DEEL 3 – De naam op het contract
Niemand zei iets.
De stilte in de kamer voelde zwaarder dan de woorden die Vermeer zojuist had uitgesproken.
Ik keek naar Timo.
Hij zat roerloos op zijn stoel, maar ik zag hoe zijn vingers zich om de armleuning klemden.
“Waarom kijkt u naar mij?” vroeg hij uiteindelijk.
Vermeer antwoordde niet meteen.
Hij pakte een ander document uit zijn aktetas en legde het voor zich neer.
“Willem heeft mij uitdrukkelijk verboden om u het antwoord te geven.”
Timo sprong overeind.
“Verboden? Hij is dood!”
“Dat weet ik,” zei Vermeer kalm. “Maar zijn laatste wil is nog steeds zijn laatste wil.”
Timo sloeg met zijn hand op tafel.
“Mijn vader was ziek! Misschien wist hij helemaal niet meer wat hij deed!”
Ik voelde een vreemde spanning door mijn lichaam trekken.
Ik had Willem nauwelijks gekend.
Toch had hij mij iets nagelaten wat zijn eigen zoon niet kreeg.
Waarom?
En vooral: waarom moest ik degene zijn die de waarheid achter zijn laatste jaren ontdekte?
“Mijnheer Vermeer,” zei ik, “ik wil weten waarom Willem mij hierin heeft betrokken.”
De notaris keek me lang aan.
“Dan moeten we terug naar vier jaar geleden.”
Ingrid trok plotseling haar adem in.
Het was maar een klein geluid.
Maar ik hoorde het.
Vermeer ook.
Hij keek haar aan.
“U herinnert zich die periode nog goed, mevrouw.”
Ingrid keek weg.
“Waar hebt u het over?”
“Over de verkoop van het familiebedrijf.”
Timo fronste.
“Wat heeft dat hiermee te maken?”
Vermeer schoof een map naar het midden van de tafel.
“Willem bezat destijds een meerderheidsbelang in Van Dalen Logistics. Hij wilde het bedrijf niet verkopen. Toch werd er uiteindelijk een overeenkomst getekend.”
Timo keek naar zijn moeder.
“Jij zei altijd dat vader die beslissing zelf had genomen.”
Ingrid bleef stil.
Serena keek van haar naar Timo.
“Wat probeert u te zeggen?”
Vermeer opende de map.
“Dat Willem de verkoop nooit heeft goedgekeurd.”
Mijn hart sloeg een slag over.
“Maar hoe kan een bedrijf verkocht worden zonder toestemming van de eigenaar?”
“Door fraude,” antwoordde Vermeer.
Het woord bleef in de kamer hangen.
Timo keek verbijsterd.
“Dat is onmogelijk.”
“Niet onmogelijk.”
Vermeer haalde een kopie van een contract tevoorschijn.
“Dit is de overeenkomst waarmee een deel van Willems aandelen werd overgedragen.”
Hij draaide het document naar Timo.
“Dit is Willems handtekening.”
Timo keek ernaar.
“Dus?”
“En dit,” zei Vermeer, terwijl hij een tweede document erbij legde, “is een verklaring van een forensisch handschriftexpert.”
Timo pakte het papier op.
Zijn gezicht veranderde.
“De handtekening is vervalst.”
Ingrid stond abrupt op.
“Dit is belachelijk.”
Vermeer keek haar aan.
“U hebt gelijk.”
Ze knipperde.
“Wat?”
“Het is belachelijk dat iemand dacht hiermee weg te komen.”
Ingrid werd nog bleker.
Ik keek naar haar.
“U wist hiervan.”
Ze lachte nerveus.
“Ik? Natuurlijk niet.”
Maar haar stem trilde.
Timo keek nu ook naar zijn moeder.
“Mam?”
“Ik wist alleen dat je vader problemen had met het bedrijf.”
“Dat zei je nooit.”
“Ik wilde je niet belasten.”
Vermeer schudde langzaam zijn hoofd.
“Dat is niet wat Willem in zijn notities heeft geschreven.”
Hij haalde een klein zwart notitieboek uit zijn tas.
“Uw vader heeft de afgelopen twee jaar bijna alles bijgehouden.”
Hij bladerde door de pagina's.
“Betalingen. Telefoongesprekken. Afspraken.”
Hij stopte.
“En één naam komt steeds terug.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Welke naam?”
Vermeer keek mij aan.
Toen schoof hij het notitieboek naar mij toe.
Op de geopende pagina stond slechts één regel.
‘Als mij iets overkomt, vertrouw dan niemand die zegt dat het voor Timo was.’
Daaronder stond een naam.
Serena.
Ik voelde mijn gezicht warm worden.
“Dat is onmogelijk.”
Serena begon te huilen.
“Wacht…”
Timo draaide zich naar haar om.
“Wat heeft jouw naam in vaders notitieboek te zoeken?”
Serena schudde haar hoofd.
“Ik weet het niet.”
“Niet liegen!”
“Ik lieg niet!”
Ingrid greep haar arm.
“Serena, zeg niets meer.”
Dat ene zinnetje veranderde alles.
Timo keek langzaam naar zijn moeder.
“Waarom mag Serena niets zeggen?”
Ingrid liet haar los.
“Ik probeer alleen te voorkomen dat je een fout maakt.”
“Welke fout?”
Niemand antwoordde.
Ik keek opnieuw naar het document.
De naam Serena stond er niet alleen.
Er stond ook een datum.
Drie dagen vóór de verkoop van het bedrijf.
En naast die datum stond een bedrag.
€85.000.
Mijn ogen gingen naar Vermeer.
“Wat is dit?”
“Een betaling.”
“Aan wie?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Dat weten we nog niet.”
“Maar u zei dat Willem alles had bijgehouden.”
“Hij wist dat er geld was overgemaakt. Hij wist alleen niet naar welke rekening.”
Timo liep naar het raam.
“Dus iemand heeft mijn vader bedrogen, zijn bedrijf verkocht en geld meegenomen.”
Vermeer knikte.
“Waarschijnlijk.”
“En mijn schuld van €247.000?”
“Daar komen we zo op.”
Hij haalde nog een document tevoorschijn.
“Uw vader heeft namelijk iets anders ontdekt.”
Hij legde het voor Timo neer.
“De lening die u kreeg, was onderdeel van een plan.”
Timo keek hem aan.
“Welk plan?”
“Willem wilde u financieel onafhankelijk maken.”
“Dat was alles?”
“Nee.”
Vermeer wees naar een clausule.
“Hij wilde voorkomen dat iemand anders toegang kreeg tot uw vermogen.”
Timo slikte.
“Wie?”
Vermeer keek naar Ingrid.
“Uw moeder.”
De stoel achter Ingrid schoof met een schurend geluid over de vloer toen ze achteruit stapte.
“Dat is een leugen.”
Vermeer bleef kalm.
“Uw vader ontdekte dat iemand via uw rekening geld doorsluisde.”
Timo werd lijkbleek.
“Mijn rekening?”
“Ja.”
“Hoeveel?”
Vermeer keek naar het document.
“Bijna €300.000.”
Serena sloeg een hand voor haar mond.
Timo keek naar zijn moeder.
“Mam…”
Ingrid zei niets.
Voor het eerst zag ik geen woede in haar ogen.
Ik zag angst.
Vermeer stond op en pakte zijn aktetas.
“Er is nog één ding.”
Hij liep naar mij toe en gaf me een kleine envelop.
“Willem wilde dat u deze pas kreeg nadat u wist dat zijn familie niet de enige was die geheimen voor u verborgen hield.”
Ik keek naar mijn naam op de voorkant.
Mijn handen begonnen te trillen.
“Wat zit erin?”
Vermeer keek me recht aan.
“Een foto.”
Ik maakte de envelop voorzichtig open.
Er viel één oude foto op tafel.
Ik pakte hem op.
Mijn adem stokte.
Op de foto stond Willem.
Naast hem stond een veel jongere vrouw.
En tussen hen in stond een klein meisje.
Ik kende die vrouw.
Ik kende haar heel goed.
Ik keek langzaam op naar Vermeer.
“Wie is dit meisje?”
Hij antwoordde zacht:
“U.”






