Zes maanden na de veroordeling van Malcolm en Richard leek het leven in ons nieuwe huis in de rustige buitenwijk zijn perfecte ritme te hebben gevonden. Penelope was inmiddels een speelse, nieuwsgierige peuter die de wereld om zich heen met een aanstekelijk enthousiasme ontdekte. Haar ademhalingsproblemen behoorden definitief tot het verleden; de artsen hadden haar medisch dossier officieel gesloten.
Gwen woonde in het aanleunende gastenverblijf van de woning. Ze hielp dagelijks met Penelope, gaf tuinierles in de buurt en leek de rust te hebben gevonden waar ze dertig jaar lang naar had gezocht.
Tot die bewuste dinsdagmiddag.
Ik kwam terug van de supermarkt en parkeerde de auto op de oprit. De postbode liep net weg bij de brievenbus. Tussen de gebruikelijke rekeningen en reclamefolders lag een dunne, grijze envelop zonder afzender. Mijn naam was met een typemachine op de voorkant gedrukt.
Mijn maag verkrampte instinctief. Het traumatische gevoel van de anonieme berichten van een jaar geleden kwam in één klap terug.
Ik stapte de keuken binnen, legde de boodschappen neer en opende de envelop met een kantoormesje. Binnenin zat een enkele krantenknipsel uit de regionale krant van die week, vergezeld van een handgeschreven briefje.
Het krantenartikel meldde een incident in de gevangenis van Vught:
"Gevangene M. v.d. M. (36) ernstig gewond geraakt bij steekpartij op de binnenplaats. Slachtoffer overgebracht naar de intensive care."
Mijn adem stokte. Malcolm was neergestoken in de gevangenis.
Ik vouwde het handgeschreven briefje open dat bij het knipsel zat. Het handschrift was slordig, bijna haastig neergekrabbeld:
"Je denkt dat je gewonnen hebt, Laura. Je denkt dat hij opgesloten zit en dat je veilig bent. Maar Malcolm had schulden bij mensen die buiten de muren veel meer macht hebben dan de politie. Als hij zijn schulden niet kan betalen, klopt de rekening bij jou en Gwen aan. Penelope is een mooi meisje... zorg dat ze niet verdwijnt."
Mijn handen begonnen zo hard te trillen dat het papier op de keukentafel viel. Een ijskoude rilling trok over mijn rug. Het was niet voorbij. De schaduwen van Malcolm’s criminele verleden reikten voorbij de gevangenismuren.
"Laura?" klonk de stem van Gwen, die met Penelope in haar armen de achterdeur binnenkwam. "Er zijn verse aardbeien uit de tuin—wat is er mis? Je bent zo wit als een doek!"
Ik wees met een trillende vinger naar het briefje op tafel. Gwen zette Penelope voorzichtig in de box en pakte het papier op. Terwijl ze las, zag ik haar kaken op elkaar klemmen. De ontspannen uitstraling van de afgelopen maanden verdween op slag; de strijdlustige leeuwin was in één seconde terug.
"Wie heeft dit gestuurd?" vroeg Gwen met een ijskoude stem.
"Ik weet het niet!" stamelde ik. "Malcolm had blijkbaar zware schulden bij criminelen. Waarschijnlijk heeft hij hun geld gebruikt voor zijn witwaspraktijken of voor zijn luxe leventje met Chantal! En nu hij vastzit en al zijn geld is bevroren door de rechter, willen die mensen hun geld bij óns komen halen!"
Gwen liep direct naar het raam en keek strak naar de straat. Een onbekende, grijze bestelbus stond met draaiende motor aan het einde van onze laan geparkeerd. De ramen waren geblindeerd.
"Ze observeren het huis al," zei Gwen ijzig.
"Wat moeten we doen?!" panikeerde ik, terwijl ik Penelope uit de box graaide en haar stevig tegen me aan klemde. "De politie bellen?!"
"De politie kan niets doen tegen een anoniem briefje zonder direct bewijs van wie het gestuurd heeft," zei Gwen rationalistisch. "En voordat zij een surveillancewagen sturen, zijn deze figuren al verdwenen. We moeten anders handelen."
Gwen pakte haar telefoon en belde niet de politie, maar een nummer dat ze al jaren niet meer gebruikt had.
"Met Gwen," zei ze zodra er werd opgenomen. "Ik heb een probleem met de oude 'zakelijke relaties' van Richard. Ze staan voor mijn deur."
Aan de andere kant van de lijn klonk een hese, diepe stem. "Richard's schuldeisers? Ik dacht dat die zaak afgehandeld was."
"Richard heeft Malcolm gebruikt om zijn oude schulden door te sluizen," zei Gwen stellig. "Ik heb je hulp nodig, Marcus. Vandaag nog."
Ik staarde Gwen vol ongeloof aan. "Wie is Marcus?!"
Gwen keek me strak aan. "Marcus is de voormalige beveiligingschef van het familiebedrijf. De enige man die dertig jaar geleden precies wist hoe gevaarlijk Richard en zijn onderwereldconnecties waren. Hij heeft mij destijds geholpen om bewijzen tegen Richard te verzamelen."
Minder dan twintig minuten later reed een robuuste, zwarte SUV de oprit op. Een brede man van achter in de vijftig, met een kaal hoofd en een litteken over zijn linkerwenkbrauw, stapte uit. Hij droeg een strak pak en straalde een absolute autoriteit uit.
Marcus stapte de woning binnen en knikte kort naar Gwen. "Gwen. Het is lang geleden."
"Te lang, Marcus," antwoordde Gwen.
Marcus bekeek het briefje op de keukentafel, trok een paar latex handschoenen aan en bewaarde het papier in een plastic zakje. Daarna liep hij naar het raam en keek naar de grijze bestelbus aan het einde van de straat.
"Dat zijn de jongens van de 'Haagse Groep'," zei Marcus na één blik op het kenteken. "Richard heeft drie ton bij ze geleend voor zijn vastgoedprojecten die mislukt zijn. Toen Malcolm werd opgepakt, hebben ze geprobeerd het geld bij hem op te halen in de gevangenis. Blijkbaar heeft Malcolm daar een grote mond gehad, met die steekpartij als gevolg."
Mijn maag draaide om. "En nu willen ze die drie ton van ons?!"
"Ze denken dat jullie het geld hebben omdat al het vermogen van Malcolm naar de derdenrekening van Penelope is overgeheveld," zei Marcus stellig. "Maar ze kennen mij nog niet."
Marcus pakte zijn telefoon, maakte een foto van de bestelbus en stuurde een tekstbericht. Binnen twee minuten reed de grijze bestelbus met gierende banden weg uit onze straat.
"Wat heb je gedaan?" vroeg ik verbaasd.
Marcus glimlachte grimmig. "Ik heb hun leider laten weten dat het geld van Penelope onder het directe toezicht staat van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en het Openbaar Ministerie. Elke cent die daaraan aangeraakt wordt, triggert een automatische witwas- en afpersingsonderzoek door de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). En ik heb hem er fijntjes aan herinnerd dat ik nog een paar dossiers over hun illegale gokhuizen in mijn kluis heb liggen."
Ik slaakte een lange zucht van verlichting. Maar Marcus keek me niet geruststellend aan.
"Het is tijdelijk opgelost, Laura," zei Marcus ernstig. "Zolang Malcolm leeft, blijft hij een risicofactor. Hij is wanhopig. Een man die niets meer te verliezen heeft in de gevangenis, is het gevaarlijkst."
Op dat moment ging de telefoon van Gwen. Het was een officieel gesprek van het ziekenhuis waar Malcolm na de steekpartij naartoe was gebracht.
Gwen zette de telefoon op de luidspreker.
"Mevrouw Van der Meer?" vroeg een strakke artsenstem. "We bellen u als de officiële contactpersoon in het medisch dossier van uw zoon, Malcolm van der Meer."
"Hoe is zijn toestand?" vroeg Gwen ijzig.
"Hij heeft de operatie overleefd, maar zijn toestand is kritiek," zei de arts. "Hij heeft gevraagd om een laatste gesprek met u en mevrouw Laura van der Meer. Hij verklaart dat hij informatie heeft over een geheime kluis van Richard waar nog bewijsstukken in liggen die uw veiligheid kunnen garanderen. Maar hij wil dat u nu komt."
Gwen en ik keken elkaar aan. Was dit een valstrik? Een laatste wanhopige poging van Malcolm om ons mee te sleuren in zijn ondergang? Of had hij daadwerkelijk de sleutel tot onze definitieve vrede?






