Deel 6: De Chaos in de Gang
Het geluid van brekend glas en paniekerig geschreeuw sneed door de rust van de bibliotheek. Meneer Van de Berg schrok op uit zijn stoel en keek me met grote ogen aan. "Wat in vredesnaam gebeurt daar buiten?" vroeg hij, terwijl hij al naar de deur liep.
"Blijf maar zitten," zei ik kalm, hoewel mijn hart ook een kleine sprong maakte. "Laten we even gaan kijken."
We verlieten de bibliotheek en liepen de gang op die leidde naar de centrale hal. Het contrast met een uur geleden kon niet groter zijn. De feestelijke sfeer was volledig verdwenen; de gouden slingers hingen er slaphangend bij, en de discolichten waren vervangen door het felle TL-licht dat normaal gesproken alleen tijdens de schoonmaak werd gebruikt.
Midden in de hal stond Tessa. Ze was niet meer te herkennen als de zelfverzekerde vrouw van net. Haar dure mantelpakje zat onder de rode wijn – blijkbaar had ze in haar paniek nog een glas omgestoten – en haar make-up was door het huilen uitgelopen tot zwarte vegen over haar wangen. Ze schreeuwde tegen haar echtgenoot, die met een rood aangelopen hoofd probeerde haar tot kalmte te manen.
"Je begrijpt het niet, Mark!" gilde Tessa, terwijl ze met haar telefoon in haar hand zwaaide. "De bank! Ze hebben onze rekeningen bevroren! Het bedrijf... het is weg! Alles is weg!"
Om hen heen stonden oud-klasgenoten gefascineerd toe te kijken. Niemand durfde iets te zeggen; iedereen hield zijn adem in en hield de telefoons gereed om het schouwspel vast te leggen. Dit was reality-tv van de buitencategorie, maar dan in het echt.
Ik bleef rustig bij de deuropening van de gang staan en sloeg de armen over elkaar. Ik keek naar Tessa, die nu als een hysterisch kind op de marmeren vloer stond te stampen.
Mark, haar man, haalde zijn hand geërgerd door zijn haar. "Hou je mond, Tessa! Iedereen kijkt naar je! Je maakt jezelf belachelijk!"
"Belachelijk?!" schreeuwde ze terug, haar stem overslaand in een valse uithaal. "Onze hele 'succesvolle onderneming' was gebaseerd op leningen die we niet konden betalen! En nu belt de accountant dat de hoofdinvesteerder zich heeft teruggetrokken! Wie?! Wie doet zoiets?!"
De menigte viel stil. Alle ogen gleden langzaam van Tessa naar mij. Ze wisten het nog niet zeker, maar de puzzelstukjes begonnen op hun plek te vallen. De vrouw die ze tien jaar lang hadden uitgelachen als 'het meisje in de werkkleding', stond daar nu met een kalme glimlach, terwijl de wereld van hun grootste pestkop in elkaar stortte als een kaartenhuis.
Meneer Van de Berg keerde zich naar mij toe en fluisterde zachtjes: "Was jij dat met die investeerder, Eva?"
Ik glimlachte flauw en antwoordde niet direct. Ik kekte naar de klok boven de hoofdingang. 23:55. Nog vijf minuten tot middernacht. Nog vijf minuten voordat de officiële mail van het studiefonds naar iedereen zou worden gestuurd.
En toen draaide Tessa zich om. Haar bloeddoorlopen ogen vonden de mijne in de menigte...






