Deel 10: Het Bericht op Mijn Telefoon
Het scherm van mijn telefoon lichtte fel op in de sombere keuken. Ik keek naar het binnenkomende bericht van dat onbekende nummer. Er stond geen naam bij, alleen een reeks cijfers die ik niet herkende. Met een bonzend hart tikte ik op het scherm om het bericht te openen.
De tekst was kort, maar de inhoud sloeg in als een bom:
“Oma, als u dit leest en de politie is bij u... zeg ze dan dat we niet naar de kust gaan. Hij liegt. We gaan naar het boshuisje in de Ardennen. Hij heeft mama meegenomen. Zorg dat ze komen. Alstublieft.”
Een kreet van pure paniek ontsnapte aan mijn lippen. Ik liet de telefoon bijna uit mijn trillende vingers vallen op de tegelvloer.
Rechercheur De Jong draaide zich onmiddellijk om toen hij mijn reactie hoorde. Hij stapte met grote passen op me af en pakte het toestel uit mijn handen. Zijn ogen vlogen over het schermpje, en zijn professionele kalmte verdween in een fractie van een seconde.
"Van wie is dit bericht?" vroeg hij scherp. "Is dit van Nolan?"
"Ja!" riep ik uit, de tranen stroomden nu over mijn wangen. "Het is van Nolan! Hij zegt dat we niet naar de kust moeten gaan, maar naar een boshuisje in de Ardennen! Hij zegt dat Trevor liegt en dat hij... dat hij mama heeft meegemaakt... nee, meegenomen!"
De Jong handelde met bliksemsnelle precisie. Hij greep naar zijn portofoon en riep zijn collega terug naar binnen. "Visser! Stop de actie richting de kust. We hebben een update. Het kind heeft zojuist contact gezocht. Ze zitten in de Ardennen, in een boshuisje!"
Rechercheur Visser kwam ademloos de keuken binnenstormen, haar blocnote nog in de hand. "De Ardennen? Weet je zeker dat het van hem is?"
"Het komt van zijn oude nummer, of in ieder geval een nummer dat hij blijkbaar ergens vandaan heeft gehaald," antwoordde De Jong, terwijl hij zijn blik weer op mij richtte. "Mevrouw van de Berg, is er een boshuisje in de Ardennen waarvan u weet dat Trevor of uw familie daar banden mee heeft?"
Mijn gedachten schoten terug naar vele jaren geleden. Mijn man zaliger was een fervent natuurliefhebber geweest. Jaren geleden, lang voordat Trevor trouwde, hadden we inderdaad een klein, afgelegen houten boshuisje gehuurd en later bijna gekocht in de Belgische Ardennen, diep in de bossen bij Malmedy. Het stond zo afgelegen dat er geen eens mobiel bereik was, tenzij je op een bepaalde heuvel ging staan. Trevor was daar vroeger vaak geweest als tiener.
"Ja," snikte ik, terwijl ik knikte. "Een boshuisje bij Malmedy. Diep in de bossen. Er is daar bijna geen bereik... Daarom kon hij waarschijnlijk pas nu een bericht sturen toen ze ergens dichter bij de weg of op een open plek waren!"
De Jong knikte beslist. "Dat verklaart waarom zijn telefoons uitstonden en waarom hij dit via een andere weg probeerde. Dit verandert alles. We moeten onmiddellijk de Belgische autoriteiten inschakelen en zelf die kant op gaan. Dit is een ontvoering in het nauw gedreven."
Hij legde zijn hand even stevig op mijn schouder om me moed in te spreken, hoewel ik voelde dat mijn hele lichaam beefde van angst voor wat er daar in dat verre bos zou kunnen gebeuren.
"Blijf hier, mevrouw," zei De Jong terwijl hij naar de voordeur liep. "We houden u op de hoogte van elke stap. Sluit de deur goed achter ons."
Binnen enkele seconden hoorde ik de zware motor van de sedan starten en met piepende banden de oprit afrijden, op weg naar de grens, op weg naar de waarheid. Ik bleef achter in het stille huis, met het metalen doosje op de tafel en een gevoel van totale onzekerheid over wat de toekomst zou brengen. Zouden ze op tijd komen?






