Deel 4: Het Geheime Dossier van Project Janus
Het openbaren van de waarheid sloeg in als een bom. Arthur voelde hoe de mist in zijn hoofd langzaam optrok, plaatsmakend voor flitsen van herinneringen: laboratoria, blauwdrukken, schreeuwende mensen en het geluid van sirenes. Hij was niet zomaar een gepensioneerde ingenieur; hij was de architect van een technologie die de wereldwijde communicatie kon ontwrichten als het in verkeerde handen viel.
"We moeten naar het politiebureau," zei Arthur resoluut, terwijl hij het logboek strakker tegen zijn borst drukte. "Ik heb de technische bewijzen hier." Van den Berg schudde langzaam zijn hoofd en keek bezorgd om zich heen. "Het bureau is niet veilig meer, Arthur. Er zijn infiltranten binnen het korps. De mensen achter Vanguard hebben tentakels die totp aan de top van de landelijke eenheid reiken.
Als we naar het hoofdbureau gaan, zijn we binnen een uur uitgeschakeld." "Wat moeten we dan doen?" vroeg Arthur, wiens wanhoop omsloeg in een koelberaden vastberadenheid. "We moeten naar de oude werf aan de gracht," antwoordde Van den Berg zachtjes. "Daar heeft Clara haar laatste aantekeningen achtergelaten in een waterdichte kluis. Alleen door de volledige waarheid openbaar te maken op het darkweb via een gecodeerde server, kunnen we hen schaakmat zetten.
Maar we hebben minder dan twaalf uur voordat ze je huis volledig doorzoeken en vernietigen." Arthur knikte. Er was geen weg terug meer. De rustige, eenzame dagen in Utrecht waren definitief verleden tijd. Samen met de inspecteur zette hij koers naar de donkere graten van de Oude Gracht, waar de echte storm pas zou losbarsten.
De Oude Gracht lag er desolaat bij in het holst van de nacht. De historische werven, normaal gesproken bruisend van studenten en terrassen, waren nu verlaten en gehuld in een griezelige mist die van het water opsteeg. Arthur en Van den Berg liepen gebogen over de keien, op zoek naar de verborgen ingang van de middeleeuwse werfkelder die Clara had aangewezen in een gecodeerde notitie in het logboek.
"Hier moet het zijn," fluisterde Van den Berg terwijl hij met een zaklamp scheen op een zware houten deur die bijna volledig was overwoekerd door klimop, verscholen onder een van de eeuwenoude bruggen. Met een koevoet die de inspecteur uit zijn jas haalde, forceerde hij het roestige hangslot. De deur gaf mee met een schor geknars dat hol door de kelder weerkaatste.
Een bedompte vlaag van muf water en eeuwenoud steen kwam hen tegemoet. Ze doken naar binnen en trokken de deur achter zich dicht, uit het zicht van de wereld. De kelder was een labyrint van bakstenen bogen en ondergrondse gangen die vroeger dienden als opslagplaatsen voor de Utrechtse handelsschepen. Met hun zaklampen navigeerden ze door het labyrint tot ze bij een klein, droog nisje kwamen waar een metalen kluisje op een stenen tafel stond.
Arthur haalde de mechanische cijfercombinatie tevoorschijn die hij zojuist had ontcijferd uit de formules van het logboek: de geboortedatum van Clara, gecombineerd met het versienummer van het Janus-project. Hij draaide aan de knop. Klik. Het kluisje sprong open. Binnenin lag geen papier, maar een kleine, geavanceerde kwantum-flashdrive en een handgeschreven briefje van Clara, gedateerd op de avond voor haar dood.
Arthur hield het briefje bij het zwakke licht van de zaklamp. Clara’s handschrift was fijn en bevend, maar duidelijk leesbaar: “Lieve Arthur, als je dit leest, ben ik er waarschijnlijk niet meer. Ze hebben me gevonden, net zoals ze jou zullen vinden als je niet ingrijpt. Project Janus was nooit bedoeld als een communicatiesysteem; het is een digitaal wapen dat de volledige infrastructuur van banken en regeringen kan platleggen. Vanguard wil het gebruiken om een financiële crisis te ontketenen die zijn weerga niet kent. De flashdrive bevat de enige back-up om het systeem permanent te wissen. Vertrouw niemand op het korps, behalve Van den Berg – hij is de enige die ik nog vertrouwde. Veel succes, oudste vriend.” Een diepe stilte heerste in de kelder.
Arthur voelde een brok in zijn keel. Clara had haar leven geofferd om dit mysterie levend te houden en hem te beschermen. Plotseling klonk er boven hun hoofd een dof geluid. Het klonk alsof er zware stappen over de houten plankenvloer van de straat boven liepen. Niet één paar laarzen, maar velen. "Ze hebben ons gevonden," fluisterde Van den Berg, wiens gezicht vertrok in een grimas van pure spanning.
Hij trok zijn dienstwapen uit de holster en spande de haan. "Hoe in vredesnaam..." Voordat de inspecteur zijn zin kon afmaken, klonk er een luide explosie bij de ingang van de kelder. De zware houten deur werd met bruut geweld naar binnen geblazen. Rook en stof vulden de ruimte, en door de mist verschenen de silhouetten van gewapende mannen in zwarte tactische krusten met nachtkijkers op hun helmen.
De Oude Gracht lag er desolaat bij in het holst van de nacht. De historische werven, normaal gesproken bruisend van studenten en terrassen, waren nu verlaten en gehuld in een griezelige mist die van het water opsteeg. Arthur en Van den Berg liepen gebogen over de keien, op zoek naar de verborgen ingang van de middeleeuwse werfkelder die Clara had aangewezen in een gecodeerde notitie in het logboek.
"Hier moet het zijn," fluisterde Van den Berg terwijl hij met een zaklamp scheen op een zware houten deur die bijna volledig was overwoekerd door klimop, verscholen onder een van de eeuwenoude bruggen. Met een koevoet die de inspecteur uit zijn jas haalde, forceerde hij het roestige hangslot. De deur gaf mee met een schor geknars dat hol door de kelder weerkaatste.
Een bedompte vlaag van muf water en eeuwenoud steen kwam hen tegemoet. Ze doken naar binnen en trokken de deur achter zich dicht, uit het zicht van de wereld. De kelder was een labyrint van bakstenen bogen en ondergrondse gangen die vroeger dienden als opslagplaatsen voor de Utrechtse handelsschepen. Met hun zaklampen navigeerden ze door het labyrint tot ze bij een klein, droog nisje kwamen waar een metalen kluisje op een stenen tafel stond.
Arthur haalde de mechanische cijfercombinatie tevoorschijn die hij zojuist had ontcijferd uit de formules van het logboek: de geboortedatum van Clara, gecombineerd met het versienummer van het Janus-project. Hij draaide aan de knop. Klik. Het kluisje sprong open. Binnenin lag geen papier, maar een kleine, geavanceerde kwantum-flashdrive en een handgeschreven briefje van Clara, gedateerd op de avond voor haar dood.
Arthur hield het briefje bij het zwakke licht van de zaklamp. Clara’s handschrift was fijn en bevend, maar duidelijk leesbaar: “Lieve Arthur, als je dit leest, ben ik er waarschijnlijk niet meer. Ze hebben me gevonden, net zoals ze jou zullen vinden als je niet ingrijpt. Project Janus was nooit bedoeld als een communicatiesysteem; het is een digitaal wapen dat de volledige infrastructuur van banken en regeringen kan platleggen. Vanguard wil het gebruiken om een financiële crisis te ontketenen die zijn weerga niet kent. De flashdrive bevat de enige back-up om het systeem permanent te wissen. Vertrouw niemand op het korps, behalve Van den Berg – hij is de enige die ik nog vertrouwde. Veel succes, oudste vriend.” Een diepe stilte heerste in de kelder.
Arthur voelde een brok in zijn keel. Clara had haar leven geofferd om dit mysterie levend te houden en hem te beschermen. Plotseling klonk er boven hun hoofd een dof geluid. Het klonk alsof er zware stappen over de houten plankenvloer van de straat boven liepen. Niet één paar laarzen, maar velen. "Ze hebben ons gevonden," fluisterde Van den Berg, wiens gezicht vertrok in een grimas van pure spanning.
Hij trok zijn dienstwapen uit de holster en spande de haan. "Hoe in vredesnaam..." Voordat de inspecteur zijn zin kon afmaken, klonk er een luide explosie bij de ingang van de kelder. De zware houten deur werd met bruut geweld naar binnen geblazen. Rook en stof vulden de ruimte, en door de mist verschenen de silhouetten van gewapende mannen in zwarte tactische krusten met nachtkijkers op hun helmen






