Het geluid van mijn zware werkschoenen weerklonk hol en dof op de glimmende marmeren vloer van de centrale hal. Om me heen hing de geur van vers gestucte muren, metaalstof en een vleugje industriële olie – de geur van een lange, vermoeiende werkdag in de bouw en renovatie
News Story

Het geluid van mijn zware werkschoenen weerklonk hol en dof op de glimmende marmeren vloer van de centrale hal. Om me heen hing de geur van vers gestucte muren, metaalstof en een vleugje industriële olie – de geur van een lange, vermoeiende werkdag in de bouw en renovatie

3 weergaven

Deel 2: De Schaduw van het Verleden

De klanken van een goedkope synthesizerband vermengden zich met het geklingel van glaswerk toen ik de binnentuin verliet en door een zij-ingang de grote zaal weer betrad. De hitte sloeg me tegemoet, vermengd met de zware geur van dure parfum en de synthetische dampen van haarlak. Overal stonden groepjes oud-leerlingen die elkaar met luide stemmen omhelsden alsof ze elkaars beste vrienden waren geweest, hoewel ik me maar al te goed herinnerde dat de helft van hen elkaar destijds op leven en dood negeerde.

Mijn naam is Eva. Tien jaar geleden was ik een schaduw in de gangen van het Sint-Janscollege. Ik droeg te grote truien, had een bril met dikke glazen en bracht al mijn pauzes door in de bibliotheek, ver weg van de roddels en de gemene blikken. Thuis was het niet veel beter; mijn vader had ons verlaten toen ik twaalf was, en mijn moeder werkte zich te pletter in een lokaal ziekenhuis om de eindjes aan elkaar te knopen. Geld was er niet. Mijn studieboeken werden tweedehands gekocht, en mijn schoenen versleten tot op de zool voordat er budget was voor een nieuw paar.

Toch had ik één obsessie: bouwen. Niet met Lego, maar met steen, hout, beton en staal. Ik kon urenlang staren naar de bouwplaatsen langs de rand van de stad, gefascineerd door de manier waarop losse elementen samenkwamen tot een solide constructie die decennia kon trotseren. Terwijl mijn klasgenoten droomden over carrièrekansen op de Zuidas of luxe levens in het buitenland, droomde ik van een eigen aannemersbedrijf.

Tessa en haar kliekje vonden dat hilarisch. Voor hen was ik het ultieme pispaaltje. Ze zorgden ervoor dat elk project, elke presentatie en elk pauzemoment veranderde in een kleine psychologische marteling. De legendarische roddel op het eindexamenfeest – over een verzonnen affaire met een getrouwde leraar – had ervoor gezorgd dat ik huilend en met een gebroken hart het pand verliet, zonder officiële afscheidsfoto's en zonder een warm woord van de conrector.

En nu stond ik hier, tien jaar later, gekleed in werkkleding die betaald was van de miljoenenwinsten van mijn eigen onderneming: 'De Jong Bouw & Innovatie B.V.'.

Ik liep naar de bar en bestelde een eenvoudig glas mineraalwater. De barman, een jonge gast die duidelijk niet op zijn plek was op dit elitaire feest, keek me aan met een blik vol medelijden toen hij mijn werkschoenen zag. "Je zit zeker in de renovatie van het pand hiernaast?" vroeg hij zachtjes, om de aandacht van de omstanders te mijden. Ik knikte en glimlachte flauw. "Zoiets. Drukke tijden." "Sterkte ermee," zei hij oprechte sympathie uitstralend. "De mensen hier kunnen nogal veeleisend zijn." "Dat weet ik," antwoordde ik, terwijl ik mijn glas aannam. "Sommigen hebben al tien jaar niet meer geleerd hoe de werkelijkheid eruitziet."

Voordat de barman kon antwoorden, hoorde ik een luide, scherpe klinkende lach achter me. Het was Tessa weer. Ze stond met een groepje oude bekenden rond een hoge tafel, en haar stem sneed dwars door het geroezemoes heen. "...en toen dacht ik echt van: gód, sommige mensen leren het ook nooit," hoorde ik haar zeggen tegen een vent in een strak, Italiaans pak die knikte alsof zijn leven ervan afhing. "Dan loop je hier rond op een exclusieve reünie, en dan kom je zo'n ongelofelijke stakker tegen in verfspetters. Je vraagt je toch af hoe zulke types überhaupt de middelbare school hebben gehaald, laat staan de maatschappij."

De groep lachte instemmend. De man in het pak nam een slok van zijn whisky en keek rond alsof hij een koning was die zijn onderdanen inspecteerde. Ik nam een rustige slok van mijn water. De koude vloeistof deed goed in mijn droge keel. Ik wist dat mijn moment nog moest komen. Het contract van de renovatie van de school, inclusief de bouw van de nieuwe vleugel en het sportcomplex waar ze zo trots op waren, lag in mijn kluis. Maar de echte klap, degene die Tessa's hele façade van succes zou doen instorten, bevatte documenten die precies om middernacht online zouden verschijnen.

En toen, alsof het lot ermee speelde, liep de rector van de school, meneer Van de Berg, recht op mij af. Zijn haar was grijs geworden en zijn rug was wat krommer dan vroeger, maar zijn ogen achter die vertrouwde hoornen bril waren nog even scherp. Hij herkende me direct, ondanks de verfspetters. Zijn gezicht betrok in een mengeling van ongeloof en diepe, diepe bewondering...