‘MAMA!’
Mark verving haar val net op tijd voordat ze de harde houten vloer raakte. Haar ogen draaiden weg, haar gezicht werd lijkbleek en de zuurstofslang glipte uit haar neus.
Matteo en Elena keken niet eens om. Ze liepen ijskoud de voordeur uit en sloegen die met een harde knal achter zich dicht. Ik hoorde hun auto's met gierende banden de straat uit rijden.
‘Bel 112! Nu!’ schreeuwde Mark.
Mijn handen trilden zo erg dat ik de code van mijn telefoon bijna niet kon intoetsen. Binnen tien minuten was de ambulance er. De broeders stabiliseerden mama en tilden haar op de brancard. De adrenaline van de confrontatie had haar laatste krachten opgeslokt. Ze was buiten bewustzijn.
Terwijl de ambulance met zwaailichten en sirenes terug naar het ziekenhuis reed, zat ik naast mama en hield haar ijskoude hand vast. Mijn hoofd tolde. De woorden van Matteo bleven maar door mijn hoofd spoken.
Je denkt dat je mama beschermt, maar je hebt zojuist haar vonnis getekend.
Wat wist hij? Wat had hij gedaan dat ik nog niet ontdekt had?
Die nacht bracht mama door op de Intensive Care. De artsen sloten haar aan op de beademing. Haar toestand was kritiek. Dokter Visser kwam met een ernstig gezicht naar me toe.
‘Mevrouw Van Dijk, haar lichaam heeft een enorme opdonder gehad,’ zei hij zacht. ‘De fysieke en emotionele stress hebben haar hart te veel belast. We moeten haar in een kunstmatige coma houden om haar lichaam de kans te geven te herstellen.’
Ik knikte verslagen. Ik zat urenlang aan haar bed, luisterend naar het mechanische blazen van de beademingsmachine. Mark was naar huis gegaan om bij de kinderen te zijn, maar hij beloofde 's ochtends vroeg terug te komen met mr. Hendriks, de advocaat.
Om acht uur 's ochtends kwam mr. Hendriks aan in het ziekenhuis. Het was een strak in het pak gestoken man van in de vijftig met een scherpe, alerte blik. We gingen in een spreekkamer zitten.
‘Mevrouw Van Dijk,’ begon mr. Hendriks. ‘Uw echtgenoot heeft mij de situatie uitgelegd. We hebben gisteravond direct stappen ondernomen. De herroeping van de volmacht is rechtsgeldig ingediend. We hebben bij de bank een spoedblokkade aangevraagd op alle rekeningen van uw moeder.’
Ik haalde opgelucht adem. ‘Dus ze kunnen niet meer bij het geld?’
Mr. Hendriks keek me ernstig aan en schoof zijn bril omhoog. ‘Dat is het slechte nieuws. Toen de bank vanmorgen de rekeningen controleerde... ontdekten ze dat er gisteravond, vlak na de confrontatie bij uw moeder thuis, nog een transactie is uitgevoerd.’
Mijn hart stond stil. ‘Wat voor transactie?’
‘Er is een hypotheekaanvraag goedgekeurd op het huis van uw moeder,’ zei de advocaat. ‘Matteo had een tweede volmacht gebruikt—een die drie weken geleden is geregistreerd bij een andere notaris—waarin hij het huis als onderpand heeft gesteld voor een zakelijke lening van driehonderdduizend euro. Dat geld is gisteravond om elf uur overgemaakt naar een buitenlandse rekening in Cyprus.’
Ik staarde hem aan, niet in staat om te ademen. Driehonderdduizend euro.
‘Dat... dat kan toch niet?’ stamelde ik. ‘Het huis was al vrij van hypotheek! Hoe kan een bank dat goedkeuren zonder dat mama erbij was?’
‘Omdat Matteo gebruik heeft gemaakt van een valse medische verklaring,’ legde mr. Hendriks uit. ‘Hij heeft een document ingediend waarin stond dat uw moeder niet meer in staat was om te reizen, ondertekend door een zogenaamde huisarts. Hij heeft haar identiteit misbruikt. Het is pure, grootschalige fraude.’
‘Maar... als dat geld weg is...’ stamde ik.
‘Als dat geld weg is, en Matteo de lening niet aflost—wat hij niet gaat doen—zal de bank over drie maanden beslag leggen op het huis van uw moeder en het executoriaal verkopen,’ zei Hendriks ijskoud. ‘Uw moeder raakt haar huis kwijt.’
Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken. Dit was dus wat Matteo bedoelde met 'je hebt haar vonnis getekend'. Hij wíste dat ik het geld op de bankrekening zou blokkeren, dus had hij als wraakactie het allerergste gedaan wat hij kon doen: haar huis bezwaren met een schuld die ze nooit zou kunnen afbetalen, en het geld wegsluizen naar een belastingparadijs waar niemand erbij kon!
‘Kunnen we hem niet laten arresteren?’ schreeuwde ik bijna.
‘De politie is ingeschakeld,’ zei Hendriks. ‘Maar Matteo en Elena zijn vanmorgen niet op hun werk verschenen. Hun huizen staan leeg. Ze zijn spoorloos.’
Mijn telefoon trilde. Een bericht van een onbekend nummer.
Ik opende het. Het was een foto van een instapkaart voor een vlucht naar Dubai, verzonden om zeven uur 's ochtends.
Daaronder stond één regel tekst:
‘Bedankt voor het huis, zusje. Zorg goed voor mam.’






