DEEL 6 — DE MAN ACHTER ALLES
De naam op het formulier bleef voor mijn ogen staan.
Erik van Loon.
Ik keek naar Sophie.
Ze was lijkbleek.
“Is dat jouw vader?”
Ze knikte langzaam.
“Ja.”
Mijn adem stokte.
“Maar mijn moeder zei dat hij verdwenen was.”
“Dat klopt.”
“Waar is hij dan al die jaren geweest?”
Sophie keek naar de gang.
“Hij vluchtte.”
“Voor wie?”
Ze antwoordde niet.
Toen hoorde ik voetstappen.
Een man kwam de kamer binnen.
Hij was ongeveer zestig.
Grijs haar.
Een litteken liep vanaf zijn slaap naar zijn kaak.
Maar zijn ogen…
Die herkende ik.
Niet omdat ik hem ooit had ontmoet.
Maar omdat ik diezelfde ogen in tientallen oude foto's had gezien.
Erik van Loon.
Hij keek naar Sophie.
Toen naar mij.
“Daan Vermeer.”
Ik stond op.
“U kent mij.”
“Beter dan je denkt.”
Mijn vader kwam naast me staan.
Zijn gezicht veranderde zodra hij Erik zag.
“Jij.”
Erik keek hem aan.
“Willem.”
De twee mannen stonden tegenover elkaar alsof ze elkaar al tientallen jaren haatten.
Ik keek naar mijn vader.
“Jullie kennen elkaar.”
“Ja.”
“Wie is hij werkelijk?”
Erik antwoordde:
“De man die jouw vader had moeten zijn.”
Mijn vader sloeg zijn ogen neer.
“Dat is niet waar.”
Erik glimlachte bitter.
“Je hebt hem grootgebracht. Dat geef ik toe.”
Ik voelde mijn hoofd duizelen.
“Stop.”
Iedereen keek naar mij.
“Ik wil de waarheid.”
Erik knikte.
“Dan krijg je die.”
* * *
Hij vertelde dat mijn moeder en hij elkaar meer dan dertig jaar geleden hadden leren kennen.
Ze waren jong.
Verliefd.
Maar mijn grootvader wilde niet dat zijn dochter met Erik trouwde.
Erik kwam uit een arme familie.
Willem daarentegen kwam uit een rijke ondernemersfamilie.
Mijn grootvader koos Willem.
Mijn moeder trouwde met hem.
Maar ze was toen al zwanger.
Van mij.
Ik voelde mijn benen slap worden.
“Dus…”
Mijn vader keek weg.
“Ja.”
“Willem is niet mijn biologische vader.”
Hij knikte.
“Maar ik ben wel je vader geweest.”
Ik keek hem aan.
Dat ene verschil deed pijn.
“Waarom heb je me dit nooit verteld?”
“Omdat ik van je hield.”
Erik onderbrak hem.
“En omdat hij bang was dat ik je zou meenemen.”
Mijn vader keek woedend naar hem.
“Jij verdween.”
“Omdat jouw schoonvader mij wilde laten vermoorden.”
“Je vluchtte!”
“Omdat ik moest overleven!”
Sophie begon te huilen.
“Kunnen jullie alsjeblieft stoppen?”
De kamer werd stil.
Ze keek naar mij.
“Daan, er is nog iets.”
Ik voelde mijn hart zinken.
“Wat?”
“Mijn vader werkte vroeger samen met jouw biologische vader.”
“Voor het netwerk?”
Ze knikte.
“Maar ze probeerden eruit te stappen.”
Erik antwoordde:
“En daarom moesten we verdwijnen.”
* * *
Ik keek naar mijn moeder.
“Waarom heeft u Sophie gekozen?”
Ze antwoordde zacht:
“Omdat ik wist dat haar vader nog leefde.”
“Dus je wist wie zij was.”
“Ja.”
“Waarom bracht je haar bij mij?”
“Om je te beschermen.”
Ik lachte bitter.
“Je noemt dat beschermen?”
“Als ik haar niet in jouw leven had gebracht, zouden andere mensen haar hebben gevonden.”
Ik keek naar Sophie.
“En toen?”
Mijn moeder huilde.
“Toen werd ze familie.”
Sophie pakte mijn hand.
“Dat was nooit gepland.”
* * *
Plotseling ging het alarm van het ziekenhuis.
Een verpleegkundige rende de kamer binnen.
“Beveiliging! Iemand probeert de afdeling binnen te komen!”
Mijn vader keek naar Erik.
“Ze hebben ons gevonden.”
De lichten begonnen te knipperen.
De deuren werden automatisch vergrendeld.
Sophie greep mijn arm.
“Daan…”
“Blijf bij mij.”
Buiten klonken voetstappen.
Daarna een harde klap.
De deur trilde.
Mijn vader trok een wapen.
“Willem!”
Hij keek mij aan.
“Blijf achter mij.”
Nog een klap.
De deur begon open te breken.
Erik keek naar Sophie.
“Je moet weg.”
“Waarheen?”
“Ondergrondse parkeergarage.”
Mijn vader schudde zijn hoofd.
“Daar verwachten ze ons.”
Erik keek hem aan.
“Dan heb jij een beter idee.”
Willem zei niets.
Ik keek naar beide mannen.
“Jullie weten wie hierachter zit.”
Erik knikte.
“Ja.”
“Wie?”
Hij keek naar mijn moeder.
Mijn moeder begon te huilen.
“Zeg het.”
Erik antwoordde:
“Je grootvader.”
Ik verstijfde.
“Mijn grootvader is al twintig jaar dood.”
Erik keek me recht aan.
“Dat is wat iedereen denkt.”
De deur vloog open.
Een gewapende man stond in de opening.
Willem duwde mij opzij.
Er klonk een schot.
De man viel.
Maar achter hem stonden er nog drie.
“Rennen!”
We verlieten de kamer via een nooduitgang.
Sophie liep tussen mij en Erik.
Mijn vader bleef achteraan.
We bereikten de trap.
Toen hoorde ik een schreeuw.
“Willem!”
Ik draaide me om.
Mijn vader lag op de grond.
Bloed liep over zijn shirt.
“Papa!”
Ik wilde terugrennen.
Erik hield me tegen.
“Niet!”
“Hij is neergeschoten!”
“Als je teruggaat, sterf jij ook.”
Ik rukte me los.
Maar mijn vader keek naar mij.
“Ga!”
“Papa…”
Hij glimlachte zwak.
“Bescherm Sophie.”
Ik bleef staan.
De deuren achter ons begonnen opnieuw open te gaan.
Ik pakte Sophie vast.
We renden verder.
* * *
Twintig minuten later zaten we in een verborgen garage.
Sophie huilde.
Ik zat tegenover haar.
“Is mijn vader dood?”
Erik zweeg.
Toen zei hij:
“Hij is gewond.”
“Maar leeft hij?”
“Ja.”
Ik sloot mijn ogen.
Toen zag ik iets op de achterbank.
Een oude zwarte tas.
Ik opende hem.
Daarin zat een laptop.
Een paspoort.
En een brief.
Op de voorkant stond:
VOOR DAAN — ALLEEN OPENEN ALS WILLEM NIET MEER BIJ JE IS.
Mijn handen trilden.
Ik opende de brief.
Er stond slechts één zin:
“De man die jij je hele leven opa hebt genoemd, heeft jouw vader niet laten verdwijnen.”
Daaronder:
“Hij heeft mij laten verdwijnen.”
Ik keek naar Erik.
“Wat betekent dit?”
Erik keek uit het raam.
“Het betekent dat je grootvader niet de opdrachtgever was.”
“Wie dan?”
Erik antwoordde:
“De persoon die vandaag nog steeds toegang heeft tot al onze bankrekeningen.”
Ik keek naar de laptop.
Op dat moment ging hij vanzelf aan.
Er verscheen één bestand.
PROJECT VERMEER — FASE 7.
Daaronder stond een lijst met namen.
Mijn moeder.
Willem.
Erik.
Sophie.
En helemaal onderaan…
DAAN VERMEER — HOOFDDOELWIT.
Ik voelde mijn bloed koud worden.
Maar toen verscheen er een tweede regel.
FASE 7 IS NIET BEDOELD OM DAAN TE DODEN.
Ik keek naar Sophie.
“Wat betekent dat?”
Het scherm veranderde.
FASE 7: DAAN MOET DE ORGANISATIE OVERNEMEN.
Erik werd bleek.
“Nee…”
“Wat?”
Hij keek mij aan.
“Ze willen jou niet vernietigen.”
Hij slikte.
“Ze willen jou als hun nieuwe leider.”






