DEEL 3 — MIJN DOODVERKLAARDE MOEDER WAS LEVEND
Ik staarde naar de foto.
Mijn moeder.
Levend.
Op een luchthaven.
Naast Lucas.
Mijn vingers begonnen te trillen.
“Wanneer is deze foto genomen?”
Eva keek naar de datum.
“Vier dagen vóór jouw ongeluk.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Dat kan niet.”
“Waarom niet?”
“Omdat Lucas mij vertelde dat mijn moeder al maanden geleden naar Canada was verhuisd.”
Eva schudde haar hoofd.
“Ze is nooit naar Canada gegaan.”
“Waar ging ze dan heen?”
“Dat weet ik niet.”
Ik keek opnieuw naar de foto.
Mijn moeder droeg een donkere jas en hield een kleine zwarte koffer vast.
Maar het was niet haar gezicht dat me het meest schokte.
Het was haar hand.
Om haar pols droeg ze een armband die ik onmiddellijk herkende.
Die had ik haar gegeven op mijn achttiende verjaardag.
“Ze zou die nooit afdoen,” fluisterde ik.
Eva knikte.
“Dat is waarom ik denk dat zij het echt is.”
Ik keek naar Lucas.
Hij had tegen mij gelogen.
Niet één keer.
Niet twee keer.
Jarenlang.
* * *
Die avond kwam Lucas mijn kamer binnen.
Hij droeg bloemen.
“Voor jou.”
Ik glimlachte.
“Dank je.”
Hij zette de bloemen neer.
“Je ziet er beter uit.”
“Ik voel me ook beter.”
Hij kwam naast me zitten.
“De notaris komt morgen terug.”
Ik keek hem aan.
“Voor de documenten?”
“Ja.”
“Moet ik dan tekenen?”
“Alleen als je je goed genoeg voelt.”
Ik keek hem recht aan.
“Lucas?”
“Ja?”
“Ken jij mijn moeder?”
Zijn gezicht veranderde.
Maar slechts heel even.
“Waarom vraag je dat?”
“Ik droomde over haar.”
Hij glimlachte.
“Je geheugen maakt vreemde verbindingen.”
“Maar ken je haar?”
“Natuurlijk kende ik haar.”
“Wanneer heb je haar voor het laatst gezien?”
Hij keek weg.
“Dat weet ik niet meer.”
Ik glimlachte.
“Jij bent degene met een slecht geheugen.”
Hij lachte.
Maar zijn ogen bleven koud.
“Ik ga je wat rust geven.”
Toen hij opstond, zag ik iets uit zijn jas vallen.
Een kleine sleutel.
Hij merkte het niet.
Ik wachtte tot hij de kamer verliet.
Toen pakte ik hem.
* * *
Een uur later kwam Eva terug.
Ik liet haar de sleutel zien.
“Herken je hem?”
Ze draaide hem om.
“Een kluissleutel.”
“Waarvan?”
“Dat moeten we uitzoeken.”
We verlieten stilletjes mijn kamer.
Volgens het nummer op de sleutel vonden we een oude kluis in een afgesloten archiefruimte van het ziekenhuis.
Eva opende hem.
Binnen lag een envelop.
Mijn naam stond erop.
Deze keer herkende ik het handschrift.
Mijn moeder.
Ik opende de brief.
Mijn lieve Sophie,
Als je dit leest, ben ik waarschijnlijk verdwenen.
Ik stopte even.
Eva keek me aan.
“Ga door.”
Lucas is gevaarlijker dan je denkt.
Mijn hart bonsde.
Maar hij is niet alleen.
Marianne helpt hem.
Ik voelde een rilling.
En er is iemand binnen jouw bedrijf die hen al jaren informatie geeft.
Onderaan stond een naam.
Thomas Vermeer.
Eva verstijfde.
“Wie is dat?”
“Mijn financieel directeur.”
“Is hij nog bij het bedrijf?”
“Ja.”
Eva keek me aan.
“Dan hebben we een probleem.”
* * *
De volgende ochtend liet ik Lucas geloven dat ik de documenten zou tekenen.
Hij was zichtbaar opgelucht.
“Je zult zien, Sophie. Alles komt goed.”
Ik glimlachte.
“Dat hoop ik.”
Maar voordat hij de kamer verliet, vroeg ik:
“Wie is Thomas Vermeer?”
Hij bleef staan.
Slechts één seconde.
Maar dat was genoeg.
“Waarom vraag je dat?”
“Ik zag zijn naam in een droom.”
Hij lachte.
“Je hersenen zijn nog niet volledig hersteld.”
Toen liep hij weg.
Ik keek naar Eva.
“Hij kent de naam.”
“Dat dacht ik ook.”
* * *
Die middag kwam Thomas naar het ziekenhuis.
Hij droeg een duur pak.
Hij glimlachte vriendelijk.
“Mevrouw Van Dijk.”
Ik keek hem aan.
“U kent mij?”
“Natuurlijk.”
“Maar ik herinner me u niet.”
Hij glimlachte.
“Dat komt wel.”
Ik voelde onmiddellijk dat er iets niet klopte.
Toen hij mijn hand schudde, voelde ik een klein papiertje tussen onze vingers.
Ik keek hem niet aan.
Pas toen hij vertrokken was, opende ik het.
Er stond slechts één zin:
IK HEB HET ONGELUK NIET KUNNEN VOORKOMEN. MAAR IK KAN JE NOG REDDEN.
Daaronder:
VERTROUW EVA NIET.
Ik keek naar Eva.
Mijn hart begon sneller te slaan.
Thomas had mij zojuist gewaarschuwd.
Maar waarom?
* * *
Die avond werd ik wakker van een geluid.
Een deur.
Ik keek naar de klok.
02:13.
De deur van mijn kamer ging langzaam open.
Een schaduw kwam binnen.
Ik hield mijn ogen half gesloten.
De persoon liep naar mijn bed.
Ik voelde een hand over mijn gezicht bewegen.
Toen hoorde ik een fluistering.
“Ze is wakker.”
Mijn hart stopte.
Een tweede stem antwoordde:
“Dan moeten we het plan versnellen.”
Ik herkende die stem.
Lucas.
De andere stem was Marianne.
“En als ze zich alles herinnert?”
Lucas antwoordde:
“Dan hoeft ze zich niets meer te herinneren.”
Ik voelde ijskoude angst door mijn lichaam trekken.
Marianne haalde iets uit haar tas.
Een spuit.
Ik wilde schreeuwen.
Maar op dat moment ging de deur open.
Fel licht vulde de kamer.
Eva stond in de deuropening.
“Wat zijn jullie aan het doen?”
Marianne liet de spuit vallen.
Lucas verstijfde.
Eva keek naar mij.
Toen naar hen.
“Verlaat onmiddellijk deze kamer.”
Lucas probeerde te glimlachen.
“We kwamen alleen kijken hoe het met haar ging.”
Eva wees naar de gevallen spuit.
“Daarmee?”
Niemand antwoordde.
Toen klonk er ineens een alarm.
Een verpleegkundige rende naar binnen.
Lucas greep Marianne bij de arm.
“Kom.”
Ze verlieten de kamer.
Eva pakte de spuit op.
“Dit is geen gewone medicatie.”
“Wat is het?”
“Een sterk kalmerend middel.”
Ik voelde mijn handen trillen.
“Ze wilden me opnieuw bewusteloos maken.”
Eva knikte.
“Maar waarom?”
Ik keek naar de deur.
“Niet om mij te doden.”
“Wat dan?”
Ik dacht aan de documenten.
Mijn bedrijf.
Rekening 7841.
Mijn moeder.
Lucas.
Toen begreep ik het.
“Ze willen tijd winnen.”
“Waarvoor?”
Ik keek Eva aan.
“Om alles van mij over te nemen voordat ik weer kan praten.”
Op dat moment trilde mijn telefoon.
Een bericht van een onbekend nummer.
Sophie, je moeder leeft.
Daaronder stond een locatie.
Een verlaten magazijn aan de rand van de stad.
En nog één zin:
Kom alleen.
Ik keek naar Eva.
“Dit kan een val zijn.”
“Dat is het waarschijnlijk.”
Ik pakte mijn jas.
“Dan ga ik toch.”
Eva keek geschrokken.
“Waarom?”
Ik keek naar het bericht.
“Omdat als mijn moeder echt leeft…”
Mijn stem werd vastberaden.
“…zij de enige persoon is die weet waarom Lucas mij al die jaren heeft bespioneerd.”
Ik wist alleen nog niet dat iemand anders dezelfde locatie had ontvangen.
Lucas.






