Mijn broers vriendin sloeg me toen ik drie was
News Story

Mijn broers vriendin sloeg me toen ik drie was

0 weergaven

DEEL 9 — De poort van de oude vesting

De wind op Isla de la Sombra was koud en woest. De golven sloegen met enorme kracht stuk tegen de zwarte rotsen rondom het fort, en de zilte zeewind trok aan mijn kleine haren terwijl Santiago me stevig op zijn arm hield. Om ons heen stonden Ramiro en tientallen beveiligers in strakke gevechtsuitrusting, hun wapens in aanslag.

Voor ons stond de gigantische hoofspoort van de vesting: twee enorme platen van geroest ijzer, versierd met het angstaanjagende symbool van de Zwarte Driehoek — een cirkel met drie gekruiste zwaarden. Er was geen slot te bekennen, geen deurkruk, helemaal niets. Alleen een glad, zwart stenen paneel in het midden van de poort.

‘Hoe krijgen we dit open zonder zware explosieven?’ vroeg Ramiro terwijl hij met zijn hand over het koude metaal wreef. ‘Onze C4 kan deze dikke platen misschien opblazen, maar dan storten we de hele ingang in.’ Santiago schudde zijn hoofd. Hij keek naar mij. ‘Dat hoeft niet. Vale.’

Ik stapte naar voren, geholpen door Santiago die me op de grond zette. De rotsachtige grond voelde koud aan door mijn schoentjes heen. Ik haalde mijn hand uit mijn jaszak en hield de zware koperen sleutel vast. Het metaal voelde niet langer warm aan, maar gloeide nu felblauw, precies zoals toen we in de serverruimte stonden.

‘Wat moet ik doen, Santi?’ vroeg ik zacht. ‘Houd de sleutel tegen het zwarte steen in het midden,’ antwoordde mijn broer bemoedigend. ‘Laat de sleutel het werk doen.’

Ik liep dapper naar de enorme ijzeren poort toe, rekte me helemaal uit om bij het stenen paneel te komen, en drukte de punt van de koperen sleutel tegen het oppervlak. In de eerste seconde gebeurde er helemaal niets. De wind loeide om onze oren. Maar toen... begon het steen te barsten. Niet in losse stukken, maar in een netwerk van gloeiende blauwe lijnen die zich als een spinnenweb over de hele poort verspreidden. Het geluid van zware raderen en draaiende tandwielen echode diep vanuit de rotsen onder onze voeten.

‘Toegang verleend,’ galmde een mechanische, echoënde stem door de bergen, alsof het fort zelf na tweehonderd jaar weer tot leven werd gewekt. ‘Het erfgoed van de Mendoza’s is herkend.’

Met een oorverdovende dreun begonnen de massieve ijzeren deuren langzaam naar binnen open te schuiven. Wolken van eeuwenoud stof vlogen omhoog. Aan de andere kant van de poort openbaarde zich een enorm ondergrondse binnenplaats, verlicht door flakkerende fakkels aan de stenen muren.

Maar we waren niet alleen. Binnen op de binnenplaats stonden minstens honderd huurlingen van de Zwarte Driehoek opgesteld, geleid door een lange, kale man met een metalen ooglapje en een duur maatpak. Het was Don Fernando Delgado senior — de oom van de inmiddels gearresteerde Fernanda, en het echte brein achter de organisatie.

‘Indrukwekkend,’ klonk de stem van de oude man door de lege galmende hal, terwijl hij langzaam naar voren stapte en zijn handen in elkaar sloeg. ‘Het legendarische kind heeft de poort eigenhandig geopend. Wat een prachtig sprookje.’ Santiago trad onmiddellijk voor me staan, zijn wapen gereed. ‘Je bent ingesloten, Delgado. Je operatie is voorbij.’

Don Fernando lachte schamper. ‘Ingesloten? Hier op mijn eiland? Jullie staan in mijn hol, Santiago. En als jullie hier levend vandaan willen komen, lever je die sleutel én het kind aan mij over!’ De spanning op de binnenplaats was te snijden. Onze beveiligers richtten hun wapens, en honderd huurlingen deden hetzelfde. Maar net toen de eerste schoten dreigden te vallen, begon de koperen sleutel in mijn hand zo fel te trillen en te schijnen dat ik hem bijna liet vallen. En toen gebeurde er iets wat niemand had kunnen voorzien...

* * *