DEEL 13 — HET DNA-MONSTER DAT NIET VERLOREN GING
Het buisje brak op de vloer.
Een klein stukje glas sprong tegen mijn schoen.
Het DNA-monster verspreidde zich als een dunne, bijna onzichtbare druppel over de oude laboratoriumvloer.
Ik staarde ernaar.
Dertig jaar.
Dertig jaar lang had ik geprobeerd te begrijpen wie ik was.
En nu was het enige bewijs dat misschien eindelijk antwoord kon geven… verdwenen.
“NEE!”
De arts rende naar voren.
Maar Richard stapte tussen hem en het gebroken buisje.
“Te laat.”
Ik keek naar hem.
“Je hebt dit expres gedaan.”
Hij glimlachte.
“Natuurlijk.”
“Waarom?”
“Omdat jij niet klaar bent voor de waarheid.”
Ik voelde mijn woede stijgen.
“Jij hebt mijn ouders vermoord.”
“Dat kun je niet bewijzen.”
“Je hebt mijn identiteit gestolen.”
“Ook dat kun je niet bewijzen.”
“Je hebt mijn leven vernietigd.”
Hij keek me recht aan.
“En toch sta je hier.”
Ik deed een stap naar voren.
“Waarom ben je zo bang voor één DNA-test?”
Zijn glimlach verdween.
Voor het eerst zag ik angst in zijn ogen.
Heel even.
Maar ik zag het.
“Wat weet je?” vroeg ik.
Hij antwoordde niet.
“Wat staat er in dat buisje?”
Nog steeds stilte.
Toen zei Emily:
“Hij is bang omdat het niet jouw DNA is.”
Richard draaide zich naar haar om.
“Hou je erbuiten.”
“Waarom?”
Ze keek hem recht aan.
“Omdat ik weet wat je hebt gedaan.”
Richard lachte.
“Je weet helemaal niets.”
“Ik weet genoeg.”
Ze haalde een klein apparaatje uit haar jas.
Een recorder.
Mijn hart sloeg sneller.
“Ik heb je gesprek met mijn vader opgenomen.”
Richard verstijfde.
“Welk gesprek?”
“Dat van drie maanden geleden.”
Emily drukte op een knop.
De stem van Richard klonk door het laboratorium.
“Als Gwen ooit ontdekt wie ze werkelijk is, moeten we ervoor zorgen dat ze de waarheid nooit kan bewijzen.”
Mijn bloed werd koud.
Daarna klonk de stem van een andere man.
“En als ze het DNA laat testen?”
Richard antwoordde:
“Dan vernietigen we het bewijs.”
De opname stopte.
Niemand sprak.
Richard keek naar Emily.
“Geef me die recorder.”
“Nee.”
Hij zette een stap naar voren.
Brandon ging voor Emily staan.
“Blijf van haar af.”
Richard keek hem aan.
“Jij hebt geen idee wie je beschermt.”
Brandon antwoordde:
“Voor het eerst weet ik precies wie ik bescherm.”
Hij keek naar mij.
“Mijn zus.”
Ik voelde mijn ogen branden.
Maar voordat ik iets kon zeggen, klonk er een harde knal.
De deur van het laboratorium werd ingetrapt.
Twee mannen stormden naar binnen.
Alexander greep Victoria vast en trok haar naar achteren.
Douglas duwde mij achter een kast.
“Blijf laag!”
Er klonken meerdere schoten.
Glas brak.
Een lamp viel van het plafond.
Iedereen schreeuwde.
Ik voelde iemand mijn arm grijpen.
Brandon.
“Kom!”
We renden door een zijdeur.
Emily volgde ons.
Achter ons hoorde ik Alexander roepen:
“Gwen!”
Ik draaide me om.
Hij stond midden in het laboratorium.
Richard keek hem aan.
Twee mannen hielden hem onder schot.
“Ga!” riep Alexander.
“Maar jij—”
“GA!”
Ik wilde terugrennen.
Brandon hield me tegen.
“Als je teruggaat, sterven we allemaal.”
Ik keek naar mijn vader.
Voor het eerst in mijn leven wist ik niet of ik hem ooit nog zou zien.
Toen trok Brandon me mee.
We renden door een donkere gang.
* * *
Tien minuten later bereikten we de parkeerplaats.
Een auto stond klaar.
Douglas zat achter het stuur.
“Instappen!”
We sprongen erin.
De auto schoot weg.
Pas toen we enkele kilometers verder waren, stopte Douglas bij een verlaten weg.
Niemand zei iets.
Ik keek naar mijn handen.
Ze trilden.
Emily zat naast me.
Brandon tegenover ons.
“Het DNA is weg,” zei ik.
De arts, die ons uiteindelijk had weten te volgen, keek me aan.
“Nee.”
Ik keek op.
“Wat bedoel je?”
“Het DNA-monster is niet verloren.”
“Het buisje is gebroken.”
“Ja.”
“Dus?”
Hij haalde een klein plastic zakje uit zijn jas.
Daarin zat een dun stukje materiaal.
“Toen het buisje brak, heb ik een deel van het monster veiliggesteld.”
Mijn hart sloeg over.
“Je hebt het?”
Hij knikte.
“Een klein beetje.”
“Is dat genoeg?”
“Voor een DNA-test waarschijnlijk wel.”
Ik sloot mijn ogen.
Voor het eerst voelde ik iets wat ik al jaren niet meer had gevoeld.
Hoop.
Maar de arts keek ernstig.
“Er is één probleem.”
“Welke?”
“We moeten weten waarmee we het vergelijken.”
Ik begreep het meteen.
“Mijn echte ouders.”
“Precies.”
“Eleanor en Michael zijn dood.”
“Maar hun DNA kan nog ergens bestaan.”
“Waar?”
Hij keek naar Douglas.
“Op de oude begraafplaats van Franklin County.”
Douglas knikte.
“Hun graf is nooit geopend.”
Ik keek naar Emily.
“Dan gaan we.”
* * *
Een uur later stonden we op de begraafplaats.
De regen was gestopt.
De lucht was donker.
Douglas had de nodige toestemming geregeld.
We vonden het graf van Eleanor Hayes.
Een eenvoudige steen.
Geen grote familie.
Geen rijkdom.
Alleen een naam.
Eleanor Hayes.
Daaronder:
Geliefde moeder. Wetenschapper.
Ik knielde neer.
Mijn vingers raakten de koude steen.
“Het spijt me.”
Emily stond naast me.
“Ze zou trots op je zijn.”
“Je hebt haar nooit gekend.”
“Nee.”
“Hoe weet je dat?”
“Omdat ze voor jou vocht.”
Ik keek naar de steen.
“En ze verloor.”
Emily schudde haar hoofd.
“Ze verloor haar leven.”
Ze keek naar mij.
“Maar niet haar waarheid.”
We stonden op.
De arts nam het monster af.
Toen liepen we naar het graf van Michael.
Maar voordat hij iets kon doen, hoorde ik voetstappen achter ons.
Ik draaide me om.
Een man stond tussen de bomen.
Mijn hart stopte.
“Alexander?”
Hij liep langzaam naar ons toe.
Zijn gezicht zat onder het bloed.
“Mijn vader…”
Ik rende naar hem toe.
“Wat is er gebeurd?”
“Ik ben ontsnapt.”
“Waar is Victoria?”
“Veilig.”
“En Richard?”
Alexander keek naar mij.
“Ook ontsnapt.”
Mijn maag draaide om.
“Hoe?”
“Hij had hulp.”
“Van wie?”
Alexander antwoordde niet.
“Zeg het.”
Hij keek naar Emily.
“Van iemand die je nooit zult verwachten.”
“Wie?”
Alexander haalde een telefoon uit zijn zak.
“Deze lag in Richards auto.”
Hij gaf hem aan mij.
Op het scherm stond één bericht.
Het plan is veranderd. Gwen moet leven.
Ik keek naar de afzender.
Mijn hart stopte.
De naam was:
Douglas Sterling.
Ik draaide me langzaam om.
Douglas stond enkele meters achter ons.
Hij keek naar mij.
Zijn gezicht was volledig veranderd.
Geen paniek.
Geen verbazing.
Alleen kalmte.
“Gwen…”
Ik deed een stap achteruit.
“Jij.”
Emily greep mijn arm.
Douglas zuchtte.
“Je begrijpt het verkeerd.”
“Werk jij voor Richard?”
“Nee.”
“Dan waarom staat jouw naam op zijn telefoon?”
Hij keek naar Alexander.
“Dat is een lang verhaal.”
“Dan heb je nu tijd.”
Hij keek naar mij.
“Je wilt de waarheid?”
“Ja.”
Hij kwam dichterbij.
“Dan moet je weten dat Richard Barrett nooit degene was die jouw ouders liet vermoorden.”
Mijn hart sloeg over.
“Wie dan?”
Douglas keek naar mij.
“De opdracht kwam van iemand die jij al die tijd vertrouwde.”
“Wie?”
Hij antwoordde niet.
Toen trilde mijn telefoon.
Een nieuw bericht.
Een foto.
Mijn moeder.
Victoria.
Ze zat vastgebonden op een stoel.
Onder de foto stond:
Kom alleen naar het Blackwell-landgoed.
Daaronder:
Breng het DNA-monster mee.
En één laatste zin:
Als je dat niet doet, sterft je moeder vannacht.
Ik keek naar Alexander.
Hij las het bericht.
Zijn gezicht werd wit.
“Gwen…”
“Wat?”
Hij fluisterde:
“Je mag daar niet heen.”
“Waarom niet?”
Hij keek me recht aan.
“Omdat degene die Victoria heeft ontvoerd…”
Hij slikte.
“…degene is die dertig jaar geleden jouw leven heeft georganiseerd.”
Ik kneep mijn telefoon stevig vast.
“Wie?”
Alexander keek naar Douglas.
Toen naar Emily.
En uiteindelijk naar mij.
“Margaret Abernathy.”
Mijn adem stokte.
Mijn adoptiemoeder.
De vrouw die ik jarenlang mijn moeder had genoemd.
De vrouw die mij als baby had meegenomen.
De vrouw die mijn identiteit had gestolen.
Ze leefde nog.
En ze had mijn biologische moeder.
Ik keek naar het kleine DNA-monster in de hand van de arts.
Toen naar het donkere landgoed op de foto.
Ik wist dat ik een keuze moest maken.
Of ik ging alleen.
Of ik verloor eindelijk de enige persoon die misschien nog alle antwoorden kende.
Maar diep vanbinnen wist ik één ding:
Margaret had dertig jaar gewacht op dit moment.
En nu was ik eindelijk klaar om haar te ontmoeten.






