Deel 4: De onbekende aan de deur
De jonge vrouw in de deuropening ademde zwaar, alsof ze een lange reis had gemaakt of had gerend. Ze droeg een simpele regenjas en had natte blonde lokken die tegen haar voorhoofd plakten. “Mark,” zei ze met een stem die over de gang galmde. “Je reageerde niet op mijn berichten. Ik moest je spreken. Het gaat om het geld.” Mark deed een stap naar achteren, zijn gezicht bleek als een lijk.
“Ben je gek geworden? Wat doe jij hier? Je mag hier helemaal niet zijn!” siste hij, terwijl hij probeerde de deur achter zich dicht te trekken. Maar ik schoot naar voren en hield mijn hand tegen de deurpost. “Laat haar binnen, Mark,” sprak ik met een stem die geen tegenspraak duldde. Mijn zoon keek me aan met paniek in zijn ogen. “Nee, mam, alsjeblieft, dit hoor jij niet te weten...” “Laat die deur open!” beval ik hem.
De jonge vrouw keek me aan met grote, angstige ogen waarin een vreemde herkenning lag. Ze duwde de deur verder open en stapte de hal binnen. Ik liep terug naar de woonkamer en gebaarde dat ze mee moest komen. Mijn schoondochter stond verstijfd bij de bank, totaal verbijsterd door deze bizarre wending van de avond. De vreemdelinge nam plaats op de rand van de fauteuil, haar handen strak om haar handtas geklemd.
“Wie ben jij?” vroeg ik zo kalm mogelijk, hoewel mijn hart in mijn keel bonst. De vrouw keek naar Mark, die met neergedrukte schouders de kamer binnenkwam en in een hoek ging staan. “Ik... ik ben Lisa,” zei ze zacht. “En ik ben de kleindochter van de zakenpartner met wie jouw man destijds die rekening heeft opgezet, mevrouw de Vries.” Mijn wenkbrauwen fronsten zich diep.
“Zakenpartner? Mijn man had geen zakenpartner in Zwitserland. Hij werkte zijn hele leven bij de gemeente en had een kleine aannemerij.” Lisa schudde haar hoofd. “Nee. Niet officieel. Dat dacht u misschien. Maar mijn opa en uw man hebben in de jaren negentig samen een investeringsfonds gehad dat... nou ja, laten we zeggen dat het niet helemaal legaal was opgebouwd, maar het heeft levens gered.” Mark sprong op.
“Hou je mond, Lisa! Dat hoeft ze allemaal niet te weten!” Lisa keek hem fel aan. “Waarom niet, Mark? Omdat je al twintig jaar liegt tegen iedereen? Omdat jij degene bent die de echte problemen heeft veroorzaakt en nu net doet alsof je de onschuldige zoon bent?” Ze draaide zich weer naar mij toe. “Mevrouw de Vries, uw man heeft die rekening destijds niet geopend voor de lol.
Mark had in de schulden gezeten bij gevaarlijke lieden. Uw man heeft toen illegaal kapitaal weggesluisd van dat fonds om Mark vrij te kopen. Maar er is een fout gemaakt in de documenten. Een fout waardoor de helft van dat geld nooit is opgeëist en nu... nu is het vrijgegeven door een verjaringstermijn van bankrekeningen in het buitenland.” Mijn adem stokte.
Dus het ging niet om vier keer zoveel geld... het ging om een bedrag dat groot genoeg was om hele bedrijven te kopen. En dat geld stond nu op het punt om op de rekening van Mark gestort te worden. “En waarom kom jij daar nu pas mee naar voren, Lisa?” vroeg ik scherp. Lisa beet op haar lip. “Omdat Mark mij heeft beloofd dat we het zouden delen zodra het vrijkwam.
Zodat ik kon studeren en mijn moeder kon helpen. Maar vanmiddag kreeg ik te horen dat hij alles voor zichzelf wil houden. Hij heeft mij gedreigd dat ik niets krijg als ik mijn mond open doe.” Mark werd woedend, deed een uitval naar haar toe en schreeuwde: “Dat is een vuile leugen! Jij wilde mij chanteren!” Voor ik kon reageren, ging de telefoon in mijn hand over.
Het was weer de notaris. Met trillende vingers nam ik op. “Mevrouw de Vries,” zei meester van der Linden opgewonden. “Er is zojuist een automatische overboeking binnengekomen op die Zwitserse rekening. Het bedrag is zojuist vrijgegeven en overgemaakt naar de Nederlandse hoofdrekening van uw zoon. Het is officieel van hem.” Ik keek naar Mark, die op dat moment triomfantelijk en bezweet naar zijn telefoon greep waarvan het scherm oplichtte met een melding van de bank.






