorten.

Marianne zat aan de eettafel en huilde.

Thomas zat met zijn hoofd in zijn handen.

“Ik kan dit niet oplossen,” had hij gezegd.

Ik had hem aangekeken.

“Laat mij het doen.”

Hij keek op.

“Hoe?”

“Geef me alle financiële documenten.”

“Waarom?”

“Omdat ik een oplossing heb.”

Hij had me uitgelachen.

“Jij?”

Ik was niet boos geworden.

Ik had alleen gezegd:

“Vertrouw me.”

Twee weken later was de schuld verdwenen.

De banken waren betaald.

De leveranciers kregen hun geld.

Het bedrijf bleef bestaan.

Thomas werd directeur.

Marianne kreeg haar maandelijkse toelage.

En ik bleef op de achtergrond.

Niemand wist waar het geld vandaan kwam.

Dat was precies zoals ik het wilde.

Maar nu begreep ik iets.

Misschien was ik helemaal niet degene die het spel drie jaar geleden had gestart.

Misschien had iemand mij naar het bord geleid.

* * *

23.47 UUR

We zaten nog steeds in de auto.

Victor keek naar zijn telefoon.

“Er is iets binnengekomen.”

“Wat?”

“Een oud bankbestand.”

Hij draaide zijn scherm naar me.

Een overschrijving.

Gedateerd:

14 oktober 2023.

Bedrag:

€48.700.000.

Ik verstijfde.

“Dat bedrag…”

“Is afkomstig van een buitenlandse holding.”

Ik keek naar de naam.

A.V.D. Holdings.

Mijn mond viel open.

Alexander van Dijk.

Victor keek me aan.

“Ken je deze onderneming?”

“Nee.”

“Maar jij hebt drie jaar geleden de schulden van Thomas’ bedrijf overgenomen.”

“Ja.”

“Via welke onderneming?”

Ik noemde de naam van mijn investeringsmaatschappij.

Victor typte iets in.

Toen werd hij stil.

“Wat?”

Hij keek naar mij.

“Jouw investeringsmaatschappij kreeg het geld niet rechtstreeks.”

“Waar kwam het vandaan?”

Hij draaide het scherm naar me.

De oorspronkelijke afzender stond er.

A.V.D. Holdings.

Ik voelde mijn vingers koud worden.

“Alexander.”

Victor knikte.

“Of iemand die zijn identiteit gebruikte.”

Ik keek naar buiten.

De straat was bijna verlaten.

“Bel de politie.”

Victor keek me verbaasd aan.

“Nu?”

“Niet de politie.”

Ik pakte mijn telefoon.

“Bel Thomas.”

“Waarom?”

“Omdat hij iets moet weten.”

Ik belde.

Hij nam na de eerste keer op.

Zijn stem klonk uitgeput.

“Wat wil je?”

“Wanneer is je vader precies overleden?”

Hij zweeg.

“Waarom vraag je dat?”

“Geef me een datum.”

“12 maart 2022.”

“Wie heeft het lichaam geïdentificeerd?”

Stilte.

“Thomas.”

“Ik weet het niet.”

“Wie heeft de overlijdensakte geregeld?”

“Ik weet het niet!”

Zijn stem sloeg over.

Ik sloot mijn ogen.

“Je weet niets over de dood van je eigen vader?”

“Mijn moeder regelde alles!”

Ik keek naar Victor.

Hij schreef iets op.

“Thomas.”

“Wat?”

“Ga naar de oude kelder.”

“Waarom?”

“Open de kluis van je vader.”

Zijn adem stokte.

“Hoe weet jij van die kluis?”

“Omdat ik hem drie jaar geleden heb geopend.”

“Wat?”

“Toen ik de documenten voor het bedrijf onderzocht.”

Hij zei niets.

“Ga erheen.”

“Waarom?”

“Omdat er iets in zit dat je had moeten weten.”

Hij hing op.

Victor keek me aan.

“Je hebt hem daarheen gestuurd?”

“Ja.”

“Waarom?”

“Omdat ik wil weten of hij nog steeds in staat is om tegen me te liegen.”

* * *

00.16 UUR

Mijn telefoon ging.

Thomas.

Ik nam op.

Ik hoorde zijn ademhaling.

“Hij is leeg.”

Ik fronste.

“Wat?”

“De kluis.”

“Wat bedoel je?”

“Alles is weg.”

“Alles?”

“Er ligt maar één ding.”

“Wat?”

Hij antwoordde niet.

Toen hoorde ik papier ritselen.

“Een foto.”

“Van wie?”

“Van jou.”

Mijn hart sloeg over.

“Wat?”

“Een foto van jou.”

“Wanneer is die gemaakt?”

“Ik weet het niet.”

“Beschrijf hem.”

Hij ademde zwaar.

“Je staat voor een gebouw.”

“Welk gebouw?”

“Een ziekenhuis.”

Ik voelde een steek in mijn maag.

“Welk ziekenhuis?”

“Het Sint Lucas.”

Ik keek Victor aan.

Hij kende de naam.

“Thomas…”

“Wat?”

“Draai de foto om.”

Stilte.

Toen hoorde ik zijn stem veranderen.

“Er staat iets op.”

“Wat?”

“Een datum.”

“Welke?”

“14 oktober 2023.”

Mijn bloed stolde bijna.

Dat was dezelfde datum waarop de €48,7 miljoen was overgemaakt.

“En er staat nog iets.”

“Wat?”

Thomas fluisterde:

“Een naam.”

“Welke naam?”

Hij las hem langzaam voor.

“Elise van Dijk.”

Ik verstijfde.

“Wie is Elise?”

Thomas antwoordde:

“Ik weet het niet.”

Maar ik wist het wel.

Mijn volledige naam was Elise van der Meer.

Niet Elise van Dijk.

Nooit.

Ik keek naar Victor.

“Dat is niet mijn naam.”

Hij knikte langzaam.

“Dat weet ik.”

Toen klonk er plotseling een geluid aan de andere kant van de telefoon.

Een deur die openging.

Thomas fluisterde:

“Er is iemand in de kelder.”

“Thomas, ga daar weg.”

“Ik hoor iemand.”

“NU!”

Maar voordat hij kon antwoorden, hoorde ik een harde klap.

De verbinding werd verbroken.

Ik stond onmiddellijk op.

Victor pakte zijn jas.

“We gaan.”

“Waarheen?”

“Naar de villa.”

Ik schudde mijn hoofd.

“Nee.”

Hij keek me aan.

“Waarom niet?”

Ik keek naar de rode envelop.

“Als iemand daar op Thomas wacht…”

Ik slikte.

“…dan is Thomas niet het doelwit.”

Victor begreep het onmiddellijk.

“Jij.”

Ik knikte.

“En er is maar één persoon die wist dat ik die envelop zou openen.”

Victor keek naar de naam op het oude document.

Marianne van Dijk.

Mijn schoonmoeder.

Maar toen kwam er een nieuw bericht binnen.

Niet van Thomas.

Niet van Victor.

Een onbekend nummer.

Er stond slechts één zin:

“Elise, als je wilt weten waarom Alexander nog leeft, kom dan alleen naar de oude haven.”

Daaronder stond een tijdstip.

01.00 uur.

En een tweede zin:

“Neem de rode envelop mee. Marianne mag niet weten dat je komt.”

Ik keek naar de klok.

00.22 uur.

Nog achtendertig minuten.

En voor het eerst sinds ik de villa had verlaten, voelde ik echte angst.

Niet voor Thomas.

Niet voor Marianne.

Maar voor de mogelijkheid dat de man die ik vier jaar geleden had begraven…

misschien al die tijd op mij had gewacht.