DEEL 4 – Het meisje op de foto
Ik kon mijn ogen niet van de foto afhalen.
Het meisje in het midden was misschien zes of zeven jaar oud.
Ze droeg een lichtblauwe jurk.
Haar haar zat in twee vlechten.
En hoewel de foto oud was, herkende ik mezelf onmiddellijk.
Niet omdat ik me die dag herinnerde.
Maar omdat ik dezelfde kleine zilveren hanger om mijn nek droeg.
De hanger die mijn moeder mij ooit had gegeven.
De hanger die ik al mijn hele leven bezat.
“Dat ben ik,” fluisterde ik.
Vermeer knikte.
“Ja.”
Timo kwam langzaam dichterbij.
“Dat kan niet.”
Ik keek hem aan.
“Waarom niet?”
“Omdat mijn vader nooit een dochter heeft gehad.”
Vermeer keek hem strak aan.
“Dat is precies wat Willem wilde dat iedereen dacht.”
Ingrid maakte een vreemd geluid.
Ze leek plotseling haar evenwicht te verliezen en greep de rand van de tafel vast.
Ik draaide me naar haar om.
“Wie is die vrouw?”
Ingrid antwoordde niet.
“Wie is zij?”
Nog steeds stilte.
Serena begon zacht te huilen.
Timo keek naar zijn moeder.
“Ken jij haar?”
Ingrid sloot haar ogen.
“Niet hier.”
“Wat bedoel je?”
“Niet hier, Timo.”
Ik voelde de woede in mij oplopen.
“U weet wie zij is.”
Ingrid keek eindelijk naar mij.
Haar gezicht was veranderd.
De arrogante vrouw die mij enkele minuten geleden nog als een indringer had behandeld, was verdwenen.
Er stond alleen angst.
“Je begrijpt niet wat je vraagt.”
“Dan legt u het mij uit.”
“Ik kan het niet.”
“Waarom niet?”
“Omdat Willem me beloofde dat hij het nooit zou vertellen.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Wat nooit zou vertellen?”
Ingrid keek naar Vermeer.
De notaris bleef zwijgen.
Toen zei Timo:
“Wat heeft mijn vader jou beloofd?”
Ingrid keek naar haar zoon.
“Dat ik jou zou beschermen.”
Timo lachte bitter.
“Beschermen? Je hebt mijn geld laten verdwijnen!”
“Dat deed ik voor jou.”
“Bijna driehonderdduizend euro?”
“Je vader wilde alles van je afpakken!”
“Hij heeft mij juist proberen te beschermen!”
De woorden galmden door de kamer.
Ik keek opnieuw naar de foto.
“Wie is mijn moeder?”
Niemand antwoordde.
Toen liep Vermeer naar de deur.
Hij draaide het slot om.
Ik fronste.
“Waarom doet u dat?”
“Omdat wat ik nu ga vertellen nooit buiten deze kamer mag komen voordat u zelf hebt besloten wat u ermee wilt doen.”
Hij ging weer zitten.
“De vrouw op de foto heet Anna de Vries.”
Mijn adem stokte.
Die naam kende ik.
Niet persoonlijk.
Maar uit mijn jeugd.
Mijn moeder had ooit gezegd dat mijn biologische moeder overleden was toen ik klein was.
“Anna de Vries was…” begon ik.
“De eerste vrouw van Willem,” zei Vermeer.
Ik voelde mijn benen slap worden.
Timo keek alsof hij een klap had gekregen.
“Mijn vader was getrouwd vóór mijn moeder?”
Vermeer knikte.
“Ja.”
Ingrid fluisterde:
“Dat huwelijk is nooit officieel ontbonden.”
Timo keek haar aan.
“Wat?”
“Willem en Anna waren nog steeds getrouwd toen hij met mij trouwde.”
Ik staarde haar aan.
“Dus…”
Mijn stem brak.
“Dus ik ben zijn dochter?”
Vermeer knikte.
“Biologisch wel.”
Timo deed een stap achteruit.
“Dat betekent dat…”
“Dat betekent,” zei Vermeer rustig, “dat jij en Timo halfbroer en halfzus zijn.”
De wereld leek even stil te staan.
Ik keek naar Timo.
Hij keek naar mij.
Voor het eerst zat er geen woede in zijn ogen.
Alleen ongeloof.
“Waarom heeft niemand mij dit verteld?”
Vermeer antwoordde:
“Omdat Willem bang was dat de waarheid jullie allebei zou vernietigen.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Maar waarom heeft hij mij dan niets verteld?”
“Hij probeerde het.”
“Wanneer?”
“Een maand voordat hij stierf.”
Ik keek hem aan.
“Wat gebeurde er?”
Vermeer zuchtte.
“Hij wilde u ontmoeten.”
Mijn ogen vulden zich met tranen.
“En?”
“Hij kwam niet.”
“Waarom?”
Vermeer keek naar Ingrid.
“Hij werd tegengehouden.”
Ingrid schudde heftig haar hoofd.
“Niet door mij.”
Vermeer haalde een vel papier uit de map.
“Willem schreef die avond een brief.”
Hij legde hem voor mij neer.
Op de envelop stond mijn naam.
Mijn vingers trilden toen ik hem opende.
Er stond maar een korte tekst.
Lieve Eva,
Als je dit leest, heb ik waarschijnlijk niet meer de moed gehad om het zelf te vertellen.
Je bent mijn dochter.
Maar dat is niet het enige wat ik voor je verborgen heb.
Je moeder is niet gestorven zoals jij altijd hebt gehoord.
Ik stopte met lezen.
Mijn hart leek stil te staan.
Ik keek naar Vermeer.
“Wat bedoelt hij?”
De notaris zei niets.
Ik las verder.
Anna leeft.
De brief gleed bijna uit mijn handen.
“Mijn moeder leeft?”
Vermeer knikte langzaam.
“Ja.”
“Waar is ze?”
Hij antwoordde niet.
Ik keek naar Timo.
Zelfs hij was sprakeloos.
Toen klonk er plotseling een harde tik tegen het raam.
Iedereen schrok.
Buiten stond niemand.
Maar op de vensterbank lag iets.
Een kleine bruine envelop.
Vermeer liep ernaartoe en opende het raam.
Hij pakte de envelop op.
Op de voorkant stond met zwarte inkt één zin:
STOP MET ZOEKEN NAAR ANNA DE VRIES.
Ik keek naar Vermeer.
“Wie heeft dat daar neergelegd?”
Hij draaide de envelop om.
Op de achterkant stond een tweede zin.
OF DE VOLGENDE DOOD IS GEEN ONGELUK.






