De avond na de tumultueuze bruiloft was het opvallend stil in het appartement dat Daniel en ik deelden. Geen grote receptie met champagne en valse felicitaties, maar wel een simpele taart, warme thee en de aanwezigheid van de mensen die echt om ons gaven. Toch kon ik de slaap niet vatten. Mijn laptop stond open op de eettafel, het scherm verlichtte de donkere kamer terwijl ik bladerde door de gescande documenten die Mr. Van de Berg die middag had overgedragen.
Het ging om de zogenaamde "zwarte boekhouding" van mijn vader. Tussen de vele transacties door viel mijn oog op een terugkerende post van een bedrag van precies vijftienduizend euro per maand, dat werd overgemaakt naar een anonieme vennootschap in Zwitserland. De begunstigde was geregistreerd onder de schuilnaam Project Janus.
Wie of wat was Project Janus? Mijn moeder had het er tijdens familiediners weleens over gehad in versluierde termen, alsof het een geheime verzekering was tegen "onvoorziene omstandigheden". Ik typte de naam in de database van het internationale register voor rechtspersonen dat ik via mijn werk kon inzien. De resultaten laadden langzaam. Terwijl de balk zich vulde, hoorde ik zachte voetstappen in de gang. Daniel kwam de keuken in met een kop warme melk.
“Nog steeds aan het werk, forensische speurneus?” vroeg hij liefkozend, terwijl hij zijn hand op mijn schouder legde.
“Ik kan niet slapen, Daniel,” zei ik, wijzend naar het scherm. “Kijk hier naar. Dit bedrag wordt al twaalf jaar lang maandelijks overgemaakt naar een entiteit genaamd Janus. En het vreemde is: de begunstigde achter deze vennootschap is niet mijn vader, maar iemand binnen onze eigen familie die we totaal niet hadden verwacht.”
Op dat moment verscheen de naam van de begunstigde op het scherm. Mijn adem stokte in mijn keel. Het was geen vreemde. Het was iemand van wie ik dacht dat ze aan mijn kant stond, of in ieder geval net zo erg slachtoffer was van mijn ouders als ikzelf.






