Deel 7: Oog in oog door het glas
Het glazen paneel scheidde ons van elkaar, maar de afstand voelde plotseling verwaarloosbaar klein toen Sophie haar hand tegen het koude oppervlak drukte. Ik deed exact hetzelfde, alsof we door dat simpele fysieke contact een onuitgesproken bondgenootschap sloten tegen de man die ons allebei had bedrogen en mishandeld met zijn web van leugens. Mijn verloofde rende nu toch naar het raam, greep de stof vast en probeerde de gordijnen met geweld dicht te trekken, maar ik duwde hem ruw opzij met een kracht waarvan ik niet wist dat ik die bezat.
‘Blijf van haar af!’ schreeuwde ik, en mijn stem weerde door de kleine ruimte, scherp genoeg om door glas heen te snijden. Sophie bewoog haar lippen aan de buitenkant, en hoewel ik haar niet kon verstaan door de dikke beglazing en de muziek op de achtergrond, kon ik elk woord moeiteloos liplezen. Ze zei: ‘Hij liegt over alles.’ Alsof er nog enig bewijs nodig was om die stelling te onderbouwen!
Ik draaide me langzaam om naar de man met wie ik over minder dan een minuut voor het oog van de wet en al onze gasten verbonden zou worden, en zag hoe de laatste flarden van zijn façade als nat papier uit elkaar vielen. Hij probeerde nog iets te zeggen, zijn lippen trilden, zijn handen maakten verwarde gebaren, maar er kwam geen enkele zinnige klank meer uit.
De klop op de deur werd vervangen door de stem van mijn eigen vader, die bezorgd riep of we klaar waren omdat de bruidegom geacht werd al lang en lang in de kapel te staan. Mijn vader wist van niets; hij dacht dat zijn geliefde dochter op het punt stond de gelukkigste dag van haar leven te beleven. Het besef dat ik niet alleen mijn eigen hart moest beschermen, maar ook dat van mijn familie, gaf me een plotselinge, bijna angstaanjagende helderheid over wat me te doen stond.






