Het bloed suisde in mijn oren. Frank keek me nog één seconde met een kille, onbewogen blik aan, draaide zich toen om en liep met grote stappen de oprit af. Hij stapte in een zwarte wagen zonder kentekenplaat aan de voorkant en reed met gierende banden weg.
Ik deed de deur dicht, schoof de extra grendels erop en leunde met mijn rug tegen het hout. Mijn hele lichaam trilde. De angst die ik vanmorgen zo succesvol van me af had geschud, kwam in volle hevigheid terug. Het was één ding om te vechten tegen de wettelijke manipulaties van mijn moeder, maar dit was van een heel andere orde. Dit was intimidatie, oplichting en gevaar voor mijn dochter.
Lotje huilde harder in de woonkamer. Ik dwong mezelf om diep adem te halen. Paniek zou me nu niet redden. Logisch nadenken wel.
Ik pakte Lotje uit haar wieg, hield haar dicht tegen me aan en liep naar de keuken. Mijn handen trilden zo erg dat ik moeite had om mijn telefoon te ontgrendelen.
Ik belde niet meteen de politie. Ik wist dat een handgeschreven papiertje van een onderlinge schuld voor de politie op dit moment een ingewikkelde civiele zaak zou lijken, tenzij ik keihard bewijs had dat het om valsheid in geschrifte ging.
Ik belde mr. Van Der Meer op zijn spoednummer.
‘Laura? Wat is er gebeurd?’ vroeg hij meteen toen hij de spanning in mijn stem hoorde.
Ik legde hem in sneltreinvaart uit wat Frank me zojuist had laten zien. Ik vertelde over de schuld, de handtekening en de dreigende taal.
Aan de andere kant van de lijn bleef het even stil.
‘Dit verandert de zaak dramatisch,’ zei Van Der Meer stellig. ‘Uw moeder heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten: valsheid in geschrifte, oplichting en het meeslepen van derden in illegale financiële constructies. Maar we moeten voorzichtig zijn. Frank is een bekende van de instanties, maar hij is gevaarlijk als hij denkt geld te kunnen halen.’
‘Wat moet ik doen?’ vroeg ik wanhopig. ‘Ik kan hier niet blijven als hij morgen terugkomt!’
‘U blijft vanavond thuis, met de deuren dicht. Ik bel direct de wijkagent om te zorgen dat er een surveillancewagen door uw straat rijdt. En morgenochtend vroeg gaan we een officiële aangifte doen van valsheid in geschrifte en afpersing. Maar Laura... er is één ding dat u mij moet vertellen.’
‘Wat dan?’
‘Hoe kwam uw moeder aan uw handtekening? En hoe wist ze zo zeker dat ze dit kon doorschakelen naar Frank?’
Ik sloot mijn ogen en dacht terug aan de periode waarin ik hoogzwanger was. Aan de keren dat mijn moeder aan bood om mijn administratie 'op orde te brengen' toen ik last had van zware zwangerschapsvergiftiging. Ik had haar vertrouwd. Ze had stapels papieren laten zien voor verzekeringen en zorgtoeslagen. Ik had toen snelle krabbels gezet op formulieren die zij me voorhield...
‘Ze heeft een lege pagina laten ondertekenen,’ fluisterde ik, terwijl het ijskoude besef over me heen golfde. ‘Ze heeft mijn handtekening gebruikt van een blanco document dat ik voor een verzekeringsaanvraag dacht te tekenen.’
‘Dan hebben we ze,’ zei Van Der Meer ijskoud. ‘Morgen maken we hier definitief een einde aan. Maar u moet vannacht heel alert blijven.’
Ik hing op en keek door het raam naar de donkere straat. Het was stil buiten, maar die stilte voelde niet langer veilig. Het voelde als de stilte voor een storm.
En rond drie uur 's nachts schrok ik wakker van het geluid van een krakend raam aan de achterzijde van het huis.
---






