DEEL 2 — IK DEED ALSO F IK MIJN GEHEUGEN KWIJT WAS
Lucas kwam naast mijn bed zitten.
Zijn gezicht was bezorgd.
Zijn hand gleed opnieuw over mijn vingers.
“Hoe voel je je, Sophie?”
Ik keek hem aan alsof ik hem voor het eerst zag.
“Hoofdpijn…”
“Dat is normaal.”
Hij glimlachte.
“De arts zei dat je waarschijnlijk een tijdje verward zult zijn.”
Ik keek naar Marianne.
Ze stond achter hem.
“Wie bent u?”
Marianne hield haar adem in.
Precies één seconde.
Daarna verscheen er een glimlach op haar gezicht.
“Ik ben Marianne. Je schoonmoeder.”
Ik keek haar aan.
“Mijn… schoonmoeder?”
Ze knikte.
“Je hoeft je niets te herinneren. Neem rustig de tijd.”
Ik knikte langzaam.
“En hij?”
Ik wees naar Lucas.
Hij pakte onmiddellijk mijn hand.
“Ik ben je man.”
Ik keek naar onze handen.
Toen naar zijn gezicht.
“Mijn man?”
“Ja.”
Zijn stem trilde.
“Je houdt van me.”
Ik voelde bijna walging.
Maar ik glimlachte zwak.
“Ik weet het niet meer.”
Lucas keek naar zijn moeder.
Een snelle blik.
Bijna onzichtbaar.
Maar ik zag hem.
Ze geloofden het.
Mijn toneelstuk werkte.
* * *
De volgende ochtend kwam de notaris.
Ik lag stil in bed terwijl Lucas naast me zat.
Hij had een map meegenomen.
“Dit is niets ingewikkelds,” zei hij.
“Alleen enkele tijdelijke documenten.”
Ik keek naar de papieren.
“Wat moet ik tekenen?”
“Een volmacht.”
“Waarom?”
“Omdat je momenteel niet in staat bent om je bedrijf te beheren.”
Hij zei het zo zacht mogelijk.
Alsof hij mij wilde beschermen.
Maar ik wist wat er werkelijk in de map stond.
De volledige controle over Van Dijk Global Health.
Mijn aandelen.
Mijn bankrekeningen.
Mijn stemrecht.
Mijn bestuursfunctie.
Alles.
Ik pakte de pen.
Lucas glimlachte.
“Het is maar tijdelijk.”
Ik keek hem aan.
“Vertrouw ik jou?”
Hij aarzelde.
“Meer dan wie ook.”
Ik zette de pen op het papier.
Maar voordat ik tekende, stopte ik.
“Waarom staat hier een datum van gisteren?”
Lucas verstijfde.
“Wat?”
Ik wees naar het document.
“De volmacht is gisteren opgesteld.”
Hij keek naar Marianne.
Zij antwoordde onmiddellijk.
“De juristen hadden alles al voorbereid voor het geval je toestand ernstig zou zijn.”
Ik knikte.
“Begrijpelijk.”
Ik deed alsof ik niets vermoedde.
Maar in mijn hoofd schreef ik iedere naam op.
Iedere datum.
Iedere fout.
Want ze hadden haast gehad.
En mensen die haast hebben, maken fouten.
* * *
Die middag kwam Daniel terug.
Niet via de deur.
Hij stuurde mij alleen een bericht.
Ik heb ontdekt wie de remmen heeft gemanipuleerd.
Mijn hart sloeg sneller.
Ik antwoordde:
Wie?
Zijn reactie kwam meteen.
Een monteur van het bedrijf dat Lucas gebruikt.
Daarna:
Maar hij is verdwenen.
Ik keek naar het scherm.
Verdwenen.
Dat betekende dat Lucas wist dat er een getuige bestond.
Ik verwijderde het gesprek.
Toen hoorde ik voetstappen.
Lucas kwam binnen.
“Met wie sms je?”
Ik keek hem onschuldig aan.
“Ik weet het niet meer.”
Hij glimlachte.
“Je moet voorzichtig zijn.”
“Waarom?”
“Omdat sommige mensen misbruik kunnen maken van je situatie.”
Ik keek hem aan.
“Zoals jij?”
Hij lachte.
“Wat bedoel je?”
“Niets.”
Hij kuste mijn voorhoofd.
Ik moest mezelf dwingen niet terug te deinzen.
“Rust maar uit.”
Toen hij de kamer verliet, voelde ik mijn handen trillen.
Niet van angst.
Van woede.
* * *
Twee dagen later kreeg ik bezoek van een vrouw die ik niet kende.
Ze stelde zich voor als Eva Meijer, een advocaat.
“Uw bedrijf heeft mij gevraagd uw juridische zaken tijdelijk te begeleiden.”
Ik keek naar haar.
“Door wie?”
“Uw echtgenoot.”
Natuurlijk.
Lucas bouwde zijn eigen juridische muur om mij heen.
Maar Eva had iets in haar ogen wat ik niet verwachtte.
Twijfel.
Ze legde een map neer.
“Mevrouw Van Dijk, mag ik u iets vragen?”
“Ja.”
“Herinnert u zich werkelijk niets?”
Ik keek haar lang aan.
Toen fluisterde ik:
“Waarom vraagt u dat?”
Eva boog zich naar voren.
“Omdat ik gisteren een document kreeg dat mij zorgen baart.”
Ze schoof een vel papier naar mij.
Ik las het.
Mijn handtekening stond onderaan.
Maar ik had het document nooit gezien.
“Dit is vervalst.”
Eva knikte.
“Dat dacht ik ook.”
Ik keek haar verbaasd aan.
“Waarom?”
“Omdat uw handtekening op dit document uit een oud contract is gekopieerd.”
Ik voelde voor het eerst een sprankje hoop.
“Waarom vertelt u mij dit?”
Ze keek naar de deur.
“Omdat ik niet geloof dat u uw geheugen kwijt bent.”
Ik zei niets.
Eva glimlachte nauwelijks.
“Dat hoeft u ook niet te bevestigen.”
Mijn hart sloeg over.
Ze wist het.
Of ze vermoedde het.
“Wie bent u werkelijk?” vroeg ik.
“De advocaat die uw vader ooit heeft ingehuurd.”
Ik verstijfde.
“Mijn vader is al vijftien jaar dood.”
“Dat weet ik.”
Ze haalde een oude envelop uit haar tas.
“Maar vlak voor zijn dood gaf hij mij dit.”
Mijn handen trilden toen ik de envelop aannam.
Mijn naam stond erop.
Voor Sophie. Alleen openen als Lucas je ooit probeert te vernietigen.
Ik keek naar Eva.
“Waarom heeft hij dit nooit aan mij gegeven?”
“Omdat hij wist dat Lucas hem in de gaten hield.”
Ik opende de envelop.
Binnenin zat één brief.
Mijn lieve Sophie,
Als je dit leest, betekent het dat mijn vermoedens juist waren.
Vertrouw Lucas niet.
Hij is niet geïnteresseerd in jouw liefde.
Hij is geïnteresseerd in wat je bezit.
Onderaan stond een zin die mijn adem benam:
En als er ooit iets met jou gebeurt, zoek dan naar rekening 7841.
Ik keek naar Eva.
“Wat is rekening 7841?”
Ze werd bleek.
“Dat is precies wat ik probeer uit te zoeken.”
Op dat moment ging mijn telefoon.
Een onbekend nummer.
Ik nam op.
Niemand sprak.
Toen hoorde ik een fluisterende mannenstem.
“Sophie…”
Ik verstijfde.
“Wie bent u?”
“Je moet Eva niet vertrouwen.”
De verbinding werd verbroken.
Ik keek naar haar.
Zij keek naar mij.
Geen van ons bewoog.
Toen zei Eva zacht:
“Dat nummer…”
“Wat?”
“Dat was het nummer van mijn overleden broer.”
Mijn hart stopte.
“Je broer?”
Ze knikte.
“Hij werkte vroeger voor Lucas.”
Ze keek naar de deur.
“En drie weken voor jouw ongeluk verdween hij.”
Ik keek opnieuw naar de brief van mijn vader.
Rekening 7841.
Lucas.
Mijn vader.
Eva's broer.
Het ongeluk.
Alles begon met elkaar verbonden te worden.
Maar toen kwam er een nieuwe gedachte bij me op.
Als mijn vader vijftien jaar geleden al vermoedde dat Lucas gevaarlijk was…
waarom had hij dan niets gedaan?
Ik draaide de brief om.
Aan de achterkant stond nog één zin.
Sophie, je moeder weet de waarheid. Vraag haar waarom ze zweeg.
Mijn adem stokte.
Mijn moeder.
De vrouw die ik al twaalf jaar niet had gezien.
De vrouw van wie iedereen zei dat ze vrijwillig naar het buitenland was vertrokken.
Ik keek naar Eva.
“Waar is mijn moeder?”
Eva antwoordde niet.
Ze pakte langzaam haar telefoon.
Toen keek ze mij aan.
“Dat is het probleem.”
“Waarom?”
“Volgens de officiële gegevens…”
Ze slikte.
“…is je moeder drie dagen vóór jouw ongeluk overleden.”
Ik voelde het bloed uit mijn gezicht wegtrekken.
“Dat is onmogelijk.”
Eva schudde haar hoofd.
“Dat dacht ik ook.”
Toen legde ze een foto op tafel.
Mijn moeder stond erop.
Levend.
Op een luchthaven.
En naast haar…
stond Lucas.






