De aanwezigheid van Evelyn veranderde de situatie op slag van een gecontroleerde reddingsoperatie in een onvoorspelbare kruitvat. De twee bewakers op de loopbrug richtten hun wapens direct op haar.
"Mevrouw, leg dat geweer neer!" schreeuwde een van de bewakers. "Julian is er nog niet!"
"Hou je bek!" gilde Evelyn, haar stem overslaand. Ze zag eruit als een schim van de elegante, welgestelde vrouw die ze een paar dagen geleden nog was geweest. Haar make-up was uitgelopen, haar kleding gescheurd. "Julian heeft me beloofd dat ik een helft van het vermogen zou krijgen als ik Richard stil hield! Hij heeft me verraden! Hij heeft me door de politie laten pakken!"
Op de stoel in het midden van de hal bewoog Marcus. Hij tilde zijn hoofd moeizaam op. Zijn gezicht was gezwollen van de slagen, maar zijn ogen waren helder.
"Evelyn..." zei Marcus met een raspende stem die door de hal galmde. "Je bent altijd een idioot geweest. Julian gebruikt iedereen. Denk je echt dat hij jou een cent gaat geven?"
Evelyn richtte het jachtgeweer recht op het hoofd van Marcus. "Snoer je mond, Marcus! Jij had dertig jaar geleden dood moeten blijven! Als jij niet was teruggekomen, was Laura gewoon met Thomas getrouwd en hadden we alles gehad!"
Ik voelde de woede in me opkoken. Ik wilde naar voren stormen, maar David greep me stevig bij mijn schouder. "Niet doen, Laura! Ze is gevaarlijk. Ze heeft niets meer te verliezen!"
"Ze gaat hem neerschieten, David!" fluisterde ik wanhopig.
"Kijk daar," zei David, en hij wees naar de bovenste galderij van het gemaal.
Een schaduw bewoog zich over de hoge loopbrug. Een lange man in een smetteloos zwart maatpak, begeleid door nog eens drie gewapende mannen.
Julian Vance.
"Evelyn, wat een onaangename verrassing," sprak Julians kille, beheerste stem vanaf de bovenste galderij. Hij leunde op de railing en keek neer op het schouwspel alsof het een goedkope theatervoorstelling was. "Hoe ben je hier gekomen? Ik dacht dat je achter de tralies zat waar je hoort."
Evelyn draaide het jachtgeweer abrupt naar boven, richting Julian. "Julian! Je hebt me erin geluisd! Je hebt Thomas laten oppakken! Je hebt mijn leven ruïneert!"
Julian lachte zacht, een geluid dat me door de merg en been snijdt. "Je hebt je leven zelf ruïneert, Evelyn. Jij en Richard waren te dom om de financiën van het bedrijf op orde te houden. Jullie waren wanhopig. Ik heb jullie simpelweg gebruikt. En Thomas? Thomas was net zo’n waardeloze prutser als zijn vader."
"Hij is jouw zoon!" schreeuwde Evelyn.
"Hij was een hulpmiddel," corrigeerde Julian koud. "En hulpmiddelen die falen, worden vervangen."
Julian knikte naar de twee bewakers op de loopbrug. "Schiet haar neer."
"NEEE!" schreeuwde ik, niet in staat om mezelf langer in te houden.
Ik stapte achter de roestige stoomketel vandaan, het licht in. David vloekte zacht achter me, maar voltooide mijn beweging door zijn taser-wapen te trekken en de dichtstbijzijnde bewaker neer te maaien.
Een elektrische schok knetterde door de hal. De bewaker op de onderste loopbrug verkrampte en stortte tientallen meters naar beneden, zijn lichaam smakend op het beton.
Iedereen bevroor.
Julian’s blik gleed langzaam naar mij toe. Een trage, wrede glimlach verscheen op zijn gezicht. "Ah... Laura. Onze hoofdrolspeelster. Je bent vroeg. Ik hou van punctuele mensen."
"Laat Marcus gaan, Julian," zei ik, terwijl ik langzaam het midden van de hal in liep. Ik hield de rugzak stevig vast. "Ik heb de sleutel. Ik heb de hardware-dongle. Ik heb alles."
"Laura, nee! Ren weg!" schreeuwde Marcus vanaf zijn stoel, maar een van de overgebleven bewakers sloeg hem met de kolf van zijn geweer in zijn gezicht.
"Hou op hem te slaan!" schreeuwde ik.
Evelyn staarde me aan met een blik vol pure waanzin. "Laura... je hebt het geld? Geef het aan mij! Het is van míj! Ik heb je opgevoed!"
"Je hebt me gehaat!" schreeuwde ik tegen haar. "Je hebt me mijn hele leven laten voelen 또한f ik een indringer was! Je hebt mijn echte moeder laten sterven!"
Evelyn's gezicht vertrok. "Ze was een zwak wezen! Ze verdiende Marcus niet!"
In een flits van pure waanzin richtte Evelyn haar geweer op mij en drukte af.
Een Oorverdovend schot weergalmde door het gemaal.
David, die vanuit de schaduw naar voren was gesprongen, duwde me op de grond net toen de hagel over onze hoofden heen vloog en een roestige leiding boven ons doorboorde. Stoom spoot met een oorverdovend geslis de hal in!
Tegelijkertijd openden Julian's mannen het vuur op Evelyn. Multiple schoten weergalmden. Evelyn werd meerdere malen geraakt. Ze staggerde achteruit, liet haar geweer vallen en stortte over de rand van de kade, recht het kolkende, zwarte water van de Maas in.
Het water verslond haar in een seconde. Evelyn Vance was niet meer.
De hal werd gehuld in een dichte deken van hete stoom. Het zicht werd op slag minimaal.
"Laura! De sleutel!" schreeuwde Julian's stem vanuit de stoom. "Mannen, pak haar! Dood de man, maar breng me het meisje!"
In de verwarring van de stoom en het gegil van de leidingen, rende ik naar Marcus toe. David lag op de grond en vuurde zijn tweede taser-pijl af op een naderende bewaker.
Ik pakte een gevallen mes van de deken van de dode bewaker en sneed met wanhopige halen de touwen los waarmee Marcus vastgebonden zat.
"Laura... je had niet moeten komen..." fluisterde Marcus, terwijl hij moeizaam opstond.
"Ik laat mijn vader niet nog een keer achter," zei ik strak.
"Pak ze!" schreeuwde Julian.
Plotseling dook Julian zelf op uit de stoom. Hij hield een zwaar chromen pistool vast. Zijn gezicht was niet langer beheerst, maar vertrokken van woede en frustratie. Hebm greep me bij mijn haren en trok me naar zich toe, terwijl hij de loop van de revolver tegen mijn slaap drukte.
"Het is voorbij, nichtje," fluisterde hij in mijn oor. "Geef me die rugzak, of ik blaas je hersenen over het beton."






