Terwijl Darian met hoge snelheid richting het stadscentrum reed, heerste er een schijnbare rust op het landgoed Rayhan. De zon stond hoog aan de hemel en wierp lange schaduwen over de zorgvuldig onderhouden tuinen. Mevrouw Okafor zat in de speelkamer op de eerste verdieping samen met Layla te kleuren.
Mevrouw Okafor voelde zich echter niet op haar gemak. Er hing een vreemde spanning in de lucht. De ervaringen van de ochtend hadden haar zenuwen slopend op de proef gesteld. Ze stond op en liep naar het raam dat uitkeek op de lange oprijlaan.
In de verte, net voorbij de smalle poort die het terrein afscheidde van de openbare weg, zag ze een zwarte bestelwagen geparkeerd staan. De wagen had verduisterde ruiten en geen duidelijk bedrijfslogo.
Mevrouw Okafor rimpelde haar voorhoofd. Bezorgingen kwamen altijd via de zij-ingang, en Darian verwachtte geen gasten meer. Ze besloot de beveiliging aan de poort te bellen via de interne telefoon.
Ze liep naar de wandtelefoon in de gang en nam de hoorn op. Geen kiestoon. Slechts een doods, ruisend geluid.
Haar hart sloeg een slag over. De telefoonlijn was dood.
Haar instinct, opgebouwd door jaren van ervaring en zorg voor kinderen, sloeg direct alarm. Ze rende terug naar de speelkamer, pakte haar eigen mobiele telefoon uit haar tas en zag dat er geen enkel signaal bereikbaar was. Iemand gebruikte een signaalverstoorder (jammer) in de nabijheid van het huis.
‘Layla,’ zei mevrouw Okafor zo rustig mogelijk, hoewel haar stem trilde. ‘We gaan een klein spelletje spelen. We gaan naar de geheime schuilplaats van papa.’
Layla keek op van haar kleurplaat, haar grote ogen nieuwsgierig. ‘Het verstoppertje-spel?’
‘Ja, lieverd. Het verstoppertje-spel. Maar je moet heel stil zijn. Geen enkel geluidje maken, afgesproken?’
Layla knikte ernstig. Mevrouw Okafor pakte het meisje op en haastte zich naar Darians grote studeerkamer. In die kamer, verborgen achter een grote boekenkast, bevond zich een panick room — een versterkte ruimte die Darian had laten installeren tijdens de bouw van het huis vanwege zijn positie in de technologiesector.
Mevrouw Okafor duwde tegen het verborgen paneel in de wand. De zware stalen deur gleed geluidloos open. Ze zette Layla binnen, gaf haar een flesje water en een knuffelbeer.
‘Blijf hier zitten, Layla. Doe de deur niet open voor wie dan ook, behalve als je papa’s stem hoort. Begrepen?’
‘Gaat mevrouw Camille weer schreeuwen?’ vroeg Layla met een bang stemmetje.
‘Nee, lieverd. Niemand gaat schreeuwen. Ik doe de deur nu dicht.’
Mevrouw Okafor sloot de zware panick room deur en zorgde ervoor dat de beveiligingscode aan de buitenkant gewist werd. Zelf weigerde ze mee naar binnen te gaan; als het huis doorzocht werd en de panick room ontdekt werd, wilde ze buiten zijn om de indringers af te leiden.
Nauwelijks een minuut later hoorde ze een luide KNAL beneden. Het geluid van geforceerd hout en brekend glas. Iemand had de achterdeur van het landhuis ingeslagen.
Mevrouw Okafor haalde diep adem, rechtte haar rug en liep met een strak gezicht de trap af.
Onderaan de trap stonden twee mannen in donkere kleding, met honkbalcaps die hun gezicht gedeeltelijk bedekten. En achter hen stapte niemand minder dan Camille binnen.
Haar gezicht was niet langer dat van de elegante, welopgevoede dame uit de hoge maatschappij. Haar make-up was licht uitgelopen, haar ogen stonden wild en vol pure kwaadaardigheid.
‘Waar is het kind?’ eiste Camille direct, haar stem schril en ijskoud.
Mevrouw Okafor bleef op de onderste trede van de trap staan en keek de drie indringers onbevreesd aan. ‘U heeft hier niets te zoeken, mevrouw Camille. De politie is onderweg.’
‘Lieg niet tegen me, jij oude meid!’ snauwde Camille. ‘De telefoonlijnen zijn doorgesneden en de mobiele signalen zijn geblokkeerd. Er komt niemand. Waar is Layla?’
‘Het kind is niet hier. Darian heeft haar meegenomen toen hij vertrok,’ zei mevrouw Okafor standvastig.
Camille lachte bitter. ‘Denk je dat ik dom ben? Ik zag Darians auto alleen vertrekken. Hij zou dat kind nooit alleen in de wagen laten als hij zo gehaast was. Ze is in dit huis. En ik ga niet weg zonder dat ik heb wat me toekomt.’
‘Wat wilt u in hemelsnaam van een peuter?’ vroeg mevrouw Okafor vol walging.
‘Darian denkt dat hij mij zomaar aan de kant kan schuiven!’ schreeuwde Camille. ‘Hij denkt dat hij mij kan ruïneren met zijn filmpjes en zijn dossiers! Maar hij zal betalen. Hij gaat mij de toegangscodes geven van zijn offshore-investeringsfonds, anders ziet hij zijn geliefde dochtertje nooit meer terug!’
Mevrouw Okafor voelde een ijskoude schrik door haar lichaam gaan. Camille was wanhopig geworden. Omdat haar oorspronkelijke plan om via een huwelijk het vermogen over te nemen was mislukt, greep ze nu naar een brute ontvoering en chantage.
‘Zoek de bovenverdieping af!’ beval Camille de twee mannen. ‘Elke kast, elke kamer. Vind het meisje!’
De twee mannen knikten en begonnen de trap op te stormen. Mevrouw Okafor probeerde de weg te blokkeren, maar een van de mannen duwde haar hardziijde op, waardoor ze tegen de leuning van de trap viel en op het marmer gleed.
‘Blijf liggen als je je leven lief is!’ grauwde de man.
Mevrouw Okafor klemde haar tanden op elkaar van de pijn in haar heup, maar haar gedachten waren alleen bij het kleine meisje in de panic room. De code van de panic room was ingewikkeld, maar een professionele inbreker zou de verborgen wand eventueel kunnen ontdekken als ze lang genoeg zochten.
Ze moest Darian waarschuwen. Koste wat het kost.
Ondertussen was Darian net aangekomen bij het kantoor van Marcus in het centrum. Hij stapte uit zijn wagen en rende de hal van het moderne kantoorgebouw binnen. Marcus opende de deur van zijn kantoor op de twaalfde verdieping.
‘Darian! De rechercheur van de financiële recherche is er al,’ zei Marcus gehaast.
Darian stapte het kantoor binnen en zag een man in een grijs pak opstaan. ‘Meneer Rayhan, ik ben Rechercheur Jansen. Mr. Vance heeft mij de bestanden laten zien die u heeft meegenomen. Dit is zeer ernstig. "Camille" is in werkelijkheid Monique Dubois, een gezochte internationale oplichtster. We volgen haar spoor al maanden.’
‘Ze was vannacht in mijn huis,’ zei Darian geagiteerd. ‘We hebben haar vanmorgen verjaagd. Maar ik maak me zorgen. Ze klonk wanhopig.’
Darian pakte zijn telefoon om mevrouw Okafor te bellen om te controleren of alles rustig was op het landgoed. Hij toetste het nummer in.
Geen gehoor. De telefoon ging niet eens over; de verbinding verbrak direct.
Darian probeerde het vaste nummer van het huis. Wederom niets.
Een vreselijk onderbuikgevoel maakte zich van Darian meester. Hij keek Marcus aan, zijn ogen wijd van schrik. ‘Er is iets mis. De lijnen op het landgoed liggen eruit.’
Rechercheur Jansen stond direct op. ‘We gaan er dadelijk heen. Ik roep assistentie op.’
Darian wachtte niet eens op de politie. Hij draaide zich om en rende de gang op, terug naar de lift. ‘Marcus, kom mee! Ze is teruggegaan naar het huis!’
Darian wist dat als Camille niets meer te verliezen had, ze tot alles in staat was. En zijn dochter was het enige in de wereld dat hem echt kon breken.






