De Vrouw met de Twee Gezichten
News Story

De Vrouw met de Twee Gezichten

26 weergaven

De mededeling van Inspecteur De Jong bleef als een giftige damp in de ziekenhuiskamer hangen. Een halfbroer? Nóg een lid van de duistere Vance-dynastie waarvan ik het bestaan niet eens had vermoed?

"Wie is hij?" vroeg Bram direct. Hij stond op en begon ijsberend door de kamer te lopen. "Hoe heet hij? Waar is hij al die jaren geweest?"

De Jong opende een nieuw dossier uit zijn tas en legde een zwart-witfoto op het beddegoed. Op de foto stond een man van halverwege de veertig. Hij had een strak geschoren hoofd, een dunne littekenstreep over zijn linkerwenkbrauw, en dezelfde doordringende, kille blik die ik gisteravond in de ogen van Marcus had gezien.

"Zijn naam is Victor Vance," zei De Jong. "Julian kreeg hem bij een Franse vrouw, jaren voordat hij jou terugvond, Ria. Victor is opgegroeid in de onderwereld van Marseille en Oost-Europa. In tegenstelling tot Marcus, die vooral een meesterbrein was in financiële chantage, is Victor een man van de daad. Een huurling. Een overlever."

"En wat wil hij?" vroeg ik, terwijl ik mijn armen om mezelf heen sloeg om de opkomende rillingen te onderdrukken.

"Hij wil de erfenis," antwoordde De Jong kort. "Marcus zit vast. De organisatie wankelt. Als Victor het originele testament kan vernietigen én de rechtmatige erfgenaam — jij, Ria — uitschakelt voordat de notariële overdracht plaatsvindt, vervalt het hele vermogen via een oude Zwitserse clausule aan hem als de laatst levende mannelijke bloedverwant."

"Mijn god," fluisterde Bram. "Het houdt nooit op. Het is een hydra... als je één kop afsnijdt, groeien er twee voor in de plaats."

"We hebben u in bescherming genomen," zei De Jong geruststellend. "Er staan vanaf dit moment twee gewapende agenten in burger voor de deur van deze kamer. Zodra de artsen u toestemming geven om te reizen, overbrengen we u en uw familie naar een 'safehouse' van de Rijksoverheid op de Veluwe."

Ik keek naar de foto van Victor. Er was iets aan zijn gelaatstrekken dat mij een misselijkmakend gevoel van herkenning gaf. Niet omdat ik hem kende, maar omdat ik in zijn gelaat de wreedheid zag van een familiegeschiedenis die ik wanhopig had geprobeerd te ontvluchten.

"Inspecteur," zei ik zacht. "Hoe wist Victor dat de advocaat in Amsterdam het testament had?"

De Jong aarzelde. Hij keek naar de deur, en daarna weer naar ons. "Dat weten we nog niet zeker. Maar het vermoeden is dat er een lek is binnen onze eigen organisatie. Iemand die de bewegingen van het dossier heeft doorgegeven."

Bram sloeg zijn handen in zijn zij. "Een lek bij de politie? Dus het safehouse op de Veluwe is helemaal niet veilig!"

"We onderzoeken het," zei De Jong snel. "Maar voor nu is er geen betere optie. Ik vertrouw alleen mijn eigen, selecte team van de DSI."

Twee uur later werd ik uit het ziekenhuis ontslagen. M'n heup deed nog steeds pijn bij elke stap, maar met behulp van een looprek en Brams sterke arm kon ik me voortbewegen. We werden via de keldergarage van het ziekenhuis naar een geblindeerde grijze SUV geleid. Twee zwaarbewapende agenten stapten voorin, terwijl Bram en ik op de achterbank gingen zitten. Elena en Sophia waren vanuit hun huis in Tilburg al eerder onder begeleiding naar de Veluwe overgebracht.

De rit naar het noorden verliep in ijzige stilte. De snelweg was gehuld in een dichte, herfstachtige mist die over het Nederlandse landschap hing. De bomen langs de A50 leken op zwarte, ontbladerde gedaanten die ons gadesloegen.

Rond drie uur 's middags sloeg de SUV een smalle, onverharde bosweg in die diep de bossen van de Veluwe in leidde. Na een kilometer rijden door de dichte dennenbossen doken de contouren op van een verscholen, modern landhuis. Het gebouw was omheind met een hoog stalen hekwerk en voorzien van beveiligingscamera's.

Bij de poort werd onze auto gecontroleerd door twee bewakers in burger. De poort zwaaide open en we reden het terrein op.

Elena en Sophia renden het huis uit zodra we stopten. Sophia vloog me om de hals. "Oma! Ik was zo bang voor je!" snikte het meisje.

Ik hield haar stevig vast. "Het is goed, kindje. We zijn weer samen."

Elena keek Bram aan met een blik vol schuldgevoel, maar Bram stapte op haar af en sloeg zijn armen om haar heen. De pijn van het verleden was niet zomaar verdwenen, maar de dreiging van het heden dwong hen om elkaar vast te houden.

De binnenkant van het landhuis was sober maar zwaar beveiligd. Alle ramen waren voorzien van kogelvrij glas en de deuren waren elektronisch vergrendeld. Inspecteur De Jong wachtte ons op in de grote woonkamer.

"Jullie blijven hier tot het onderzoek naar het lek is afgerond," zei De Jong. "Er staan vier bewakers rond het pand. Jullie zijn hier veilig."

Die avond aten we samen aan de grote eettafel. Voor het eerst in weken voelde het bijna als een normaal gezinsmoment. Maar de sfeer bleef geladen. Elke keer als de wind tegen de luiken van het landhuis sloeg, verstijfde iedereen.

Om tien uur 's avonds ging iedereen naar zijn kamer. Ik kon de slaap niet vatten. De woorden van De Jong bleven door mijn hoofd spoken: 'Jij bent de biologische dochter van Julian Vance.'

Ik stond op uit het bed, trok mijn warme kamerjas aan en liep met mijn wandelstok naar de studeerkamer op de eerste verdieping. Ik wilde de stilte opzoeken.

De studeerkamer had een groot raam dat uitkeek over het donkere bos. Op het bureau lag de bewijszak met het testament van Julian dat De Jong mij ter inzage had gegeven.

Ik ging op de lederen stoel zitten en maakte de zak open. Met bevende vingers ontvouwde ik het vergeelde papier. Het handschrift van mijn vader... de man die ik al dertig jaar niet meer had gezien.

‘Aan mijn geliefde dochter Ria,’ begon de tekst. ‘Als je dit leest, ben ik er niet meer. Ik weet dat de naam Vance een vloek voor je is geweest. Maar ik heb geprobeerd het recht te zetten. Het geld dat in Zwitserland staat opgeslagen, is niet alleen van mij. Het is het geld dat mijn broer Marcus heeft gestolen van honderden onschuldige mensen. Ik laat het aan jou over, Ria, omdat ik weet dat jij de enige bent met een zuiver hart. Gebruik het om de slachtoffers te redden. Maar pas op voor Victor. Hij kent geen genade...’

Terwijl ik de laatste regel las, hoorde ik een zacht geluid buiten het raam. Een dof, schurend geluid op het dak boven de studeerkamer.

Ik verstijfde.

Aan de andere kant van het landhuis klonk plotseling een doffe knal, gevolgd door het uitschakelen van alle lichten in het huis. De noodgeneratoren sloegen niet aan. Binnen een fractie van een seconde was het hele pand in een pikdonkere nacht gehuld.

Uit de gang klonk het geluid van een gedempte schotwisseling, gevolgd door de val van een zwaar lichaam op de vloer.

Mijn hart schoot in mijn keel. De bewakers... het beveiligingssysteem... alles was binnen enkele seconden uitgeschakeld.

De deur van de studeerkamer werd langzaam en geluidloos opengeduwd. In de lichtinval van de maamaan die door het raam scheen, tekende zich een slanke, donkere gedaante af.

De man met het litteken over zijn wenkbrauw stapte de kamer binnen. In zijn hand hield hij een pistool met een langwerpige geluidsdemper.

"Hallo, zusje," zei Victor Vance met een zachte, ijzig kalme stem.