DEEL 7: Bloed op het Marmer
De actie ging zo onwerkelijk snel dat mijn brein het nauwelijks kon verwerken. Het glinsterende zilver van het vleesmes flitste door de lucht, recht op Nora af.
Een kreet ontsnapte uit mijn keel. "Nora, pas op!"
Maar voordat de punt van het mes Nora's borst kon bereiken, greep een gespierde arm Chloe bij haar pols. Het was niet Richard, noch een van de gasten. Het was agent De Vries. Uit pure, wanhopige drang om zijn eigen hachje te redden voor de ogen van zoveel getuigen, draaide hij de arm van Chloe met brute kracht op haar rug.
Het mes kletterde met een schel geluid op de marmeren vloer.
Chloe schreeuwde als een wild dier in een val. "Laat me los! Ze vernietigen alles! Ik heb hier twintig jaar op gewacht!" Ze schopte en spuugde, maar De Vries werkte haar naar de grond, zijn knie pijnlijk in haar onderrug gedrukt.
Ik stormde naar voren en trok Nora in mijn armen. Mijn hart bonsde alsof het uit mijn borstkas wilde breken. Nora was bleek, maar haar ogen waren nog steeds helder en vurig. Maya stond naast haar, haar telefoon nog steeds ferm in de hand, onbewogen door de chaos.
Richard van Vliet stond roerloos aan het hoofd van de tafel. De elite van het land stond geschokt te fluisteren, enkelen belden al met hun advocaten. Richard keek naar de vrouw op de grond, de vrouw waarmee hij was getrouwd om zijn imago te perfectioneren. Zij had zojuist geprobeerd een moord te plegen voor de ogen van dertig invloedrijke getuigen. Het was onvergeeflijk.
"Meneer De Vries," zei Richard met een stem die kouder was dan ijs. "Arresteer deze vrouw onmiddellijk wegens poging tot moord op een van mijn gasten."
Chloe stopte abrupt met worstelen en keek Richard met grote, met mascara uitgelopen ogen aan. "Richard? Wat doe je? Ik ben je vrouw! Ik deed dit voor ons!"
"U bent helemaal niets meer van mij," sprak hij, zonder enige emotie. Hij draaide zich om naar zijn beveiliging, die inmiddels de eetzaal was binnengestormd. "Geleid de gasten naar buiten. Dit diner is afgelopen."
Hij keek naar mij, Maya en Nora. Voor een kort moment kruisten onze blikken. In zijn ogen las ik geen spijt, maar een kille, zakelijke berekening. Hij begreep dat mijn kleindochters hem schaakmat hadden gezet. Hij moest Chloe opofferen om zijn eigen reputatie te redden.
"Jullie," zei hij tegen ons, met een ondertoon van dreiging. "Jullie hebben gewonnen. Voor vanavond. Maar denk niet dat dit over is. Een Van Vliet wordt niet ongestraft in een hoek gedreven."
Terwijl de sirenes buiten al te horen waren – dit keer opgeroepen door de gasten zélf, en niet door Chloe – liepen we door de grote, marmeren hal terug naar de voordeur. De overwinning proefde zoet, maar ook metaalachtig, naar angst en adrenaline. We hadden het overleefd.
Toen we in onze bescheiden auto stapten en wegreden van het landgoed, begon het te regenen. De zware druppels sloegen tegen de voorruit, alsof de lucht de zonden van de avond probeerde weg te wassen.
"We hebben het gedaan, oma," fluisterde Maya, leunend tegen het koude raam.
"Ja," antwoordde ik, terwijl ik mijn trillende handen op het stuur hield. "De politie in Den Haag heeft het bewijs. Chloe zit vast. Richard zal zijn handen van haar aftrekken. Het is voorbij."
Maar ik had het mis.
Want later die nacht, toen we uitgeput in onze bedden lagen in ons vertrouwde huisje, werd ik wakker van een vreemd, tikkend geluid beneden. Het klonk niet als de wind of de regen. Het klonk als glas dat werd weggesneden.
Ik sloop mijn bed uit, pakte de zware zaklamp van mijn nachtkastje en liep behoedzaam de trap af. De vloerplanken kraakten onder mijn gewicht. Onderaan de trap zag ik een schaduw bewegen in de woonkamer.
Het was geen inbreker. Het silhouet stond bij de boekenkast en was systematisch alles op de grond aan het gooien, op zoek naar iets.
Ik knipte de zaklamp aan en richtte de straal op het gezicht van de indringer. Het licht verblindde hem, maar hij draaide zich niet weg. Een glimlach verscheen op zijn gezicht.
Het was niet Chloe. Het was agent De Vries.
"U dacht toch niet," zei hij met een pistool achteloos in zijn hand, "dat Richard mij levend laat als de Rijksrecherche morgen mijn bankrekeningen controleert? Waar zijn de originele opnames, oma?






