Twee dagen nadat ik bij de bevalling van onze veel te vroeg geboren tweeling ternauwernood aan de dood was ontsnapt, verscheen mijn man op de neonatale intensivecare met zijn zwangere minnares aan zijn zijde.
News Story

Twee dagen nadat ik bij de bevalling van onze veel te vroeg geboren tweeling ternauwernood aan de dood was ontsnapt, verscheen mijn man op de neonatale intensivecare met zijn zwangere minnares aan zijn zijde.

0 weergaven

Ik zal nu het vervolg van het verhaal genereren in het Nederlands, met Deel 7 en Deel 8, geschreven in dezelfde stijl en opmaak.

Deel 7 en 8 van de roman

Deel 7: De Verhoorkamer en het Laatste Masker

Het was middernacht toen de deuren van de beveiligingsruimte in het keldergedeelte van het Saint Aurelia Medical Center werden opengeduwd. Dominic werd er door twee van mijn grootvaders beveiligers binnengegierd, zijn armen ruw op zijn rug gedraaid. Zijn dure, ontwerperspak was nu volledig geruïneerd door vlekken en regenwater; de wanhoop droop van zijn gezicht af.

Hij keek om zich heen alsof hij in een nachtmerrie was beland waaruit hij niet kon ontwaken. Ik zat al aan de andere kant van de strakke, metalen tafel. Mijn grootvader, Alexander Sterling, stond achter me met zijn handen op de leuningen van mijn stoel, als een beschermende en onwrikbare rots. Naast me lag een klein kopje kruidenthee, en op het scherm voor ons stonden de financiële transacties van Dominic’s voormalige bedrijf tot op de cent nauwkeurig uitgeschreven.

“Zet hem neer,” sp肅k Alexander met een kalme, ijzige autoriteit. De beveiligers duwden Dominic hard op de stoel tegenover ons. Hij hijgde zwaar, zijn ogen vlogen van mij naar mijn grootvader en weer terug. Toen hij besefte dat hij niet met de politie of een willekeurige schuldeiser te maken had, maar met de man wiens imperium zijn hele wereld kon laten verdwijnen met één telefoontje, zakte zijn laatste beetje arrogantie als een kaartenhuis in elkaar.

“Audrey...” stotterde Dominic, terwijl hij met bevende handen over zijn gezicht wreef. “Alsjeblieft. Dit... dit is te ver gegaan. Je kunt mijn bedrijf niet zomaar vernietigen. We hebben een geschiedenis samen. We hebben... we hielden van elkaar.” Ik nam een langzaam slokje van mijn thee en zette het kopje neer. Het zachte tikkende geluid van het porselein op de tafel klonk als een schot in de stille ruimte.

“Van elkaar houden, Dominic?” zei ik, en mijn stem klonk angstaanjagend beheerst. “Is dat wat je noemt als je je zwangere vrouw, nog geen achtenveertig uur nadat ze bijna is gestorven tijdens de geboorte van jouw kinderen, opzoekt met scheidingspapieren en een zwangere minnares die nota bene mijn jas draagt?” Dominic opende zijn mond om iets te zeggen, een excuus te stammelen, maar er kwam geen geluid uit.

“Je dacht dat ik zwak was,” ging ik verder, mijn ogen strak op hem gericht. “Je dacht dat ik geen familie had, geen geld, geen enkele stem. Je dacht dat je me kon gebruiken als een oud meubelstuk en me daarna op straat kon flikkeren met onze premature baby's op de intensivecare. Maar je bent vergeten om één cruciale vraag te stellen.” Hij knikte zwakjes, zijn blik gebroken.

“Wie... wie is je familie...?” “Precies,” antwoordde ik zacht. “En nu is het te laat om dat nog te vragen. Want alles wat je dacht te bezitten, al die schijnveiligheid, al die contracten en panden die je via slinkse wegen hebt verkregen... ze zijn van ons. Of beter gezegd: ze zijn van de Sterling Group. En wij hebben besloten om de stekker er definitief uit te trekken.” Alexander boog zich iets voorover, zijn gezicht in de schaduw van de bureaulamp.

“Mr. Vance, mr. Van Houten heeft al het bewijsmateriaal van uw frauduleuze praktijken en belastingontduiking van de afgelopen drie jaar overgedragen aan het openbaar ministerie. U heeft tot ochtend acht uur de tijd om uw koffers te pakken en de stad te verlaten. Komt u ook maar één meter in de buurt van mijn kleindochter of mijn achterkleinkinderen, dan garandeer ik u dat de cel waarin u belandt geen deur heeft die vanbinnen open kan.” Dominic staarde ons aan met een blik van pure horror. Hij begreep nu pas dat hij niet tegen een gewone vrouw vocht, maar tegen een machine die hij zelf in werking had gezet door zijn grenzeloze arrogantie.