DEEL 5 — DE LAATSTE ERFGENAAM
Mevrouw Jansen hield het pistool stevig op mij gericht.
De vrouw die maandenlang mijn vertrouweling was geweest, stond nu tussen ons en de enige uitgang.
“Was alles een leugen?” vroeg ik.
“Niet alles,” antwoordde ze. “Mark heeft fraude gepleegd. Sophie heeft hem gebruikt. Vermeer wil de controle over Helix. Maar niemand vertelt jou waarom jouw moeder werkelijk verdween.”
Buiten stopten de zwarte terreinwagens rond het chalet.
Motoren bleven draaien.
Lukas hield zijn wapen op Jansen gericht.
“Laat het pistool vallen.”
“Dan zijn we allemaal binnen een minuut dood.”
Mark trok Finn achter een houten kast.
Ik ging voor mijn zoon staan.
“Wat willen ze?”
Jansen keek naar de USB-stick op tafel.
“Anna Roth verzamelde bewijs dat Helix genetische gegevens van duizenden kinderen verkocht. Niet alleen voor medisch onderzoek, maar aan verzekeraars, bedrijven en overheden.”
“En dat bewijs staat op de stick?”
“Een deel.”
Sophie leunde tegen de muur. Haar ademhaling werd zwaar.
“De rest zit in de baby.”
Iedereen keek naar haar.
“Wat bedoel je?” vroeg ik.
Ze legde een hand op haar buik.
“Het embryo werd genetisch aangepast. Ze hebben een gecodeerde DNA-volgorde toegevoegd. Een biologische sleutel die toegang geeft tot de servers van Helix.”
Zelfs Mark leek dit niet te weten.
“Je draagt een wachtwoord in een kind?” fluisterde hij.
“Geen wachtwoord. Een unieke genetische handtekening.”
Buiten klonk een luidspreker.
“Eva de Jong. Geef de USB-stick en Sophie aan ons. Dan mag uw zoon vertrekken.”
Finn kneep in mijn jas.
“Ze liegen,” zei hij.
Ik keek naar hem.
“Hoe weet je dat?”
“Omdat papa altijd zo praat als hij liegt. Hij belooft eerst iets en zegt daarna wat hij echt wil.”
Mark keek naar de grond.
Er klonk een schot.
Een raam barstte.
Lukas doofde de lampen. Jansen liet zich achter de tafel vallen.
“Er is een tunnel onder het chalet,” zei ze. “Anna gebruikte hem vroeger.”
“Mijn moeder was hier?”
“Dit chalet was van haar.”
Ze wees naar een luik onder het vloerkleed.
Terwijl kogels tegen de buitenmuur sloegen, trok Mark het luik open. Een ijzeren ladder verdween in de duisternis.
Finn ging eerst. Daarna Sophie.
Ik wilde volgen, maar Mark greep mijn arm.
“Eva.”
“Niet nu.”
“Je moet weten dat ik nooit toestemming heb gegeven om jullie iets aan te doen.”
“Je wist genoeg om ons te waarschuwen.”
“Ik was bang.”
“Dat waren Finn en ik ook.”
Ik trok mijn arm los en klom naar beneden.
De tunnel rook naar vocht en aarde. Oude lampen gingen automatisch aan toen we passeerden. Aan de muren hingen verbleekte foto’s van laboratoria, kinderen en medische dossiers.
Aan het einde stond een stalen deur.
Finn hield de geheugenkaart omhoog.
“Misschien opent dit hem.”
Naast de deur zat een klein apparaat. Toen hij de kaart erin schoof, klonk er een klik.
De ruimte daarachter was geen schuilkelder.
Het was een archief.
Honderden dozen stonden op metalen rekken. Computers zoemden in glazen kasten. Aan de achterwand hing een groot portret van een jonge vrouw.
Anna Roth.
Mijn moeder.
Op een bureau lag een envelop met mijn naam.
Mijn handen trilden toen ik hem opende.
Lieve Eva,
Wanneer je dit leest, heeft Helix je gevonden. Misschien geloof je dat ik je heb verlaten. De waarheid is dat ik je weggaf om je te beschermen. Je vader wilde jouw genetische profiel gebruiken om zijn onderzoek voort te zetten.
Mijn ogen bleven hangen bij één woord.
Vader.
Niet grootvader.
Ik las verder.
Adrian Roth was niet jouw grootvader. Hij was jouw biologische vader.
Ik zakte op de stoel.
Dat betekende dat ik niet zijn kleindochter was.
Ik was zijn dochter.
En Finn was zijn kleinzoon.
De directe erfgenaam.
Sophie las over mijn schouder mee.
“Daarom willen ze hem.”
Een explosie deed stof van het plafond vallen.
Ze waren het chalet binnengekomen.
In de brief stond een code waarmee de computers konden worden geopend. Jansen typte hem in.
Op het grootste scherm verscheen een lijst met namen.
Politici.
Rechters.
Artsen.
Directeuren.
En bovenaan stond Daan Vermeer.
Naast zijn naam stond:
PROJECT ERFGENAAM — FASE 4
Mark wees naar een map.
“Open die.”
De bestanden bevatten videobeelden uit een laboratorium. Op één opname stond Sophie bewusteloos op een operatietafel. Artsen spraken over een embryo.
Op een andere video stond een jongetje van ongeveer tien jaar.
Finn.
Ik kon nauwelijks ademhalen.
De datum was twee jaar oud.
“Dat is onmogelijk,” zei ik. “Hij is nooit in een laboratorium geweest.”
Finn keek naar het scherm.
“Dat was toen papa zei dat ik mijn amandelen moest laten onderzoeken.”
Ik draaide mij naar Mark.
Hij werd spierwit.
“Wat hebben ze met hem gedaan?”
Mark kon mij niet aankijken.
“Ze namen alleen bloed af.”
Op het scherm verscheen een arts met een injectiespuit.
Daarna een document.
SUBJECT F-10: compatibel. Genetische sleutel succesvol gekopieerd.
Sophie legde beide handen op haar buik.
“De baby draagt Finns DNA.”
De waarheid was gruwelijk eenvoudig.
Sophies kind was niet bedoeld als een nieuwe erfgenaam.
Het was bedoeld als een genetische kopie die Finn kon vervangen.
Voetstappen klonken in de tunnel.
Jansen sloot de archiefdeur en activeerde het slot.
“We moeten de bestanden openbaar maken,” zei ze.
“Kan dat?”
“Anna heeft een automatisch verzendsysteem gebouwd. Maar zodra we het activeren, worden alle namen, medische dossiers en geheime betalingen naar journalisten en opsporingsdiensten gestuurd.”
“Doe het.”
Mark schudde zijn hoofd.
“Wacht. Als je dit publiceert, komen er mensen achter Finn aan die machtiger zijn dan Vermeer.”
“Ze komen nu al achter hem aan.”
Jansen vroeg om een tweede verificatie. Het systeem vereiste een levende DNA-scan van een erfgenaam.
Ik legde mijn hand op de scanner.
Rood licht.
GEEN VOLLEDIGE TOEGANG.
Finn probeerde het.
Groen licht.
ERFGENAAM BEVESTIGD.
Op het scherm verscheen een aftelling van zestig seconden.
Buiten de archiefdeur werd met explosieven gewerkt.
Mark pakte Finn bij zijn schouders.
“Wanneer die deur opengaat, ren je met mama naar de achteruitgang.”
“En jij?”
“Ik houd ze tegen.”
Ik keek hem aan.
“Je hoeft geen held te spelen.”
“Nee,” zei hij. “Maar misschien kan ik één keer zijn vader zijn.”
De aftelling bereikte tien seconden.
De metalen deur begon te buigen.
Sophie schreeuwde plotseling van pijn. Haar vliezen waren gebroken.
Vijf.
Vier.
Drie.
Het scherm werd zwart.
Daarna verscheen:
BESTANDEN VERZONDEN.
Op hetzelfde moment explodeerde de deur.
Rook vulde de ruimte.
Mark rende naar voren. Lukas begon te schieten. Jansen trok Finn en mij door een verborgen doorgang achter het portret.
Ik hoorde Mark mijn naam roepen.
Toen klonk één schot.
En daarna niets meer.
We bereikten buiten een bevroren rivier. In de verte naderden helikopters. Ik wist niet of het politie was of mensen van Vermeer.
Sophie zakte in de sneeuw.
“De baby komt,” fluisterde ze.
Jansen keek naar de helikopters.
“We kunnen haar niet meenemen.”
“We laten haar niet achter.”
Terwijl ik naast Sophie knielde, begon mijn telefoon te trillen.
Honderden meldingen verschenen.
De documenten waren openbaar.
Nieuwswebsites publiceerden de eerste namen. De aandelen van Helix stortten in. Internationale autoriteiten kondigden onderzoeken aan.
Toen kwam één persoonlijk bericht binnen.
Het was verzonden vanaf Marks telefoon.
Eva, geloof niets wat je in het archief hebt gezien. Anna leeft.
Daaronder stond een locatie.
Slechts drie kilometer van ons vandaan.
Ik keek naar de donkere berg aan de overkant van de rivier.
Tussen de bomen brandde één licht.
Een vrouw stond voor het raam.
Zelfs van die afstand herkende ik haar gezicht van het portret.
Mijn moeder.
Maar ze was niet alleen.
Naast haar stond Daan Vermeer.
En tussen hen in zat Mark levend aan een tafel, alsof hij daar vrijwillig was.
Toen verscheen het laatste bericht.
Kom alleen, Eva.
Breng Finn mee.
Dan vertellen we je wie zijn echte vader is.






