DEEL 11 — Een nieuw begin in de lente
De koude wintermaanden gleden langzaam voorbij en maakten plaats voor de eerste zachte zonnestralen van de lente. De natuur ontwaakte, en met haar ontwaakte ook mijn eigen leven. Na een grondige medische controle in het ziekenhuis bleek de maagpijn gelukkig te wijten te zijn aan langdurige stress en spanning, en niet aan een ernstige ziekte. Met een streng dieet en voldoende rust verdween de pijn als sneeuw voor de zon.
De juridische afwikkeling van het pand aan de Lindelaan nam enkele maanden in beslag, maar uiteindelijk wees de rechtbank het eigendom volledig toe aan mij, conform het testament van Clara. Het huis stond leeg; Jons en Sabine hadden bij hun vertrek alles meegenomen wat ze konden dragen, inclusief de meubels die ze destijds met geleend geld hadden aangeschaft. Maar het huis zelf stond er nog, stevig en trots, precies zoals Clara het destijds had bedoeld.
Op een zonnige aprildag stond ik in de tuin van de Lindelaan. De hortensia's die ik jaren geleden had geplant, begonnen alweer voorzichtig uit te lopen. Mevrouw De Vries liep langs de heg en groette me met een brede lach.
"Mooi weer hè, Thomas?" zei ze. "Het wordt tijd dat je hier weer komt wonen. Dit huis hoort bij jou, niet bij die parasieten."
Ik knikte dankbaar. "Dank je wel, Marie. Ik denk dat het inderdaad tijd wordt om terug te keren naar waar ik hoor."
Niet lang daarna verhuisde ik terug naar het huis aan de Lindelaan. Niet als klusjesman, niet als slaafse hulp die op afroep klaarstond, maar als eigenaar en bewoner. Noah kwam elk weekend logeren. We bakten pannenkoeken in de keuken, speelden spelletjes in de tuin en praatten over de dingen die een opa en een kleinzoon bespreken. Jons had ik in al die maanden amper gezien, afgezien van een paar boze berichten waarin hij mij de schuld gaf van al zijn mislukkingen. Ik liet ze ongelezen. Soms moet je boeken sluiten om te zorgen dat je je eigen leven kunt vervolgen.
En Sabine? Die was met de noorderzon vertrokken naar een andere stad, nadat Jons door al zijn geld en bezittingen heen was en de relatie definitief op de klippen was gelopen. Jons woonde inmiddels in een klein, sober studio-appartement aan de rand van de stad, waar hij eindelijk moest leren wat het betekent om op eigen benen te staan.






