Het rode noodlicht wierp angstaanjagende schaduwen over de stalen muren van de kluizenkelder. Het geluid van zware laarzen op de marmeren vloer boven mij echode door het ventilatiesysteem, vergezeld van schreeuwende stemmen in het Frans. Julian's mannen hadden het personeel van de bank uitgeschakeld.
"Laura, hoor je me?!" gilde David door mijn oortje. "Ze hebben de hoofdingang geblokkeerd! Ik probeer naar de achteringang aan de Rue du Marché te komen, maar je moet máken dat je daar komt!"
"Ik heb het kistje en de documenten!" antwoordde ik gejaagd, terwijl ik het zwarte dossier en het houten kistje wanhopig in mijn rugzak propte. "Hoe kom ik hier uit?"
"Er is een vluchtweg voor de bankdirectie!" riep David. "Aan de achterkant van de kluizenkelder moet een stalen serviceladder zijn die naar de parkeergarage leidt!"
Ik keek paniekerig om me heen. Aan het einde van de gang met de duizenden kluisjes zag ik inderdaad een kleine, grijs geschilderde deur met het opschrift Accès Service.
Voordat ik de deur bereikte, zwaaide de hoofdingang van de kluizenkelder met een luide klap open.
Twee gewapende mannen in zwarte tactische kleding stapten de ruimte binnen. Hun laservizieren sneden door de rode duisternis.
"Daar is ze!" schreeuwde er een.
Ik twijfelde geen seconde. Ik dook achter een zware stalen scheidingswand net toen er twee schoten afgingen. De kogels ketsen met een oorverdovend gekrijs af op de stalen kluisdeurtjes. Vonken vlogen door de lucht.
Ik kruip wanhopig over de koude vloer richting de servicedeur. Mijn rugzak was zwaar, maar ik klemde hem vast alsof mijn leven ervan afhing—en dat deed het ook.
Ik bereikte de servicedeur, greep de klink en duwde. De deur was op slot!
"Nee, nee, nee!" fluisterde ik in paniek.
Ik keek naar het slot. Het was een eenvoudig mechanisch slot. Ik haalde de koperen sleutel van kluis 774-B tevoorschijn. Het stak hem in het sleutelgat van de servicedeur. Het paste niet perfect, maar met een wanhopige ruk en een luide vloek van mijn kant, stootte ik de sleutel erin en draaide hem met al mijn kracht om.
Het slot knapte met een luid knappend geluid. De deur zwaaide open.
Ik glipte erdoorheen en sloeg de stalen deur achter me dicht net toen de mannen het vuur weer openden. De kogels deukten het staal van de deur in, maar drongen er niet doorheen.
Ik bevond me in een smalle, betonnen schacht met een stalen trap die omhoog leidde. Ik klom de treden op zo snel als mijn benen me konden dragen, mijn ademhaling een schor gerasp in de besloten ruimte.
Aan het einde van de trap kwam ik uit bij een zware nooddeur. Ik duwde tegen de paniekstang. De deur vloog open en ik stapte de halfdonkere parkeergarage onder het bankgebouw binnen.
De lucht rook naar uitlaatgassen en vochtig beton.
"David, ik ben in de garage!" zei ik door de telefoon.
"Ik zie de garage-uitgang!" antwoordde David. "Rijd naar de Rue du Marché! Ik sta bij de laadzone!"
Ik rende door de rij geparkeerde luxe wagens. Maar net toen ik de helling naar de straat wilde oprennen, reed een zwarte Mercedes-terreinwagen met gierende banden de garage binnen en blokkeerde de uitgang.
Het portier van de bijrijder ging open.
Een man met een strak opgeschoren kapsel en een litteken over zijn linkerwang stapte uit. Hij hield een pistool met een geluidsdemper vast.
"Mevrouw Vance," zei hij met een ijzige, kalme stem. "Meneer Vance heeft ons gevraagd u ongeduerd naar hem toe te brengen. Geef de tas, en stap in."
Ik deed een stap achteruit, mijn rug tegen een betonnen pilaar gedrukt. "Julian heeft mijn moeder vermoord," zei ik strak. "Hij heeft mijn leven verwoest. Ik geef hem helemaal niets."
De man haalde zijn schouders op. "Dat is jammer. Meneer Vance zei dat we uw vader Marcus zouden neerschieten als u niet meewerkte. Hij staat via een videoverbinding klaar om het bevel te geven."
Hij haalde een smartphone tevoorschijn en hield het scherm naar mij toe.
Op het scherm zag ik Marcus. Hij zat vastgebonden op een stoel in een kale, betonnen ruimte. Zijn gezicht was gezwollen en bloedig. Achter hem stond een gemaskerde man met een pistool op zijn hoofd gericht.
Mijn hart kromp aaneen van afgrijzen. "Marcus..." fluisterde ik.
"Je hebt tien seconden om in te stappen, Laura," zei de man met het litteken. "Anders geven we het teken en blazen ze zijn hersenen eruit."
"Nee! Wacht!" schreeuwde ik.
Ik keek naar de rugzak op mijn rug. Het dossier. Het kistje. De erfenis. Alles waar mijn echte ouders voor hadden geleefd. Als ik het opgaf, was alles voor niets geweest. Maar als ik het niet opgaf, stierf mijn biologische vader voor mijn ogen.
"Drie..." telde de man af.
"Twee..."
"Ik stap in!" riep ik wanhopig. "Laat hem niet doodschieten!"
Ik liet de rugzak van mijn schouders glijden en zette een stap naar de Mercedes toe.
Op dat exacte moment klonk er een oorverdovend geluid van brullende motoren en gierende banden van buiten de garage. A kille wind vlaagde door de helling toen David's blauwe Volvo met volle snelheid de garage binnen stormde!
David ontweek de Mercedes ternauwernood en ramde met de zijkant van zijn auto de man met het litteken!
De man werd omvergeblazen en het pistool vloog met een boog over de vloer.
"LAURA! INSTAPPEN!" schreeuwde David, terwijl hij het passagiersportier wijd opengooide.
Ik dacht niet na. Ik greep mijn rugzak van de grond, sprong de rijdende auto in en sloeg het portier dicht!
David zette de wagen in zijn achteruit, maakte een drift van honderdtachtig graden op de gladde betonvloer, en scheurde met loeiende motor de garage uit, de straten van Genève op!
Achter ons hoorden we het brullen van de Mercedes die de achtervolging inzette.
"We hebben de documenten!" schreeuwde ik boven het geluid van de motor uit. "Maar ze hebben Marcus! Julian heeft hem op een geheime locatie!"
David keek in zijn achteruitkijkspiegel, waar de zwarte terreinwagen met hoge snelheid naderde. "Dan moeten we naar Luik! Naar het oude gemaal! Dat was de plek waar Julian afgesproken had!"
"Dat is over vier uur!" riep ik. "Hij verwacht ons pas om negen uur vanavond!"
David keek me aan met een duistere, vastberaden blik. "Precies. Hij verwacht ons pas vanavond. En daarom gaan we NU. We gaan hem verrassen vóór hij zijn valstrik klaar heeft staan!"






