DEEL 14 — DE DOCHTER DIE IK NOOIT HAD GEKEND
De duisternis duurde misschien maar enkele seconden.
Maar het voelde als minuten.
Sarah greep mijn arm.
“Blijf bij me.”
Toen sprong het licht weer aan.
Lucas stond nog steeds in de gang.
Maar zijn gezicht was veranderd.
Hij keek niet langer verrast.
Hij keek bang.
“Ze weten dat jullie hier zijn.”
“Wie?”
“De mensen die mij twintig jaar geleden dood verklaarden.”
Ik liep naar hem toe.
“Waarom hebben ze je dood laten verklaren?”
Hij keek me aan.
“Omdat ik iets had ontdekt.”
“Wat?”
“Wie jouw moeder werkelijk heeft verraden.”
Ik voelde mijn hartslag in mijn keel.
“Je weet wie het is?”
“Ja.”
“Wie?”
Hij keek naar Sarah.
“Niet hier.”
Sarah knikte.
We gingen naar een kleine kamer achter het archief.
Lucas sloot de deur.
Toen haalde hij een oude foto uit zijn jas.
“Dit is mijn andere dochter.”
Hij legde de foto op tafel.
Ik keek ernaar.
Het meisje.
Dezelfde ogen.
Hetzelfde donkere haar.
Maar ik kende haar niet.
“Hoe heet ze?”
Lucas antwoordde:
“Eva.”
Ik slikte.
“Waar is ze?”
“Dat weet ik niet.”
“Je weet niet waar je eigen dochter is?”
“Ik wist waar ze was.”
Hij keek naar de grond.
“Tot gisteren.”
Ik keek hem aan.
“Wat gebeurde er gisteren?”
“Ze verdween.”
Mijn hart zonk.
“Door wie?”
“Door dezelfde mensen die jouw moeder hebben vermoord.”
Ik stond op.
“Dan moeten we haar vinden.”
Lucas schudde zijn hoofd.
“Dat is precies wat ze willen.”
“Waarom?”
“Omdat Eva iets bezit.”
“Wat?”
“Het originele document.”
“Welk document?”
Hij keek naar mij.
“Het document dat bewijst wie de Vermeer Foundation werkelijk heeft opgericht.”
Ik begreep het niet.
“Mijn moeder?”
“Niet alleen zij.”
“Wie dan?”
Lucas zweeg.
Toen zei hij:
“Jouw grootvader.”
Ik verstijfde.
“Maar mijn grootvader was al dood voordat ik werd geboren.”
“Dat dacht iedereen.”
Sarah keek verbaasd.
“Lucas…”
Hij schudde zijn hoofd.
“Hij stierf wel. Maar vóór zijn dood heeft hij alles veranderd.”
Hij haalde een tweede map tevoorschijn.
“Hij wist dat de Foundation ooit tegen hem gebruikt zou worden.”
Ik bladerde door de papieren.
Er waren betalingen.
Rekeningen.
Namen.
Maar één naam kwam steeds terug.
Mark Vermeer.
Mijn adem stokte.
“Mark.”
Lucas knikte.
“Hij was niet alleen je familielid.”
“Wat dan?”
“Hij was de beheerder van het geheime fonds.”
“Het fonds waaruit mijn moeder werd betaald?”
“Ja.”
Ik voelde woede opkomen.
“Dus Mark wist alles?”
“Bijna alles.”
“Waarom heeft hij haar verraden?”
Lucas keek me aan.
“Omdat hij bang was.”
“Waarvoor?”
“Voor een man die veel machtiger was dan hij.”
“Wie?”
Lucas antwoordde niet.
In plaats daarvan pakte hij een klein apparaat uit de map.
Een oude geluidsrecorder.
Hij drukte op play.
Mijn moeders stem vulde de kamer.
“Lucas, als jij dit hoort, betekent het dat ik er niet meer ben.”
Ik sloeg een hand voor mijn mond.
Haar stem.
Na al die jaren.
Ik sloot mijn ogen.
“Sophie mag nooit weten wie haar echte vader is.”
Ik keek naar Lucas.
Hij huilde.
De opname ging verder.
“Niet omdat jij haar vader niet bent.”
Een korte stilte.
“Maar omdat er iemand is die denkt dat hij haar vader is.”
Ik voelde een rilling.
“Wie?”
De opname gaf antwoord.
“David.”
Ik keek naar Sarah.
“David?”
Sarah werd bleek.
“David was de advocaat van de Foundation.”
Lucas knikte.
“En hij heeft Sophie vanaf haar geboorte gevolgd.”
“Waarom?”
“Hij dacht dat jij de sleutel was.”
“De sleutel tot wat?”
Lucas keek naar de recorder.
De stem van mijn moeder ging verder.
“Als Sophie ooit ontdekt dat Lucas nog leeft, zal David proberen haar te vinden.”
“Maar er is nog iets wat je moet weten.”
Mijn moeder ademde diep.
“Eva is niet zomaar je zus.”
Ik voelde mijn hart sneller slaan.
“Ze is de enige die weet waar ik het laatste document heb verborgen.”
De opname stopte.
Niemand sprak.
Toen vroeg ik:
“Waar is Eva?”
Lucas keek naar mij.
“Dat probeer ik uit te zoeken.”
Op dat moment trilde mijn telefoon.
Een bericht.
Onbekend nummer.
Je hebt je vader gevonden. Gefeliciteerd.
Mijn hart sloeg over.
Een tweede bericht verscheen.
Maar je hebt nog steeds niet gevonden wie je moeder heeft vermoord.
Daarna kwam een foto.
Eva.
Ze zat op een stoel.
Haar handen waren vastgebonden.
En naast haar stond een man.
Ik herkende hem.
David.
Mijn moeder had gelijk gehad.
Hij leefde.
En hij wist dat ik hier was.
Onder de foto stond:
Kom alleen naar het oude station.
Daaronder:
Neem het dossier mee.
En vervolgens:
Of je zus sterft.
Ik keek naar Lucas.
“Waar is het oude station?”
Zijn gezicht werd lijkbleek.
“Dat meen je niet.”
“Waarom?”
“Omdat daar je moeder voor het laatst levend is gezien.”






