DEEL 6 — In het landhuis ontdekte ik de waarheid over mijn dochter
Ik bleef stokstijf staan.
Thomas keek naar mij.
Zijn gezicht was bleek.
"Je had niet moeten komen."
Pieter stapte voorzichtig naar voren.
"Thomas, leg dat wapen neer."
"Bemoei je hier niet mee."
Ik keek naar zijn hand.
"Waar is Lucas?"
"Veilig."
"Waar?"
"Bij iemand die ik vertrouw."
Ik voelde een golf van opluchting.
Thomas keek naar de USB-stick in mijn hand.
"Geef hem aan mij."
"Nee."
"Helena, je begrijpt niet wat hier op het spel staat."
"Ik begrijp precies wat er op het spel staat."
Ik wees naar hem.
"Mijn dochter."
Hij keek weg.
Voor het eerst zag ik iets anders dan arrogantie in zijn ogen.
Angst.
"Wat is er met Sophie gebeurd?" vroeg ik.
Hij antwoordde niet.
"Wat is er met mijn dochter gebeurd?"
Zijn hand begon te trillen.
Pieter zei:
"Thomas, het is voorbij."
Thomas lachte bitter.
"Nee. Jullie weten niet eens de helft."
"Vertel het dan."
Hij keek naar mij.
"Je dochter wilde naar de politie."
"Dat weet ik."
"Ze had documenten."
"Dat weet ik ook."
"Maar ik heb haar niet vermoord."
Ik voelde tranen in mijn ogen.
"Wie dan?"
Hij zweeg.
Toen wees hij naar de trap.
"De studeerkamer van mijn vader."
We liepen naar boven.
Thomas legde het wapen op de grond.
In de studeerkamer stond een oude boekenkast.
Hij liep ernaartoe en drukte op een verborgen mechanisme.
Een deel van de kast schoof open.
Daarachter zat een kleine kluis.
Pieter keek geschokt.
"Ik wist niet dat die bestond."
Thomas haalde een sleutel uit zijn zak.
"Mijn vader heeft hem nooit aan mij gegeven."
Hij opende de kluis.
Binnen lag een cassettebandje.
Een envelop.
En een oude mobiele telefoon.
Mijn hart sloeg over.
"Sophie."
Thomas knikte.
"Ze heeft dit opgenomen."
Pieter pakte de telefoon.
Het apparaat werkte nog.
Er stond slechts één audiobestand op.
De datum was achttien jaar geleden.
We luisterden.
De stem van mijn dochter vulde de kamer.
"Als mama dit ooit hoort, wil ik dat ze weet dat ik nooit van haar heb willen weglopen."
Ik begon te huilen.
"Ik ben bang. Thomas heeft dingen gedaan die niet mogen. Maar hij is niet degene die ik vrees."
Ik keek naar Thomas.
Hij sloot zijn ogen.
De opname ging verder.
"Zijn vader weet ervan."
Pieter verstijfde.
Willem.
Mijn adem stokte.
"Meneer Van Dijk heeft geprobeerd Thomas tegen te houden. Maar iemand anders binnen de familie helpt hem."
Een lange stilte.
Toen zei Sophie:
"Ik heb bewijs. Als mij iets overkomt, ligt het in de oude muziekkamer."
De opname eindigde.
Ik keek naar Thomas.
"Waarom heb je dit nooit verteld?"
Hij antwoordde zacht:
"Omdat ik bang was."
"Voor wie?"
"Voor mijn oom."
Ik kende de naam.
Robert van Dijk.
Willems jongere broer.
Hij was jaren geleden naar het buitenland verhuisd.
Pieter bladerde door de documenten.
"Robert beheerde destijds een deel van het familiebedrijf."
Thomas knikte.
"Hij gebruikte mij."
"En jij liet het gebeuren."
"Ja."
Ik keek hem recht aan.
"Je hebt mijn dochter in de steek gelaten."
"Ja."
"Je hebt haar nooit gezocht."
"Ik was bang."
"En achttien jaar later heb je mij ontslagen."
Thomas keek naar de grond.
"Ik wist niet wie jij werkelijk was."
"Je wist wel dat je vader je iets had nagelaten."
Hij knikte.
"Maar ik wist niet dat Lucas bestond."
"Tot je van het geld hoorde."
Hij zweeg.
Dat antwoord was genoeg.
We gingen naar de oude muziekkamer.
Achter een piano vonden we een houten kist.
Daarin lagen originele contracten, bankafschriften en een brief van Willem.
Maar er lag nog iets.
Een foto van Robert.
En op de achterkant stond:
"Hij was erbij die avond."
Pieter belde onmiddellijk de politie.
Binnen enkele uren werd Robert opgespoord.
Hij had Nederland niet verlaten.
Hij woonde al jaren onder een andere naam.
Toen de politie hem confronteerde met het bewijs, brak hij.
Hij bekende de fraude.
Hij bekende dat hij Sophie had bedreigd.
Maar hij ontkende dat hij haar had gedood.
Toen kwam de laatste waarheid.
Sophie was die avond in haar auto gestapt.
Ze was gehaast.
Het regende.
Een vrachtwagen had haar auto geraakt.
Geen moord.
Geen geplande aanslag.
Maar Robert had haar die avond wel achtervolgd en bedreigd.
Daardoor had ze in paniek gereden.
Hij was verantwoordelijk voor de omstandigheden die tot haar dood hadden geleid.
De zaak werd heropend.
Thomas werkte volledig mee.
En toen gebeurde iets wat ik nooit had verwacht.
Hij kwam naar mij toe.
"Helena."
Ik keek hem aan.
"Het spijt me."
"Sorry brengt Sophie niet terug."
"Ik weet het."
"En het brengt achttien jaar niet terug."
"Dat weet ik ook."
Hij haalde diep adem.
"Maar ik wil Lucas leren kennen. Niet vanwege het geld."
Ik keek hem lang aan.
"Dan moet je dat bewijzen."
Hij knikte.
"Dat zal ik doen."
En voor het eerst geloofde ik hem een beetje.
Maar het grootste geheim van Willem moest nog worden onthuld.
Want in zijn laatste brief stond:
"Helena, jij denkt dat je achttien jaar lang mijn huishoudster bent geweest."
"Maar dat was je nooit."
"Het landhuis was altijd gedeeltelijk van jou."






