DEEL 4 – PROJECT SILVER
De woorden bleven in mijn hoofd rondspoken.
NIET VOOR DRINKEN.
Een waarschuwing.
Maar voor wie?
Voor mij?
Of voor iemand die wist dat deze beker ooit gevonden zou worden?
De rechercheur zette de zilveren beker voorzichtig in een speciale zak.
Iedereen in de kamer keek ernaar alsof het een bom was die elk moment kon ontploffen.
"Waar is Margaret gebleven?" vroeg Dr. Hayes.
De jonge agente schudde haar hoofd.
"De camera's buiten hebben haar gevolgd tot aan de parkeerplaats."
"Daar stapte ze in een zwarte Mercedes."
"Maar vijf minuten later was de auto leeg."
"Ze is verdwenen."
Mijn benen voelden zwak.
Mijn schoonmoeder had maandenlang naast mijn bed gezeten.
Ze had mijn hand vastgehouden.
Ze had gelachen wanneer ik bang was.
Ze had gezegd:
"Je bent als een dochter voor mij, Anna."
Maar ondertussen...
Had ze mij elke ochtend iets gegeven waarvan ik niet eens wist wat het was.
De rechercheur keek naar mij.
"Mevrouw Mitchell, we moeten u een paar vragen stellen."
Ik knikte.
"Vraag maar."
"Wanneer begon u de drank uit de beker te krijgen?"
"Rond mijn derde zwangerschapsmaand."
"Wie maakte het klaar?"
"Meestal Margaret."
"Was uw man erbij?"
Ik dacht na.
En toen herinnerde ik me iets.
Een moment dat ik maandenlang had genegeerd.
"Nathan stond soms in de keuken."
"Maar hij zei altijd dat hij alleen controleerde of alles veilig was."
De rechercheur schreef iets op.
"Nog een vraag."
"Heeft uw man ooit geprobeerd u ervan te overtuigen dat andere mensen gevaarlijk voor u waren?"
Mijn ogen vulden zich met tranen.
"Ja."
"Mijn familie."
"Mijn vrienden."
"Iedereen behalve hij en zijn moeder."
Dr. Hayes keek bezorgd.
"Anna, hoe vaak mocht u uw ouders bezoeken?"
Ik slikte.
"Steeds minder."
"Eerst zei hij dat lange autoritten slecht waren."
"Daarna zei hij dat mijn ouders te veel stress veroorzaakten."
"Uiteindelijk mocht ik alleen nog bellen als hij erbij was."
Niemand zei iets.
Omdat iedereen begreep wat er gebeurde.
Nathan had geen patiënt behandeld.
Hij had een gevangene gemaakt.
Plotseling piepte de telefoon van de rechercheur.
Hij keek naar het scherm.
Zijn uitdrukking veranderde.
"Dat is onmogelijk."
"Wat?"
vroeg zijn collega.
Hij draaide het scherm om.
Er stond een bericht van een onbekend nummer.
Maar de foto die erbij zat...
Was van mij.
Van mij terwijl ik sliep.
In mijn eigen slaapkamer.
Mijn hart stopte bijna.
"Wanneer is deze foto gemaakt?"
vroeg Dr. Hayes.
De rechercheur keek naar de datum.
"Gisteravond."
Mijn handen gingen naar mijn mond.
Gisteravond?
Maar gisteravond was Nathan thuis geweest.
Hij had naast mij gezeten.
Hij had mijn buik gekust.
Hij had gezegd:
"Nog een paar weken, liefje. Dan begint ons echte leven."
Ik voelde misselijkheid opkomen.
Niet door de zwangerschap.
Door de gedachte dat de man naast mij misschien helemaal niet de persoon was die ik dacht.
De rechercheur pakte een andere map.
"Er is nog iets."
Hij haalde een oud document tevoorschijn.
"Deze kliniek heeft vijftien jaar geleden een onderzoek uitgevoerd."
"Onder leiding van een arts genaamd..."
Hij stopte even.
Alsof hij de naam niet wilde uitspreken.
"...Dr. Nathan Mitchell."
Ik keek hem geschokt aan.
"Maar Nathan is pas veertig."
"Dit onderzoek begon toen hij nog een student was."
Dr. Hayes pakte het document.
Haar ogen gingen snel over de pagina's.
Toen werd ze bleek.
"Nee..."
fluisterde ze.
"Wat?"
vroeg ik.
Ze keek naar mij.
"Anna..."
"Je man heeft dit niet voor het eerst gedaan."
Een koude rilling ging door mijn lichaam.
"Wat bedoelt u?"
Ze draaide het document om.
Op de laatste pagina stonden namen.
Vrouwen.
Tien vrouwen.
Allemaal zwanger.
Allemaal verdwenen uit het onderzoek.
En onderaan stond een handtekening.
Niet van Nathan.
Maar van iemand anders.
Iemand die ik kende.
Iemand die ik elke ochtend in mijn slaapkamer had binnengelaten.
Margaret Mitchell.
Op dat moment ging de deur van de kliniek open.
Iedereen draaide zich om.
Een vrouw stond in de ingang.
Haar gezicht was bleek.
Haar kleding was nat van de regen.
En ze hield een oude envelop vast.
"Anna..."
zei ze zacht.
"Ik weet wat Nathan en Margaret met jou van plan zijn."
Ze liep langzaam naar binnen.
"Want ik was hun eerste slachtoffer."






