De Melodie uit het Graf
News Story

De Melodie uit het Graf

5 weergaven

De bundel licht van mijn zaklamp ving Claire vol in het gezicht. Ze hief haar hand op om haar ogen te beschermen tegen de felle schijn, terwijl ze een stap achteruit deed. Achter haar bevond zich de rotsspleet en de diepe val van de klif, waar het water van de kolkende rivier ver beneden tegen de rotsen beukte. "Kom niet dichterbij, Thomas!" schreeuwde ze, haar stem schor en vol hysterische angst. "Blijf uit mijn buurt!" Ik bleef op enkele meters afstand stilstaan, mijn ademwolkjes verdwijnend in de ijskoude nachtlucht. Mijn hand hield de zaklamp stevig vast, mijn knokkels waren wit van de spanning. "Het is voorbij, Claire," zei ik, mijn stem klinkend als staal in de storm. "De politie is onderweg. Sophie heeft alle bewijzen veiliggesteld en doorgestuurd naar het bureau. Jouw spel is uit." Claire lachte hysterisch op. Het geluid sneed door de wind. "Spel? Denk je dat dit een spel was? Clara was zwak! Ze stond me in de weg! Jij had van mij moeten zijn, vanaf het begin!" Ze maakte een wilde gebarenbeweging met haar armen. "Ik heb alles opgeofferd, alles gedaan om jou voor me te winnen, en toch... toch bleef ze in dit huis spoken. Zelfs na haar dood hoorde ik haar stem in de muren!" "Omdat je hebt gelogen en gemoord," antwoordde ik koel, terwijl ik een langzame stap naar voren deed. "Je hebt haar van de weg geduwd met je eigen auto, nietwaar? Die avond na het ziekenhuis heb je haar achtervolgd." Claire verstijfde. De blik in haar ogen werd wild, bijna beestachtig. Ze keek achterom naar de afgrond, waar de regen onophoudelijk naar beneden kletterde, en toen weer naar mij. "Ze verdiende het niet om gelukkig te zijn met jou," fluisterde ze, met een waanzinnige glimlach om haar lippen. "En jij verdient haar ook niet!" Voordat ik kon reageren, maakte Claire een onverwachte, snelle beweging naar voren, alsof ze me wilde bespringen. Ik hield mijn armen omhoog ter verdediging, maar haar doel was anders. Ze sprong niet op mij, maar gooide haar gewicht achterover tegen de rotte houten reling van de uitkijkpost. Met een luide knak begaf het hout het onder haar gewicht. "Nee!" riep ik uit en ik sprong naar voren om haar te grijpen. Ik dook door de modder en greep net op het laatste moment haar hand vast terwijl ze achterover van de rand gleed. Haar vingers klemden zich panisch om mijn pols. Haar hele lichaam hing boven de afgrond, bungelend in het duister boven de kolkende rivier. Mijn eigen arm werd met een ruk naar beneden getrokken; de kracht van haar val dreigde mij mee te sleuren in de diepte.