Deel 6: De Reis naar het Zuiden
De treinreis van Groningen naar Amsterdam voelde als een reis door de tijd. Buiten vlogen de groene weilanden voorbij onder een loodgrijze hemel, terwijl binnen in mijn hoofd de plannen zich als een schaakspel ontvouwden. Naast me in de coupé zat mr. Hendrikse, die met een serieuze blik op zijn laptop documenten door nam. In Groningen had ik mijn moeder gevraagd om op mijn dochtertje te passen; zij wist niets van de gevaarlijke wateren waarin we ons begaven, alleen dat ik een paar dagen naar het westen moest voor "zakelijke aangelegenheden".
Toen de trein station Amsterdam Centraal binnenrolde, sloeg de bekende drukte en hectiek van de hoofdstad me tegemoet. Het voelde vreemd en vertrouwd tegelijk. De laatste keer dat ik hier in de buurt was geweest, droeg ik een baby op mijn arm en droop ik af met een lege beurs en een zwaar gemoed. Nu stapte ik uit met een aktetas vol bewijsmateriaal dat het imperium van de familie de Jong op zijn grondvesten kon doen schudden.
— "We gaan rechtstreeks naar het hoofdkantoor aan de Zuidas," zei mr. Hendrikse terwijl we het perron opliepen. "Agatha de Jong heeft daar om elf uur een spoedvergadering van de raad van bestuur uitgeschreven. Ze vermoedt waarschijnlijk nog niets, maar vandaag zal haar wereld instorten."
De rit met de taxi naar de Zuidas verliep in stilte. De glimmende glazen wolkenkrabbersstonden als koude reuzen tegen de hemel te pronken. Toen we uitstegen voor het indrukwekkende gebouw van de De Jong Groep, voelde ik mijn hartslag in mijn keel kloppen. De marmeren hal was adembenemend luxueus, met blinkende vloeren en beveiligingspoortjes waar zakenmensen in dure pakken gehaast doorheen liepen.
Mr. Hendrikse sprak de receptioniste toe met een rustige, gezaghebbende stem. Dankzij de papieren die we bij ons hadden en de juridische status van het testament werden we niet tegengehouden door de bewaking, maar kregen we direct toegang tot de privélift die leidde naar de bestuursverdieping op de top van het gebouw.
Elke verdieping die we hoger kwamen, leek de lucht ietwat te verdunnen. Toen de liftdeuren zich opendeed op de topetage, stonken we de stilte van pure macht. En daar, aan het einde van de gang, bevond zich de dubbele eikenhouten deur van de boardroom, waar Agatha de Jong vermoedelijk op dat allerhuidige moment haar plannen aan het uiteenzetten was.






