Deel 9: Het Verlammende Bericht
De woorden van rechercheur De Jong hingen als een zware deken in de keuken. Hun huis is verlaten.
Ik keek hem aan met open mond, de adem stokte in mijn keel. "Verlaten? Hoe bedoelt u, verlaten? Ze zijn vanochtend hier vertrokken om naar huis te rijden. Ze zouden er ruim vier uur over doen!"
"Dat weten we, mevrouw," antwoordde De Jong, terwijl hij zijn telefoon uit zijn zak haalde en er even op keek. "Maar we hebben een melding gekregen van een buurtbewoner in hun woonplaats. Toen de politie daar polshoogte ging nemen na een anonieme tip, bleek het huis leeg te zijn. De voordeur stond op een kier. Geen auto op de oprit, geen teken van leven. En hun telefoons zijn direct na uw telefoontje van vanochtend uitgeschakeld."
Mijn maag draaide zich om. De wereld leek even stil te staan. Mijn zoon, mijn schoondochter en... mijn kleinkinderen. Waar waren ze in vredesnaam naartoe als ze niet naar huis waren gereden? Hadden ze doorgehad dat Nolan het doosje had achtergelaten? Hadden ze in de gaten gekregen dat de politie al naar hen op zoek was, en waren ze op de vlucht geslagen?
"Nolan..." fluisterde ik, en voor het eerst die dag rolden de tranen ongehinderd over mijn wangen. "De kinderen... zijn ze in gevaar?"
Rechercheur Visser legde voorzichtig haar hand op mijn schouder. "We doen er alles aan om ze te vinden, mevrouw van de Berg. Maar we hebben dit bewijsmateriaal nodig om te begrijpen wat er precies speelt en waar ze mogelijk naartoe zouden kunnen gaan. Heeft Nolan tijdens deze zomer iets gezegd over een andere plek? Een vakantiehuis, een oude vriend van de familie, een plek waar Trevor vroeger graag kwam?"
Ik dacht diep na. Mijn hersenen werkten op volle toeren, maar door de paniek leek alles te vervagen. Ik herinnerde me flarden van gesprekken, verhalen over vroeger. Trevor had als kind een grootouderhuis gehad aan de kust, ver hier vandaan, een oude houten chalet dat al jaren leegstond nadat mijn eigen ouders waren overleden. Maar stond dat chalet er überhaupt nog? En zou hij daarheen zijn gegaan?
"Er... er is een oude plek," stamelde ik, terwijl ik de rechercheurs aankeek. "Een oud chalet aan de kust, in Zeeland. Mijn ouders hadden dat vroeger. Trevor hield er als jongen van. Maar dat staat al jaren leeg, en het dak lekte zo erg dat we dachten dat het onbewoonbaar was..."
De Jong keerde zich meteen naar zijn collega. "Visser, bel het bureau in Zeeland. Vraag of ze patrouilles kunnen sturen naar de kustweg bij Vlissingen, richting dat oude chalet. Snel!"
De vrouwelijke agente knikte kordaat, pakte haar radio en liep haastig naar de gang om te bellen.
Ik bleef achter met de rechercheur aan de keukentafel, staren naar het metalen doosje met de kinderbrieven. Mijn kleinzoon had de moed gehad om dit alles vast te leggen, om zijn eigen kleine geheimen te bewaren in de hoop dat iemand het ooit zou ontdekken. En nu hing alles af van de vraag of we op tijd zouden komen om hem en zijn zusje te redden.
Maar terwijl we daar stonden te wachten op nieuws uit Zeeland, hoorde ik buiten op de tafel een zacht zoemend geluid. Het was mijn eigen mobiele telefoon, die op de hoek van het aanrecht lag. Ik liep erheen en keek op het schermpje. Er kwam een binnenkomend bericht binnen van een onbekend nummer. Ik opende het met trillende vingers, en wat ik zag deed mijn hart bijna stilstaan.






