Zes maanden later.
Het was een warme zomermiddag aan de Klaverweg. De Saliegroene geverfde muren van de babykamer waren nu gevuld met kleurrijke tekeningen, en het huis rook niet langer naar verse verf, maar naar babylotions, verse bloemen en zelfgebakken cake.
Lotje was inmiddels zeven maanden oud. Ze brabbelde vrolijk op haar kleed in de achtertuin, terwijl ze met haar kleine handjes naar een houten blokje greep.
Ik zat op de schommelbank in de tuin met een kop thee. Mevrouw Hendriks van nummer 14 zat naast me. We praatten over de straatbarbecue die komend weekend georganiseerd zou worden.
Mijn leven was in niets meer te vergelijken met de chaotische, angstige wereld waarin ik dertig jaar lang had geleefd.
Via mr. Van Der Meer had ik gehoord dat mijn moeder was veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf en een taakstraf van 200 uur wegens valsheid in geschrifte en aanzetting tot inbraak. Patrick had een werkstraf gekregen en volgde nu een verplicht schuldhulptraject. Kim was met de kinderen verhuisd naar een klein huurappartementje in een andere stad, ver weg van de invloed van mijn moeder.
Ze lieten me allemaal met rust. Het gebiedsverbod werkte als een ondoordringbare muur.
Plotseling ging de deurbel.
Geen opdringerig gebons. Geen angstige rilling die door mijn lijf ging. Gewoon een vriendelijk, kort signaal.
Ik liep naar de voordeur en keek door het raampje.
Op de stoep stond een postbode met een grote doos onder zijn arm. Ik opende de deur met een glimlach.
‘Mevrouw Laura De Jong?’ vroeg de postbode.
‘Ja, dat ben ik.’
‘Een pakketje voor u. Aangetekend.’
Ik ondertekende de ontvangst op zijn digitale schermpje en nam de doos in ontvangst. Er stond geen afzender op de buitenkant, alleen mijn naam en adres in een strak geformuleerd etiket.
Ik nam de doos mee naar de keukentafel en pakte een schaar. Mijn hart klopte rustig. Wat het ook was, niemand kon mij meer iets maken.
Toen ik de doos opende, zag ik een stapel oude fotoalbums liggen. Bovenop lag een klein, wit kaartje.
Ik pakte het kaartje op en las de handgeschreven letters.
Het was niet de hand van mijn moeder.
Het was het handschrift van David. De man die mij vier maanden in mijn zwangerschap had verlaten.
---






