DEEL 15 — DE LAATSTE NACHT VAN MIJN MOEDER
Het oude station lag al jaren buiten gebruik.
De rails waren overwoekerd.
De ramen van het stationsgebouw waren gebroken.
Toch brandde er licht in de wachtruimte.
Ik stond achter een betonnen muur.
Lucas hield mijn arm vast.
“Je gaat niet alleen naar binnen.”
“Dat was de afspraak.”
“Het kan me niet schelen.”
“Ze hebben Eva.”
Lucas keek naar het gebouw.
“David wil niet alleen Eva.”
“Wat wil hij dan?”
“Jou.”
Sarah keek naar ons.
“En het document.”
Ik knikte.
“Dan geef ik het.”
Lucas schudde zijn hoofd.
“Dat document is belangrijker dan je denkt.”
“Mijn zus is belangrijker.”
Hij zei niets.
Ik liep naar binnen.
De deur kraakte.
“David?”
Geen antwoord.
Ik liep verder.
Toen hoorde ik een stem.
“Je lijkt op haar.”
Ik draaide me om.
David stond boven aan de trap.
Hij zag er ouder uit dan op de foto's.
Maar zijn ogen waren hetzelfde.
Koud.
Berekenend.
“Waar is Eva?”
“Je bent precies zoals je moeder.”
“Dat is geen antwoord.”
Hij glimlachte.
“Ze zou trots op je zijn.”
“Waar is mijn zus?”
Hij wees naar een kamer.
Ik liep ernaartoe.
Eva zat vastgebonden.
Ik rende naar haar toe.
“Eva.”
Ze keek op.
“Je bent echt gekomen.”
“Ik laat je hier niet achter.”
David kwam achter me aan.
“Dat is het probleem met familie.”
Ik maakte haar handen los.
“Blijf achter mij.”
Eva stond op.
“Hij liegt.”
Ik keek haar aan.
“Waarover?”
“Over alles.”
David lachte.
“Je zus weet niet waar ze over praat.”
Eva keek hem woedend aan.
“Mijn vader heeft me alles verteld.”
Lucas verscheen in de deuropening.
David verstijfde.
“Lucas.”
Lucas richtte zijn wapen op hem.
“Je had haar nooit mogen aanraken.”
David glimlachte.
“Je had twintig jaar geleden moeten blijven verdwijnen.”
“Dat was niet mijn keuze.”
“Je had geen keuze.”
Lucas zette een stap naar voren.
“Wie gaf je opdracht om Isabella te vermoorden?”
David zweeg.
Ik keek hem aan.
“Isabella?”
“Dat was je moeder.”
“Mijn moeder heette toch anders?”
David glimlachte.
“Nu begin je het te begrijpen.”
Mijn hoofd duizelde.
“Wie was mijn moeder?”
David antwoordde:
“De vrouw die jij je moeder noemt, was niet Isabella.”
Ik keek naar Lucas.
Hij knikte langzaam.
“Je moeder gebruikte meerdere namen.”
“Waarom?”
“Omdat ze getuige was.”
“Waarvan?”
David zei:
“Van de moord op jouw grootvader.”
Ik verstijfde.
“Maar mijn grootvader stierf een natuurlijke dood.”
David lachte.
“Dat is wat je dacht.”
Eva pakte mijn hand.
“Sophie, we moeten weg.”
“Wacht.”
Ik keek naar David.
“Wie heeft hem vermoord?”
Hij keek naar mij.
“Je moeder.”
De wereld leek stil te vallen.
“Dat is onmogelijk.”
“Waarom?”
“Omdat ze hem wilde beschermen.”
David schudde zijn hoofd.
“Ze wilde zichzelf beschermen.”
Lucas werd woedend.
“Genoeg.”
Hij richtte zijn wapen hoger.
David keek hem aan.
“Je weet dat ik de waarheid vertel.”
“Niet over haar.”
“Vraag het aan je dochter.”
Iedereen keek naar Eva.
Ik draaide me naar haar.
“Wat weet jij?”
Eva begon te huilen.
“Onze moeder heeft opa niet vermoord.”
David keek haar aan.
“Dan vertel haar wie het wel deed.”
Eva zweeg.
“Eva.”
Ze keek naar mij.
“Mijn moeder.”
Mijn hart brak.
“Wat?”
“Mijn moeder heeft hem niet vermoord.”
“Je zei net…”
“Ik zei dat onze moeder niet de dader was.”
Ze keek naar David.
“Hij wel.”
David verstijfde.
Eva ging verder.
“Hij heeft opa vermoord.”
“Waarom?”
“Omdat opa het fonds wilde sluiten.”
Lucas knikte.
“Dat klopt.”
Ik keek naar David.
“Dus jij hebt mijn grootvader vermoord.”
Hij zei niets.
“En mijn moeder?”
David keek naar de grond.
“Zij wist het.”
“Daarom moest ze sterven?”
“Ze zou alles onthullen.”
Mijn handen begonnen te trillen.
“Wie gaf jou de opdracht?”
David keek op.
Voor het eerst zag ik angst in zijn ogen.
“Niet Mark.”
“Wie dan?”
David antwoordde:
“De persoon die boven Mark stond.”
“Wie?”
Hij wilde spreken.
Maar plotseling klonk een schot.
David viel.
Eva schreeuwde.
Lucas trok ons naar beneden.
Sarah rende de kamer binnen.
“Sniper!”
We kropen naar de uitgang.
David lag op de vloer.
Hij was geraakt, maar nog bij bewustzijn.
Ik knielde naast hem.
“Wie gaf opdracht?”
Hij greep mijn pols.
Zijn laatste woorden waren nauwelijks hoorbaar.
“Je moeder.”
Ik verstijfde.
“Wat?”
Hij fluisterde:
“Je moeder gaf de opdracht.”
Toen verloor hij het bewustzijn.
Lucas trok me weg.
“Sophie, we moeten gaan.”
Ik keek naar Eva.
Ze huilde.
En voor het eerst wist ik niet meer wie ik moest geloven.
Mijn vader.
Mijn zus.
De stem van mijn moeder.
Of de man die stervend had beweerd dat mijn eigen moeder haar moordenaar was geweest.
Buiten klonk een sirene.
Maar voordat we weg konden rennen, zag ik iets op de grond liggen.
Een klein rood notitieboekje.
Ik raapte het op.
Op de eerste pagina stond:
Voor Sophie.
Daaronder:
Als je dit vindt, weet je eindelijk wat ik heb gedaan.






