DEEL 16 — WAT MIJN MOEDER HAD GEDAAN
Ik durfde het notitieboekje nauwelijks open te maken.
Toch deed ik het.
De eerste pagina bevatte slechts één zin.
Sophie, vergeef me niet voordat je alles hebt gelezen.
Ik voelde tranen in mijn ogen.
Mijn moeder.
Haar handschrift.
Maar de woorden voelden anders.
Harder.
Alsof ze wist dat ik haar misschien nooit meer zou kunnen vergeven.
Ik las verder.
Ik heb iemand laten vermoorden.
Mijn adem stokte.
Lucas stond naast me.
“Laat mij het zien.”
Ik gaf hem het boek.
Hij las.
Zijn gezicht veranderde.
“Dit is onmogelijk.”
“Waarom?”
Hij keek me aan.
“Omdat ik dacht dat ik alles wist.”
Eva pakte het boek.
“Mijn moeder heeft dit geschreven.”
Ik knikte.
“Maar wie wilde ze laten vermoorden?”
Eva bladerde.
Toen stopte ze.
“Hier.”
Een naam.
David.
Ik keek naar Lucas.
“Dus David had gelijk.”
“Niet noodzakelijk.”
“Hij zei dat mijn moeder de opdracht gaf.”
“Maar dat betekent niet dat ze hem wilde doden.”
Ik keek verder.
Er stond een datum.
3 maart 1999.
En daaronder:
David weet dat ik het geld heb verplaatst.
Ik fronste.
“Welk geld?”
Lucas antwoordde:
“Het geheime fonds.”
Ik las verder.
Het geld dat ooit bedoeld was om slachtoffers te helpen, wordt nu gebruikt om nieuwe slachtoffers te maken.
Mijn moeder had blijkbaar ontdekt dat de Foundation niet meer deed waarvoor mijn grootvader haar had opgericht.
Het geld was verdwenen.
Miljoenen.
Misschien zelfs meer.
En David beheerde de rekeningen.
De volgende pagina maakte alles nog vreemder.
Ik heb Lucas laten verdwijnen om Sophie te beschermen.
Ik keek naar mijn vader.
“Je wist dit?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Nee.”
“Ze heeft jouw dood geregeld.”
“Ja.”
“Waarom?”
“Om jou te beschermen.”
Ik sloeg het boek dicht.
“Dat is steeds hetzelfde antwoord.”
Lucas keek me aan.
“Maar het was waar.”
Eva legde haar hand op mijn arm.
“Sophie.”
Ik opende het boek opnieuw.
Op de volgende pagina stond:
Lucas zal denken dat ik hem heb verraden. Dat moet hij doen. Als hij de waarheid kent, zullen ze hem volgen.
Daaronder:
Sophie moet geloven dat haar vader dood is.
Ik voelde tranen over mijn wangen lopen.
Mijn moeder had mijn hele jeugd een toneelstuk gespeeld.
Niet omdat ze mij niet liefhad.
Maar omdat ze bang was.
Toch bleef één vraag.
Waarom had ze David willen laten vermoorden?
Ik bladerde verder.
David is niet mijn vijand.
Ik keek op.
“Wat?”
Lucas pakte het boek.
Hij las de volgende regels.
Hij is mijn bescherming.
Eva keek verbaasd.
“Wat betekent dat?”
Ik las verder.
Als ik ooit sterf, zal David ervoor zorgen dat Sophie nooit het volledige verhaal krijgt.
Omdat het volledige verhaal haar leven zal vernietigen.
Ik voelde een koude rilling.
David had me dus niet alleen bedreigd.
Hij had mij jarenlang beschermd.
Maar waarom?
Op de laatste pagina stond een adres.
Een oud huis aan de rand van de stad.
En daaronder:
Ga alleen.
Ik keek naar Lucas.
“Nee.”
“Wat?”
“Mijn moeder wilde dat ik alleen ging.”
Lucas schudde zijn hoofd.
“Dan gaan we allemaal.”
Maar toen begon mijn telefoon te trillen.
Een bericht.
Je vader liegt tegen je.
Ik keek naar het scherm.
Een tweede bericht.
Hij was niet de man die je moeder vertrouwde.
Een derde.
Vraag hem wat er gebeurde op 17 juli 1998.
Ik keek naar Lucas.
“Wat gebeurde er op 17 juli 1998?”
Zijn gezicht werd onmiddellijk bleek.
Eva keek hem aan.
“Papa?”
Lucas zweeg.
Ik stond op.
“Wat gebeurde er?”
“Dat was de nacht waarop je moeder verdween.”
“Je zei dat ze was vermoord.”
“Ja.”
“Je was erbij?”
Lucas keek naar mij.
“Ik heb haar gevonden.”
“Levend?”
Hij knikte.
Mijn hart sloeg sneller.
“En?”
“Ze was gewond.”
“Waar?”
“Bij het oude landhuis.”
“Wat gebeurde daarna?”
Lucas keek naar Eva.
“Ze gaf me een opdracht.”
“Welke?”
“Dat ik jou moest meenemen.”
Ik verstijfde.
“Waarom?”
“Omdat ze wist dat ze niet lang meer zou leven.”
“En toen?”
“Ze vroeg me om je nooit de waarheid te vertellen.”
Ik voelde mijn keel dichtknijpen.
“Welke waarheid?”
Lucas antwoordde:
“Dat jij niet haar enige dochter bent.”
Ik keek naar Eva.
Zij werd bleek.
“Wat?”
Lucas keek naar haar.
“Er was nog iemand.”
Ik fluisterde:
“Een derde kind?”
Hij knikte.
“Een meisje.”
Eva begon te huilen.
“Waar is ze?”
Lucas antwoordde niet.
Ik greep zijn arm.
“Waar is mijn zus?”
Hij fluisterde:
“Dood.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Nee.”
“Sophie…”
“Nee.”
Ik keek naar het notitieboek.
Op de allerlaatste pagina stond een zin die ik eerder niet had gezien.
Met rode inkt.
Ze is niet dood.
Daaronder:
Ze leeft onder de naam die jij kent.
Ik voelde mijn hart stoppen.
Eva las de woorden.
“Welke naam?”
Ik keek naar Lucas.
Hij antwoordde niet.
Toen hoorde ik Sarah achter ons.
Ze fluisterde:
“Sophie…”
Ik draaide me om.
“Wat?”
Sarah stond met haar telefoon in haar hand.
Ze keek alsof ze een geest had gezien.
“Ik heb net een foto ontvangen.”
“Van wie?”
Ze draaide het scherm naar mij.
Ik zag een jonge vrouw.
En ik kende haar.
Iedereen kende haar.
Ze was al jaren onderdeel van mijn leven.
Ik keek naar Sarah.
“Dat kan niet.”
Sarah knikte.
“Dat dacht ik ook.”
Op het scherm stond:
Je zoekt naar je derde zus.
Maar ze staat al die tijd naast je.






