DEEL 2 – HET GEHEIM VAN DE ZILVEREN BEKER
Dr. Hayes bleef enkele seconden roerloos naar het scherm staren.
De kamer werd doodstil.
Zelfs Nathan, die buiten tegen de glazen deur bonkte, leek ineens ver weg.
"Vergroot nog verder," zei Dr. Hayes met een ongewone kalmte.
De verpleegkundige zoomde opnieuw in.
De zilveren beker vulde nu bijna het hele beeld.
Langs de rand liep een sierlijke gravure van bloemen en klimop. Maar het was niet het patroon dat Dr. Hayes had doen verstijven.
Aan de binnenkant van de beker zag ze een dunne, donkergrijze aanslag.
Een aanslag die zij eerder had gezien.
Heel vaak.
Bij patiënten die langzaam waren vergiftigd.
Ze draaide zich onmiddellijk naar mij.
"Anna... hoe lang drinkt u hier al uit?"
Ik slikte.
"Vanaf de twaalfde week van mijn zwangerschap."
"Elke dag?"
Ik knikte.
"Geen enkele dag overgeslagen."
Mijn stem begon te trillen.
"Margaret zei dat het een oud familierecept was."
Dr. Hayes kneep haar lippen op elkaar.
"En smaakte het altijd hetzelfde?"
Ik dacht terug.
Sommige dagen was het bitter.
Andere dagen zoet.
Soms kreeg ik misselijkheid.
Soms viel ik urenlang in slaap.
Nathan zei altijd hetzelfde.
"Dat hoort bij de zwangerschap."
Ik had hem geloofd.
Hij was arts.
Mijn echtgenoot.
De vader van mijn kind.
Waarom zou ik aan hem twijfelen?
Dr. Hayes draaide zich om naar de verpleegkundige.
"Bel onmiddellijk het laboratorium."
"Met spoed."
"En waarschuw de beveiliging dat niemand deze afdeling binnenkomt."
De verpleegkundige pakte direct de telefoon.
Buiten werd Nathan steeds agressiever.
Hij sloeg opnieuw met zijn vuist tegen het glas.
"Anna!"
"Ik weet dat je daar bent!"
"Open die deur!"
De receptioniste schudde haar hoofd.
De deuren bleven gesloten.
Margaret legde een hand op Nathans arm.
Ze fluisterde iets.
Plotseling stopte hij met schreeuwen.
Hij haalde diep adem.
Daarna verscheen weer die rustige glimlach die al zijn patiënten vertrouwden.
Hij streek zijn doktersjas glad.
Alsof hij elk moment een televisie-interview ging geven.
"Ik ben haar echtgenoot," zei hij vriendelijk tegen de beveiliging.
"Mijn vrouw is zwanger."
"Ze is emotioneel."
"Ze begrijpt niet wat ze doet."
"Laat mij gewoon even met haar praten."
De beveiliger keek niet onder de indruk.
"De arts heeft opdracht gegeven dat niemand naar binnen mag."
Nathan glimlachte nog steeds.
Maar zijn ogen...
Die glimlach bereikte zijn ogen niet.
Ik voelde kippenvel.
Voor het eerst zag ik de man achter het perfecte masker.
Dr. Hayes draaide zich weer naar mij.
"Anna."
"Ik wil u iets vragen."
"En ik wil dat u eerlijk antwoordt."
Ik knikte langzaam.
"Heeft uw man ooit uitgelegd welke vitamines hij u precies gaf?"
"Nee."
"Heeft u ooit de verpakking gezien?"
"Nee."
"Heeft u ooit gevraagd waarom hij alle controles zelf uitvoerde?"
Ik zweeg.
Dat had ik inderdaad gevraagd.
Één keer.
Hij had zacht gelachen.
"Waarom zou jij een vreemde arts vertrouwen als je met de beste bent getrouwd?"
Ik had dat romantisch gevonden.
Nu voelde het als een dreigement.
De deur van de onderzoekskamer ging open.
Een oudere laborant kwam haastig binnen.
Hij droeg een afgesloten transportkoffer.
"We hebben de eerste bloedanalyse."
"Zo snel al?"
vroeg ik verbaasd.
Hij knikte.
"De spoedscanner gaf direct een afwijking."
Mijn adem stokte.
Dr. Hayes pakte het rapport.
Ze las de eerste regels.
Toen werd haar gezicht lijkbleek.
Ze keek opnieuw.
Nog een keer.
Alsof ze hoopte dat ze verkeerd gelezen had.
"Onmogelijk..."
fluisterde ze.
"Wat is er?"
vroeg ik.
Niemand antwoordde.
Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen.
"Dokter..."
zei ik opnieuw.
"Zeg alsjeblieft iets."
Ze legde het papier langzaam neer.
"Anna."
"In uw bloed zit een stof die absoluut niet voorkomt in prenatale vitamines."
Mijn hele lichaam verstijfde.
"Welke stof?"
Ze keek mij recht aan.
"Een medicijn dat normaal alleen wordt gebruikt om ernstige psychiatrische patiënten langdurig te verdoven."
Ik voelde de grond onder mij verdwijnen.
"Nee..."
"Dat kan niet."
"Ik heb nooit..."
"Ik neem helemaal geen medicijnen."
"Dat dacht ik al."
antwoordde Dr. Hayes.
"Maar iemand heeft ze u wel gegeven."
Ik begon te huilen.
Niet hard.
Geen schreeuwen.
Alleen stille tranen.
Al die maanden...
Mijn vermoeidheid.
Mijn duizeligheid.
Mijn vergeetachtigheid.
Mijn voortdurende gevoel dat ik mezelf kwijtraakte.
Het was nooit de zwangerschap geweest.
Iemand had mij langzaam veranderd.
En ik wist precies wie dagelijks volledige toegang tot mijn lichaam had.
Nathan.
Mijn telefoon begon opnieuw te trillen.
Bericht na bericht.
Nathan: Anna, luister niet naar die arts.
Nathan: Ze begrijpt jouw dossier niet.
Nathan: Ik doe dit alleen om jou en de baby te beschermen.
Mijn vingers begonnen vanzelf te beven.
Daarna verscheen nog één bericht.
Niet van Nathan.
Maar van Margaret.
Er stond slechts één zin.
"Drink vanavond alsjeblieft nog één keer uit de zilveren beker."
Dr. Hayes las het bericht over mijn schouder mee.
Ze keek me aan.
Toen zei ze zacht:
"Bewaar dit."
"Vanaf dit moment is alles wat zij sturen bewijsmateriaal."
Nog voordat ik kon antwoorden, ging de telefoon van Dr. Hayes af.
Ze luisterde enkele seconden.
Haar gezicht werd gespannen.
"Wat zegt u?"
Ze stond abrupt op.
"Sluit onmiddellijk alle uitgangen."
"Niemand mag vertrekken."
Ze hing op en draaide zich naar ons om.
"De beveiliging heeft zojuist de auto van uw man gecontroleerd."
Mijn hart sloeg een slag over.
"Waarom?"
vroeg ik.
Dr. Hayes antwoordde nauwelijks hoorbaar.
"Omdat er in zijn kofferbak meerdere verzegelde medische dossiers zijn gevonden..."
"...met de namen van andere zwangere vrouwen."
En helemaal bovenop die stapel lag één dossier.
Met mijn naam.
En een datum die pas over drie weken zou plaatsvinden.
De datum waarop mijn bevalling volgens Nathan "gepland" was.






