Mijn zus nam mijn verloofde af, maar op haar bruiloft gebeurde iets onverwachts
News Story

Mijn zus nam mijn verloofde af, maar op haar bruiloft gebeurde iets onverwachts

5 weergaven

Mijn adem stokte in mijn keel. "Ontvoerd? Hoe is dat mogelijk? Er was politie bij!"

"Julian Vance heeft vertakkingen tot diep in de lokale overheidsinstanties," antwoordde mevrouw De Wit strak, terwijl ze haar telefoon opborg en me bij mijn arm pakte. "We kunnen hier niet blijven. Als Julian Marcus heeft, is zijn volgende doelwit de sleutel. En jij bent degene die hem heeft."

Ze trok me mee richting een onopvallende grijze sedan die aan de overkant van de straat geparkeerd stond. Mijn hoofd tolde van de gebeurtenissen. Binnen een tijdsbestek van enkele uren was ik van een bedrogen bruidsmeisje veranderd in het middelpunt van een gevaarlijke familiestrijd om geld, macht en dodelijke geheimen.

We stapten in de auto. Mevrouw De Wit startte de motor en reed met hoge snelheid weg van het kerkplein, waar de zwaailichten van de overgebleven politieauto's nog steeds rode en blauwe reflecties op de muren wierpen.

"Waar gaan we heen?" vroeg ik, terwijl ik achterom keek door de achterruit. Elk voertuig dat achter ons reed leek plotseling een bedreiging.

"Naar een veilig adres buiten de stad," zei ze. "Daar staat een privéoverbrenging klaar. We moeten vannacht nog de grens over naar Zwitserland."

"Maar we kunnen Marcus niet zomaar aan zijn lot overlaten!" riep ik uit. "Hij is gewond! Hij is neergeschoten!"

"Julian zal hem niet doden, Laura. Nog niet," zei mevrouw De Wit ijzig kalm. "Marcus is zijn enige ruilmiddel. Julian weet dat jij de sleutel hebt. Hij zal contact met je opnemen. Hij wil een ruil: Marcus voor de inhoud van de kluis."

Ik keek naar de koperen sleutel in mijn hand. De scherpe randen van het gegraveerde familiewapen sneden lichtjes in mijn huid. "Wie is deze Julian Vance nou echt? Waarom is hij zo obsessief bezig met het kapotmaken van mijn familie?"

Mevrouw De Wit zweeg even. De ruitenwissers wisden een plotselinge motregen van de voorruit. "Julian is niet alleen de buitenechtelijke broer van je vader. Hij was de man die dertig jaar geleden werd buitengesloten door je grootmoeder Helena. Helena ontdekte dat Julian verantwoordelijk was voor de financiële malversaties die het familiebedrijf bijna fataal werden. Ze heeft hem onterfd en gedwongen de stad te verlaten. Julian zweerde wraak. Hij heeft dertig jaar gewacht, gebouwd aan een netwerk van chantage en manipulatie, om de familie van binnenuit te vernietigen."

"En Thomas was zijn werktuig," fluisterde ik met walging.

"Thomas was gewillig," corrigeerde mevrouw De Wit. "Thomas is doordrenkt van dezelfde hebzucht als zijn vader. Hij wilde de rijkdom die hem volgens hem toekomt. En Sophie was de perfecte pion—blind voor de waarheid, gedreven door pure afgunst jegens jou."

De auto sloeg een smalle polderweg in. De bomen aan weerszijden van de weg wierpen lange, spookachtige schaduwen in het licht van de koplampen. Na tien minuten rijden sloegen we af naar een afgelegen boerderij, verscholen achter een dichte haag van populieren.

Mevrouw De Wit parkeerde de auto in de oude schuur en zette de motor uit. "Binnen kunnen we veilig praten. Ik heb contacten bij de Zwitserse federale politie. Zodra we in Genève zijn, zijn we beschermd."

We stapten uit en liepen naar de achterdeur van de boerderij. Maar net toen mevrouw De Wit de sleutel in het slot van de deur wilde steken, lichtte het scherm van mijn telefoon op in mijn tas.

Een onbekend nummer.

Mijn hart sloeg over. Ik keek naar mevrouw De Wit. Ze knikte langzaam. "Neem op. Zet hem op luidspreker."

Met trillende vingers schoof ik het groen icoontje over het scherm. "Hallo?"

"Laura..." De stem aan de andere kant van de lijn was koud, beschaafd en absoluut gewetenloos. "Wat fijn dat je opneemt. Ik neem aan dat je de huidige situatie begrijpt?"

"Julian," zei ik strak, waarbij ik probeerde mijn stem niet te laten trillen. "Waar is Marcus?"

Er klonk een zacht, ijzig gelach aan de lijn. "Je biologische vader maakt het naar omstandigheden redelijk. De kogel is verwijderd door een van mijn privéartsen. Hij overleeft het wel... mits jij meewerkt."

"Wat wil je?"

"Stel geen domme vragen, mijn lief nichtje," sprak Julian fijntjes. "Je hebt de sleutel van kluis 774-B. Die kluis bevat documenten die mij niet zomaar interesseren, maar die ik móet hebben. Je hebt vierentwintig uur. Morgenavond om negen uur verwacht ik je bij het oude gemaal aan de rand van het Luikse industrieterrein. Jij komt alleen. Je brengt de sleutel én de inhoud van de kluis als je die al hebt opgehaald."

"En als ik het niet doe?"

"Dan krijgt Marcus een definitieve behandeling," zei Julian zonder enige aarzeling. "En geloof me, Laura, daarna ben jij aan de beurt. Je denkt dat je veilig bent bij mevrouw De Wit, maar je vergeet dat mevrouw De Wit jarenlang voor míjn familie heeft gewerkt. Vraag haar eens wie haar maandelijks salaris betaalde toen ze zogenaamd 'onderzoek' deed naar Thomas."

Mijn adem stokte. Ik keek abrupt op naar mevrouw De Wit.

Ze stond in het halfduister van de deuropening. Haar gezicht was onleesbaar. Ze maakte geen enkele beweging om te ontkennen.

"Julian..." stamelde ik, terwijl de grond opnieuw onder mijn voeten wegzakte.

"Vertrouw niemand in deze familie, Laura," zei Julian met een spottende toon. "Zelfs je redder in nood heeft haar eigen agenda. Tot morgenavond negen uur."

De verbinding werd verbroken.

Ik deed langzaam een stap achteruit, weg van mevrouw De Wit. Mijn hand omklemde de sleutel in mijn zak. "Is het waar?" fluisterde ik. "Werk jij voor Julian?"

Mevrouw De Wit keek me strak aan. Ze haalde langzaam haar hand uit haar jaszak. In haar hand blonk geen telefoon, maar een klein, zwart verdovingspistool.

"Het spijt me, Laura," zei ze zacht. "Maar Julian heeft mijn zoon. Ik had geen keus."