DEEL 14 — DE MAN OP DE VIDEOBAND
Niemand sprak.
Op het scherm stond Anton.
Levend.
Jonger dan ik hem ooit had gekend.
Naast hem stond Marianne.
En achter hen stond David.
Toen klonk Antons stem opnieuw.
“Vooral David niet.”
Ik draaide me langzaam om.
David stond doodstil.
“Wat heb je gedaan?”
Hij keek mij aan.
“Ik kan het uitleggen.”
“Je hebt mijn hele leven gelogen.”
“Ja.”
“Je hebt mijn vader laten verdwijnen.”
“Nee.”
“Je hebt Anton vermoord.”
“Nee!”
David schreeuwde het uit.
“Dat heb ik niet gedaan!”
De vrouw die we zojuist hadden gevonden, keek naar David.
“Je hebt hem wel verraden.”
David keek haar aan.
“Je weet niet wat er gebeurde.”
“Ik weet genoeg.”
Thomas keek naar de videoband.
“Stop.”
Iedereen keek naar hem.
“Speel hem verder.”
Ik drukte op de knop.
Op het scherm draaide de opname verder.
Anton keek recht in de camera.
“Als jullie dit ooit bekijken, is er iets misgegaan.”
Hij haalde een envelop uit zijn jas.
“De persoon die mijn dood heeft gepland, zit dichterbij dan jullie denken.”
Marianne keek op de opname naar Anton.
Ze huilde.
Anton vervolgde:
“Mijn vrouw weet de waarheid.”
De vrouw naast hem was niet Marianne.
Ik verstijfde.
“Wie is dat?”
De vrouw naast Anton keek naar de camera.
Ik herkende haar.
Het was de vrouw die we zojuist hadden gevonden.
Thomas' biologische moeder.
Mijn hart sloeg over.
Anton zei:
“Zij is de enige die weet waar het geld ligt.”
De opname stopte.
Iedereen zweeg.
Thomas keek naar zijn moeder.
“Waarom heb je mij nooit verteld dat hij mijn vader was?”
Ze antwoordde:
“Omdat ik bang was.”
“Voor wie?”
Ze keek naar David.
“Voor hem.”
David schudde zijn hoofd.
“Dat is niet waar.”
Ze liep naar hem toe.
“Jij hebt Anton naar die afspraak gestuurd.”
“Ja.”
“Je wist dat Victor daar zou zijn.”
“Ja.”
“En je wist dat Anton niet levend terug zou komen.”
David zweeg.
Mijn woede veranderde in iets kouds.
“Dus je hebt hem gestuurd.”
David keek mij aan.
“Ik wist niet dat Victor hem zou doden.”
“Maar je wist dat er gevaar was.”
“Ja.”
“Waarom?”
David antwoordde:
“Omdat Anton mij vroeg hem te verraden.”
Ik fronste.
“Wat?”
David wees naar de videoband.
“Hij wist dat iemand hem volgde.”
Hij haalde een tweede envelop uit zijn jas.
“Hij wilde dat ik deed alsof ik aan de andere kant stond.”
“Waarom?”
“Om Victor te laten geloven dat Anton niets wist.”
Ik keek naar de vrouw.
“Is dat waar?”
Ze knikte langzaam.
“Ja.”
Ik keek opnieuw naar David.
“Waarom heeft Anton dan gezegd dat ik je niet mocht vertrouwen?”
David antwoordde:
“Omdat hij wist dat ik op een dag gedwongen zou worden om tegen jou te liegen.”
Mijn vader stapte naar voren.
“Dat was mijn schuld.”
Ik keek hem aan.
“Wat bedoel je?”
“Victor hield jou in de gaten.”
“Wanneer?”
“Vanaf je jeugd.”
Ik voelde een rilling.
“Waarom?”
“Omdat jij de zoon van Anton was.”
Ik keek naar Thomas.
“En Thomas?”
Mijn vader antwoordde:
“Hij was de erfgenaam.”
“Van de miljoenen?”
“Van alles.”
De moeder van Thomas pakte zijn hand.
“Anton wilde dat jij het geld kreeg.”
Thomas keek haar aan.
“Waarom?”
“Omdat hij wist dat jij nooit zoals hij zou worden.”
Ik keek naar de oude documenten.
“Waar is het geld?”
Niemand antwoordde.
Toen kwam er een stem vanuit de gang.
“Dat weet ik.”
Iedereen draaide zich om.
Erik stond daar.
Hij was ontsnapt.
Maar deze keer had hij geen wapen.
Hij hield iets anders vast.
Een kleine metalen sleutel.
“Dit.”
Hij keek naar Thomas.
“Jouw vader heeft hem voor jou achtergelaten.”
Thomas liep niet naar hem toe.
“Waarom zou ik je geloven?”
Erik glimlachte.
“Omdat ik je biologische vader ben.”
Sophie stapte naar voren.
“Dat ben je niet.”
Erik keek naar haar.
“Voor jou misschien.”
Hij wees naar Thomas.
“Maar voor hem…”
Hij stopte.
Thomas keek hem aan.
“Wie ben je werkelijk?”
Erik's gezicht werd ernstig.
“Mijn echte naam is niet Erik van Dijk.”
Ik voelde mijn hart sneller slaan.
“Wat dan?”
Hij antwoordde:
“Erik de Vries.”
Lucas deed een stap achteruit.
“De zoon van Anton?”
Erik knikte.
“Zijn oudste zoon.”
Ik keek naar Thomas.
“Maar dan…”
Erik keek naar mij.
“Ja.”
“Jij bent mijn broer.”
Thomas werd bleek.
“Wat?”
Erik knikte.
“Anton had drie zonen.”
Lucas keek hem geschokt aan.
“Drie?”
Erik antwoordde:
“Jij.”
Hij wees naar Lucas.
“Willem.”
Toen naar Thomas.
“En hij.”
Thomas deed een stap achteruit.
“Dat betekent dat…”
“Ja,” zei Erik.
“Wij zijn familie.”
Sophie keek naar Thomas.
“Maar dan zijn jij en ik…”
Erik schudde zijn hoofd.
“Jij bent mijn dochter.”
“En Thomas?”
“Zijn moeder is niet jouw moeder.”
Sophie keek naar de vrouw die dertig jaar gevangen had gezeten.
De vrouw knikte.
“Mijn zoon is Thomas.”
Erik keek naar Sophie.
“Jij bent mijn dochter.”
Thomas keek naar mij.
“En jij bent mijn broer.”
Ik kon nauwelijks ademhalen.
Drie broers.
Anton als vader.
Een familie die dertig jaar lang uit elkaar was gehouden.
Maar er was nog één vraag.
“Waarom?”
Erik keek naar de grond.
“Omdat Anton het geld niet aan één kind wilde geven.”
“Dus?”
“Hij verdeelde het over drie bloedlijnen.”
David pakte de documenten.
“Dat is waarom alle namen op de trust staan.”
Ik begreep het eindelijk.
“De sleutel…”
Erik hield hem omhoog.
“Opent de laatste kluis.”
“Waar?”
Erik glimlachte.
“Onder het graf.”
Mijn vaders gezicht veranderde.
“Het graf…”
Ik keek naar hem.
“Van Anton?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Van jouw adoptievader.”
Ik voelde een koude rilling.
“Waarom daar?”
Erik antwoordde:
“Omdat Victor dacht dat hij daar nooit zou zoeken.”
Op dat moment hoorden we buiten auto's.
Meerdere.
David keek door het raam.
“Ze zijn terug.”
Mijn vader pakte zijn jas.
“Wie?”
David antwoordde:
“Victor's mensen.”
Ik keek naar de deur.
“Maar Victor zit vast.”
David schudde zijn hoofd.
“Niet meer.”
Mijn hart zakte.
“Hoe?”
David keek naar de videoband.
“Hij had nooit gearresteerd mogen worden.”
“Wat bedoel je?”
“De politieagenten die hem meenamen…”
Hij stopte.
“Werkten voor hem.”
De vrouw pakte Thomas bij de hand.
“We moeten vertrekken.”
Maar voordat iemand kon bewegen, vloog de deur open.
Victor stond daar.
Vrij.
En achter hem stonden zes gewapende mannen.
Victor glimlachte.
“Bedankt.”
Ik keek hem aan.
“Waarvoor?”
“Voor het verzamelen van iedereen.”
Hij keek naar Thomas.
“Naar de erfgenaam.”
Thomas stapte naar achteren.
Victor richtte zijn wapen op hem.
“De kluis.”
Ik zei:
“Je krijgt niets.”
Victor glimlachte.
“Dan neem ik hem mee.”
Hij keek naar Sophie.
“En haar ook.”
Sophie verstijfde.
Victor zei:
“Want alleen samen kunnen zij de kluis openen.”
Ik keek naar Thomas.
Toen naar Sophie.
En toen begreep ik eindelijk waarom Erik hen al die jaren had gezocht.
Niet vanwege het geld.
Maar omdat hun bloed samen de sleutel was.
Victor deed een stap naar voren.
“Jullie hebben tien seconden.”
Mijn vader keek mij aan.
“Willem…”
Ik wist wat hij wilde zeggen.
Maar deze keer zou ik niet vluchten.
Ik pakte de metalen sleutel.
En gooide hem naar Victor.
Hij ving hem.
Hij glimlachte.
“Verstandig.”
Maar achter zijn rug knipoogde mijn vader naar mij.
Ik begreep het niet.
Tot ik naar de sleutel keek.
Er zat een klein rood lampje op.
David fluisterde:
“Tracker.”
Mijn vader had Victor zojuist precies gegeven wat hij wilde.
Maar ook precies wat wij nodig hadden.
Zijn locatie.
Zijn hele netwerk.
Alles.
Victor draaide zich om.
“Ga.”
En toen begonnen we allemaal te lopen.
Naar het graf.
Naar de laatste kluis.
Naar de waarheid die dertig jaar verborgen was gebleven.
Maar niemand wist dat er iemand op ons wachtte.
Iemand die nog gevaarlijker was dan Victor.
Anton zelf.






