DEEL 8 — RICHARD HAD MIJN DOCHTER
Ik staarde naar de foto van Amélie.
Ze zat op een stoel in een donkere kamer.
Haar gezicht was bleek.
Maar ze was ongedeerd.
Voorlopig.
Onder de foto stond:
ALS JE HAAR LEVEND WILT TERUGZIEN, KOM ALLEEN.
Mijn handen trilden.
Thomas pakte mijn telefoon.
“Je gaat niet alleen.”
“Hij heeft haar.”
“Dat weet je niet zeker.”
“Ik ken Richard niet goed genoeg om te weten wat hij kan doen.”
Mijn moeder kwam naast ons staan.
“Je mag niet gaan.”
Ik keek haar aan.
“Als het jouw kind was, zou je dan blijven zitten?”
Ze zweeg.
Ik stuurde Richard één bericht.
Waar?
Het antwoord kwam onmiddellijk.
Oude fabriek aan de rivier. 23:00 uur.
Daarna:
Geen politie. Geen Thomas. Niemand.
Ik keek naar de klok.
Nog twee uur.
* * *
Thomas wilde een plan maken.
“We kunnen de locatie volgen.”
“Ik ga naar binnen.”
“Dat is precies wat hij wil.”
“Ik weet het.”
“Dan waarom?”
“Omdat hij denkt dat hij mij nog steeds kan controleren.”
Ik keek naar hem.
“Dat is zijn fout.”
Thomas bleef stil.
Toen haalde hij een klein apparaat uit zijn zak.
“GPS-zender.”
Ik keek hem aan.
“Waarvoor?”
“Voor het geval je toch gaat.”
Ik glimlachte zwak.
“Je lijkt meer op mijn broer dan ik dacht.”
Hij glimlachte voor het eerst.
“Dan moet ik ervoor zorgen dat je thuiskomt.”
* * *
Om 22:55 uur reed ik naar de fabriek.
Alleen.
Tenminste, dat dacht Richard.
De oude fabriek stond verlaten.
De ramen waren gebroken.
De metalen deuren hingen scheef.
Ik stapte uit.
“Richard!”
Mijn stem echode.
Geen antwoord.
Toen ging ergens binnen een lamp aan.
Ik liep naar binnen.
En daar stond hij.
Richard Hale.
Grijs haar.
Perfect pak.
Koude ogen.
Hij glimlachte.
“Sophie.”
“Waar is Amélie?”
“Altijd meteen naar het belangrijkste.”
“Waar is mijn dochter?”
Hij wees naar een deur.
“Ze is veilig.”
“Laat haar zien.”
“Eerst praten we.”
“Ik heb niets met jou te bespreken.”
Hij lachte.
“Je hebt geen idee hoeveel je met mij te bespreken hebt.”
Ik keek hem recht aan.
“Je hebt mijn vader vermoord.”
Zijn glimlach verdween.
“Je vader heeft zichzelf vernietigd.”
“Je hebt mijn ongeluk betaald.”
“Ja.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Waarom?”
“Omdat jij alles erfde.”
“Dat is niet waar.”
“Jij bezat de controle over het bedrijf.”
Hij kwam dichterbij.
“Maar je vader had nog iets achtergelaten.”
“Wat?”
“Bewijs.”
Ik zweeg.
“Rekening 7841.”
Richard knikte.
“Precies.”
“Daarom wilde je mij dood.”
“Niet alleen daarom.”
Hij keek me aan.
“Je vader had een verborgen testament.”
Mijn adem stokte.
“Een testament?”
“Waarin hij zijn volledige vermogen aan jou naliet.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Waarom heb je dat niet gewoon gestolen?”
“Omdat het testament alleen geldig was zolang jij leefde.”
Daar begreep ik het.
“Dus je had mij nodig.”
“Tot nu toe.”
Ik voelde een rilling.
“Wat betekent dat?”
Richard glimlachte.
“Nu heb ik Amélie.”
Ik keek naar de deur.
“Waar is ze?”
“Je zult haar zien.”
Hij klapte in zijn handen.
Een man bracht Amélie naar binnen.
Mijn hart brak.
“Amélie!”
Ze keek naar mij.
“Mama!”
Ze rende naar me toe.
Ik omhelsde haar.
“Ben je gewond?”
Ze schudde haar hoofd.
“Nee.”
Ik voelde tranen over mijn gezicht.
“Alles komt goed.”
Toen hoorde ik een geluid.
Een klik.
Een wapen.
Richard stond achter ons.
“Dat hangt ervan af.”
Ik draaide me langzaam om.
“Wat wil je?”
“De rekening.”
“Je krijgt hem.”
“En de aandelen.”
“Goed.”
“En de originele documenten van je vader.”
Ik keek hem aan.
“Waarvoor?”
Hij glimlachte.
“Omdat ik dan eindelijk alles bezit.”
Ik keek naar Amélie.
Toen naar Richard.
“Je krijgt wat je wilt.”
Hij glimlachte.
“Dat dacht ik al.”
Maar wat hij niet wist…
was dat Thomas ondertussen alles had gehoord.
De GPS-zender stuurde niet alleen mijn locatie door.
Hij had ook een microfoon.
En buiten de fabriek stond de politie klaar.
Ik hoefde alleen maar tijd te winnen.
“Richard,” zei ik.
“Ja?”
“Voor ik teken…”
Hij keek me nieuwsgierig aan.
“…wil ik weten waarom mijn moeder mij heeft verborgen.”
Zijn gezicht veranderde.
“Dat is niet belangrijk.”
“Voor mij wel.”
Hij zuchtte.
“Je moeder wist wie Elena was.”
Mijn hart sloeg over.
“Mijn biologische moeder?”
“Ja.”
“Wat weet je over haar?”
Richard keek naar de deur.
“Te veel.”
“Vertel.”
Hij lachte bitter.
“Elena werkte voor je vader.”
“En?”
“Ze ontdekte wat wij deden.”
“Welke wij?”
Hij zweeg.
Ik voelde dat ik dichtbij de waarheid kwam.
“Jij, Lucas, Marianne?”
Richard knikte.
“Maar Elena wilde naar de politie.”
“Dus jullie hebben haar vermoord.”
“Nee.”
Hij keek me aan.
“Ze stierf tijdens de bevalling.”
Ik voelde mijn adem ontsnappen.
“En daarna?”
“Je vader nam jou.”
“Waarom?”
“Omdat hij wist dat jij gevaar liep.”
Ik keek naar Amélie.
“En Lucas?”
Richard glimlachte.
“Lucas wist nooit dat jij Elena's dochter was.”
Ik fronste.
“Wat?”
“Hij wist alleen dat je de erfgename was.”
Ik voelde mijn hoofd tollen.
Toen ging de deur achter Richard plotseling open.
Thomas stond daar.
“Het is voorbij.”
Richard draaide zich om.
De politie stormde naar binnen.
Maar Richard glimlachte.
Hij keek naar mij.
“Je denkt dat je gewonnen hebt?”
Ik hield Amélie vast.
“Ja.”
Hij schudde zijn hoofd.
“Dan moet je eerst weten wat er in de kluis van je vader zit.”
“Wat?”
Hij glimlachte.
“Een tweede testament.”
Toen liet hij zich arresteren.
Maar zijn laatste woorden bleven in mijn hoofd hangen.
“Daarin staat wie werkelijk jouw vader was.”






