DEEL 2 — HET DOSSIER ONDER DE VLOER
De rechercheur legde de foto's één voor één op tafel.
Ik herkende Sophie meteen.
Maar de foto's waren niet van de afgelopen maanden.
Sommige waren al bijna twee jaar oud.
“Daan,” zei de rechercheur zacht, “we denken dat dit veel verder gaat dan alleen mishandeling.”
Ik keek naar mijn moeder.
Ze zei niets meer.
Toen wees de rechercheur naar een foto.
Daarop stond Sophie voor een ziekenhuis in Utrecht.
Naast haar stond een onbekende man.
“Wie is hij?”
Mijn moeder werd plotseling bleek.
Ik keek haar aan.
“Wie is die man?”
Ze antwoordde niet.
De rechercheur opende een tweede map.
Daarin stond een naam.
Erik van Loon.
Mijn hart sloeg over.
Ik kende die naam.
Het was de voormalige zakenpartner van mijn moeder.
Een man die vijf jaar geleden plotseling uit Nederland was verdwenen.
“Wat heeft hij met Sophie te maken?”
De rechercheur keek me aan.
“Dat proberen wij juist uit te zoeken.”
Mijn telefoon ging.
Het was het ziekenhuis.
Ik nam onmiddellijk op.
“Met Daan Vermeer.”
Een verpleegkundige sprak snel.
“Uw vrouw is wakker.”
Ik voelde mijn lichaam ontspannen.
“Hoe gaat ze?”
“Ze is zwak, maar stabiel.”
“En de baby?”
Een korte stilte.
“De arts wil u persoonlijk spreken.”
Mijn hart zonk.
* * *
Tien minuten later stond ik naast Sophie's bed.
Ze zag er klein en uitgeput uit.
Maar toen ze me zag, probeerde ze te glimlachen.
“Daan…”
Ik pakte haar hand.
“Het spijt me.”
Ze kneep zacht in mijn vingers.
“Jij wist het niet.”
“Ik had moeten weten wat er thuis gebeurde.”
“Je moeder zorgde ervoor dat niemand naar mij luisterde.”
Ik keek haar aan.
“Wat heeft ze gedaan?”
Sophie slikte.
“Ze wilde dat ik zou vertrekken.”
“Waarom?”
Ze keek naar de deur.
“Omdat ze bang was dat jij achter een geheim zou komen.”
“Welk geheim?”
Sophie begon te huilen.
“Over je vader.”
Ik verstijfde.
Mijn vader was overleden toen ik twaalf was.
“Wat heeft mijn vader hiermee te maken?”
Sophie keek me recht aan.
“Hij is niet overleden door een ongeluk.”
Ik voelde mijn hartslag versnellen.
“Wat zeg je?”
“Je moeder heeft me verteld dat je vader iets had ontdekt.”
“Wat?”
“Geld.”
Ik dacht aan het dossier.
Aan de foto's.
Aan de naam Erik van Loon.
“Welk geld?”
Sophie fluisterde:
“Miljoenen.”
* * *
De deur ging open.
De rechercheur kwam binnen.
“Daan, we hebben iets gevonden.”
Hij legde een USB-stick op tafel.
“Deze zat verborgen in de metalen kist.”
“Wat staat erop?”
“Beelden.”
Hij zette een laptop aan.
Op het scherm verscheen mijn moeder.
De opname was duidelijk enkele maanden geleden gemaakt.
Ze zat tegenover een onbekende man.
Erik van Loon.
Mijn moeder keek hem aan.
“Zolang Daan niets weet, blijft alles onder controle.”
Erik antwoordde:
“En Sophie?”
Mijn moeder glimlachte koud.
“Zij wordt het probleem.”
Ik voelde mijn handen trillen.
Op het scherm zei Erik:
“Als ze ontdekt dat haar zwangerschap onderdeel van het plan is, kan ze alles vernietigen.”
De video stopte.
Ik keek naar de rechercheur.
“Wat bedoelde hij?”
Hij antwoordde niet.
De deur ging opnieuw open.
Een arts kwam binnen.
“Daan…”
Ik stond op.
“Wat is er met mijn vrouw?”
De arts keek ernstig.
“De zwangerschap is op dit moment stabiel.”
Ik haalde opgelucht adem.
“Maar er is iets anders.”
“Wat?”
De arts legde een dossier op tafel.
“Tijdens de onderzoeken hebben we ontdekt dat Sophie vóór haar zwangerschap medicijnen gebruikte die door iemand anders waren voorgeschreven.”
Ik keek naar Sophie.
“Wat voor medicijnen?”
Ze schudde haar hoofd.
“Ik heb die nooit gebruikt.”
De arts keek naar mij.
“Precies.”
Mijn bloed werd koud.
“Dus iemand heeft haar medicatie verwisseld?”
“Waarschijnlijk.”
De rechercheur pakte zijn telefoon.
“Dan hebben we een nieuw probleem.”
“Welk probleem?”
Hij keek me recht aan.
“De apotheek die de medicijnen heeft geleverd…”
Hij zweeg even.
“…staat op naam van uw moeder.”
Ik voelde de kamer draaien.
Maar toen kwam er een bericht binnen.
Van een onbekend nummer.
JE ZOEKT NAAR DE VERKEERDE SCHULDIGE, DAAN.
Daaronder stond:
VRAAG JE MOEDER WAAROM JE VADER ECHT STIERF.
Ik keek langzaam naar de deur.
Mijn moeder stond daar.
En voor het eerst zag ik angst in haar ogen.
Ze fluisterde slechts vier woorden:
“Je vader leeft nog.”
Mijn wereld stond stil.






