DEEL 14 — DE VROUW DIE IK MIJN MOEDER NOEMDE
“Margaret Abernathy.”
Ik herhaalde haar naam alsof ik hoopte dat hij daardoor minder pijnlijk zou worden.
Maar dat gebeurde niet.
Integendeel.
Alle herinneringen uit mijn jeugd kwamen tegelijkertijd terug.
Haar handen die mijn haar kamden.
Haar stem die me voorlas voordat ik ging slapen.
De eerste keer dat ze me naar school bracht.
De keren dat ze me vasthield wanneer ik ziek was.
Ik had haar altijd als mijn moeder beschouwd.
En nu hoorde ik dat zij misschien degene was die mijn hele leven had gestolen.
“Waar is ze?” vroeg ik.
Alexander keek me aan.
“Op Blackwell Manor.”
“Hoe weet je dat?”
“Daar heeft ze dertig jaar geleden gewerkt.”
Douglas onderbrak hem.
“Gwen, je moet begrijpen dat dit een val kan zijn.”
Ik keek hem aan.
“Mijn moeder is ontvoerd.”
“Dat weet ik.”
“Dan ga ik haar halen.”
“Alleen?”
Ik keek naar hem.
“Ze hebben dat gevraagd.”
“Precies.”
“Dus jij wilt dat ik niet ga?”
Douglas zweeg.
Ik zag iets in zijn ogen.
Twijfel.
Schuld.
Angst.
Misschien zelfs spijt.
Maar ik kon hem niet langer vertrouwen.
Ik draaide me naar Emily.
“Blijf hier.”
Ze schudde onmiddellijk haar hoofd.
“Geen sprake van.”
“Emily…”
“Je bent mijn zus.”
Ze pakte mijn hand.
“Als je gaat, ga ik mee.”
Ik keek naar haar.
Voor het eerst voelde het woord zus niet vreemd.
Het voelde juist vertrouwd.
“Goed.”
Brandon kwam naar voren.
“Ik ga ook.”
Ik keek hem aan.
“Waarom?”
“Omdat ik haar wil terughalen.”
“Je bedoelt Victoria.”
“Ja.”
Hij slikte.
“Ze is misschien niet mijn biologische moeder.”
Hij keek naar Emily.
“Maar ze heeft mij opgevoed.”
Emily knikte.
“Dan gaan we samen.”
Alexander keek ons allemaal aan.
“Niemand van jullie gaat alleen.”
Ik keek hem verbaasd aan.
“Je kunt amper staan.”
Hij glimlachte zwak.
“Dat betekent niet dat ik niet kan rijden.”
Ondanks alles moest ik bijna lachen.
Bijna.
* * *
Twee uur later stonden we voor Blackwell Manor.
Het landgoed lag volledig in het donker.
Geen lichten.
Geen beveiligingspersoneel.
Geen auto's.
Alsof het verlaten was.
Maar ik wist beter.
“Ze weten dat we komen,” zei Douglas.
“Hoe?”
Hij keek naar mij.
“De vraag is niet hoe.”
Hij wees naar de camera boven de ingang.
“De vraag is waarom ze ons binnenlaten.”
Ik keek naar het gebouw.
“Voor mijn DNA.”
“Waarschijnlijk.”
De poort ging vanzelf open.
Niemand zei iets.
We reden naar binnen.
Toen we uitstapten, ging de voordeur open.
Een vrouw stond daar.
Grijs haar.
Rechte houding.
Een donkere jurk.
Ik kende haar gezicht.
Mijn hele leven kende ik dat gezicht.
“Margaret.”
Ze glimlachte.
“Gwen.”
Mijn hart deed pijn.
Niet omdat ik bang was.
Omdat een deel van mij nog steeds wilde dat ze zou zeggen dat alles een vergissing was.
Dat ze mijn moeder was.
Dat ze me had beschermd.
Dat er een verklaring was.
Maar ze zei alleen:
“Je bent precies geworden zoals ik had gehoopt.”
Ik liep naar voren.
“Waar is Victoria?”
“Binnen.”
“Laat haar gaan.”
“Eerst het monster.”
Ik hield het kleine buisje omhoog.
“Hier.”
Margaret keek ernaar.
Voor het eerst zag ik echte angst in haar ogen.
“Geef het aan mij.”
“Nee.”
“Gwen.”
“Waarom heb je mij meegenomen?”
Ze bleef stil.
“Waarom?”
Ze zuchtte.
“Omdat je moeder wilde dat ik je beschermde.”
“Mijn moeder?”
“Eleanor.”
Ik verstijfde.
“Je kende haar.”
“Beter dan je denkt.”
“En toch nam je me mee.”
“Ja.”
“Waarom?”
“Om je te redden.”
Ik lachte bitter.
“Je noemt dertig jaar leugens redden?”
Margaret keek naar beneden.
“Ik had geen keuze.”
“Iedereen zegt dat.”
“Het is de waarheid.”
“Waar is Eleanor?”
Ze keek mij aan.
“Dood.”
“Dat weet ik.”
“Maar niet hoe.”
Mijn hart sloeg sneller.
“Vertel het me.”
Margaret deed een stap opzij.
“Kom binnen.”
Ik volgde haar.
De hal zag er precies uit zoals ik hem uit mijn jeugd herinnerde.
Dezelfde trap.
Dezelfde kroonluchter.
Dezelfde schilderijen.
Ik voelde een rilling.
Ik had hier als kind gelopen.
Zonder te weten dat mijn echte leven ergens anders was.
Margaret bracht ons naar een kamer.
Victoria zat vastgebonden op een stoel.
“Moeder!”
Emily rende naar haar toe.
Victoria begon te huilen.
“Emily…”
Brandon knielde naast haar.
“Het komt goed.”
Margaret keek toe.
“Ze is niet gewond.”
Ik keek haar aan.
“Waarom doe je dit?”
“Om jou hier te krijgen.”
“Waarom?”
Ze wees naar het DNA-monster.
“Omdat dat monster alles kan vernietigen.”
“Wat staat erin?”
“Je afkomst.”
“En?”
Margaret keek me recht aan.
“En de waarheid over jouw geboorte.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Wie zijn mijn ouders?”
Ze antwoordde:
“Eleanor Hayes en Alexander Blackwell.”
Alexander sloot zijn ogen.
Ik keek naar hem.
“Dus het is waar.”
Margaret knikte.
“Ja.”
“Waarom werd ik bij hen weggehaald?”
“Omdat Richard jullie wilde doden.”
“Maar jij werkte voor hem.”
“Ik werkte tegen hem.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Waarom zou ik je geloven?”
“Omdat Eleanor mij vroeg je te beschermen.”
“Waarom zou ze jou vertrouwen?”
Margaret haalde diep adem.
“Omdat ik haar zus was.”
De kamer werd stil.
Ik voelde mijn lichaam verstijven.
“Wat?”
“Eleanor was mijn jongere zus.”
Ik keek naar haar gezicht.
Plotseling zag ik overeenkomsten.
De ogen.
De vorm van haar mond.
De manier waarop ze haar hoofd hield.
Alles wat ik nooit eerder had opgemerkt.
“Dus jij…”
“Ja.”
Ze keek naar mij.
“Ik ben jouw tante.”
Mijn adem stokte.
“Je bent niet mijn moeder.”
“Nee.”
“Maar je hebt me opgevoed.”
“Ja.”
“En je hebt tegen me gelogen.”
“Ja.”
“Waarom?”
Margaret begon te huilen.
“Omdat als Richard wist dat je nog leefde, hij je zou vinden.”
“Hij heeft me toch gevonden.”
“Dat kwam omdat ik niet langer kon blijven zwijgen.”
Ik keek naar haar.
“Wat bedoel je?”
Ze wees naar Douglas.
“Vraag hem.”
Iedereen draaide zich om.
Douglas stond bij de deur.
Zijn gezicht was bleek.
Ik keek naar hem.
“Wat weet jij?”
Hij antwoordde niet.
Margaret zei:
“Vertel haar.”
Douglas keek naar mij.
“Ik heb jaren voor Richard gewerkt.”
Mijn hart zakte.
“Wat?”
“Maar ik ben uiteindelijk overgestapt.”
“Wanneer?”
“Toen ik ontdekte wat hij werkelijk had gedaan.”
“Wat?”
Douglas keek naar Margaret.
“Hij heeft Eleanor niet vermoord.”
Ik voelde mijn adem verdwijnen.
“Wie dan?”
Douglas antwoordde:
“Michael.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Mijn vader?”
“Ja.”
“Waarom?”
“Omdat hij ontdekte dat Eleanor jou wilde wegbrengen.”
“Dat slaat nergens op.”
“Hij dacht dat je genetische materiaal gevaarlijk was.”
“Voor wie?”
Douglas keek naar mij.
“Voor jou.”
Ik voelde een rilling.
“Wat betekent dat?”
Margaret liep naar een kast.
Ze haalde een oud dossier tevoorschijn.
“Eleanor en Alexander waren betrokken bij een genetisch experiment.”
Ze legde het voor mij neer.
“Maar jij was niet het experiment.”
Ik keek haar aan.
“Wat dan?”
Ze opende het dossier.
Binnen stond een foto.
Een baby.
Maar onder de foto stond een naam die ik nog nooit had gezien.
Project EVE.
Margaret fluisterde:
“Jij was het bewijs.”
“Waarvan?”
“Dat het experiment werkte.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Wat werkte?”
Margaret keek naar mij.
“Een manier om menselijke genen vóór de geboorte te veranderen.”
De kamer werd stil.
“En jij…”
Ze wees naar mij.
“…was het eerste kind bij wie het gelukt was.”
Ik kon geen woord uitbrengen.
Toen ging plotseling het licht uit.
Een deur sloeg dicht.
Victoria schreeuwde.
En vanuit de donkere gang klonk een stem.
“Genoeg.”
Ik herkende die stem.
Richard.
“Je hebt haar lang genoeg voorgelogen, Margaret.”
Een schot klonk.
Margaret zakte op de grond.
Ik rende naar haar toe.
“Margaret!”
Ze keek naar mij.
Bloed verspreidde zich over haar jurk.
Ze pakte mijn hand.
“Gwen…”
“Blijf bij me.”
Ze fluisterde:
“Je moet één ding weten.”
“Wat?”
“Project EVE…”
Ze hapte naar adem.
“…was niet het enige experiment.”
Ik keek haar aan.
“Wat was er nog meer?”
Ze keek naar de donkere gang.
Toen naar mij.
“Er waren vier kinderen.”
Mijn bloed werd koud.
“Vier?”
Ze knikte.
“En jij bent niet de eerste.”
Haar ogen sloten zich.
Ik keek naar de gang.
Richard stond daar.
Maar achter hem verscheen een tweede persoon.
Een vrouw.
Een vrouw die ik herkende.
Mijn adem stokte.
Want zij had mijn gezicht.
En ze glimlachte naar mij.
“Hallo, Gwen.”
Toen begreep ik dat ik al die jaren niet naar mijn verleden had gezocht.
Mijn verleden had naar mij gezocht.






