DEEL 10 — De man die officieel dood was
Niemand zei iets.
We staarden naar de zwarte doos.
Het geluid kwam opnieuw.
Een korte trilling.
Toen nog één.
Maya deed een stap achteruit.
"Dat is onmogelijk."
Ik keek naar het slot.
"Wat?"
"Er zit iets elektronisch in."
Nora kwam dichterbij.
"Misschien een tracker."
Maya pakte haar telefoon.
"Of een zender."
Ik voelde mijn maag samentrekken.
"Open hem."
"Met wat?"
Ik keek naar de kast.
"Mijn zoon had een oude gereedschapskist."
We vonden hem in de garage.
Na enkele minuten kreeg Maya het slot open.
Binnenin lag geen wapen.
Geen geld.
Geen documenten.
Alleen een oude mobiele telefoon.
Het scherm was gebarsten.
Maar het apparaat stond aan.
Er stond één opgenomen bericht op.
Maya drukte op afspelen.
De stem die door de kamer klonk, deed me verstijven.
Mijn zoon.
"Als je dit hoort, betekent het dat ik gelijk had."
Ik hield mijn adem in.
"Moeder, luister goed. Vertrouw niemand die beweert dat mijn dood een ongeluk was."
Mijn ogen vulden zich met tranen.
"Ik weet dat je denkt dat Richard erachter zit. Misschien is hij betrokken. Maar hij is niet de enige."
Een korte stilte.
"Er is iemand binnen onze familie die al jaren informatie doorgeeft."
De opname kraakte.
Toen zei hij:
"En als ze mij vinden, zullen ze proberen jou en mijn dochters bang te maken."
Maya keek me aan.
"Dochters?"
Mijn hart sloeg over.
Mijn zoon had maar één dochter gehad.
Dat was tenminste wat ik altijd had geloofd.
De opname ging verder.
"Als ik sterf, zoek dan naar Hannah."
Ik keek naar de foto.
"Zij weet wat er werkelijk gebeurde."
Daarna kwam een geluid.
Een deur die hard werd dichtgeslagen.
Mijn zoon fluisterde:
"Ze zijn hier."
De opname stopte.
Niemand bewoog.
Nora was de eerste die sprak.
"Wie is Hannah?"
"Ik weet het niet."
Maya keek naar de foto.
"Dan zoeken we haar."
We pakten mijn laptop.
Ik typte haar naam in.
Er verschenen tientallen resultaten.
Maar geen enkele paste.
Tot Maya een oude database vond.
Een nieuwsbericht uit twintig jaar geleden.
Lokale verpleegkundige Hannah Vermeer vermist na getuigenverklaring.
Mijn adem stokte.
"Verpleegkundige?"
Maya las verder.
"Hannah werkte in het ziekenhuis waar je zoon de laatste maanden van zijn leven werd behandeld."
Ik herinnerde me haar plotseling.
Een jonge vrouw met donker haar.
Ze had me na de dood van mijn zoon omhelsd.
Ze had toen iets gezegd.
Iets wat ik nooit was vergeten.
"Hij probeerde u te beschermen."
Ik had gedacht dat ze bedoelde dat hij me tegen verdriet wilde beschermen.
Maar misschien bedoelde ze iets anders.
Maya scrolde verder.
"Hier staat dat Hannah drie dagen na de begrafenis verdwenen is."
Nora keek op.
"Misschien is ze dood."
Maya schudde haar hoofd.
"Dat staat nergens."
Toen vonden we iets vreemds.
Een oud paspoortnummer.
Een nieuwe naam.
Een vrouw met bijna dezelfde geboortedatum.
Maya keek naar mij.
"Hannah leeft."
"Waar?"
Maya slikte.
"Ze woont in Rotterdam."
Ik voelde mijn hart sneller kloppen.
"Bel haar."
Maya deed het.
Een keer.
Geen antwoord.
Twee keer.
Niets.
Bij de derde poging werd er opgenomen.
Een vrouwenstem.
"Wie is dit?"
Maya zei:
"Mijn naam is Maya van der Berg."
Stilte.
Toen veranderde de ademhaling aan de andere kant.
"Van der Berg?"
"Ja."
De vrouw zei niets.
Maya keek naar mij.
"Wij zoeken Hannah Vermeer."
Een lange stilte.
Toen kwam het antwoord.
"Die vrouw bestaat niet meer."
"Wie bent u dan?"
De vrouw begon zacht te huilen.
"Jullie hadden nooit moeten bellen."
Toen werd de verbinding verbroken.
Maya keek me aan.
"Ze weet wie we zijn."
Op dat moment kwam er een bericht binnen.
Een foto.
Van mijn huis.
Genomen vanaf de straat.
Daaronder stond:
GA NIET NAAR ROTTERDAM.
Nora fluisterde:
"Oma..."
Ik keek naar het raam.
Aan de overkant van de straat stond een zwarte auto.
De motor draaide.
En achter het stuur zat een vrouw.
Ik kende haar gezicht.
Het was Hannah.
Maar ze keek niet naar ons.
Ze keek naar iemand achter zich.
Alsof ze bang was.
Toen stapte ze uit.
En rende weg.
* * *






