DEEL 7
Het noodalarm bleef door de gang loeien.
Rode noodverlichting flitste boven de deuren.
Mijn hart bonsde zo hard dat ik het bijna in mijn oren kon horen.
“Emma, blijf achter mij,” zei mijn grootvader.
Sophie trok de gordijnen dicht.
Thomas stond bij de deur.
“Wie komt eraan?”
Mijn grootvader antwoordde niet.
Toen klonk opnieuw Daans stem vanuit de gang.
“Emma! Luister naar mij!”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Hij is hier.”
Thomas keek door het kleine raam in de deur.
“Er staat niemand.”
“Maar ik hoorde hem.”
“Dat betekent niet dat hij hier is.”
Plotseling trilde mijn telefoon.
Een nieuw bericht.
DAAN: Vijf minuten zijn begonnen.
Daaronder stond een foto.
Mijn hart stopte bijna.
Het was een foto van mijn ziekenhuisbed.
Vanuit de gang.
Iemand had mij gefotografeerd terwijl ik in deze kamer zat.
Sophie keek mee.
“Hij kan ons zien.”
Mijn grootvader pakte onmiddellijk zijn telefoon.
“Bel de beveiliging.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“De stroomstoring heeft waarschijnlijk ook de camera's uitgeschakeld.”
Mijn grootvader keek hem aan.
“Dan moeten we Emma hier wegbrengen.”
“Nee.”
Ik keek naar hem.
“Ik vlucht niet.”
“Emma…”
“Drie jaar lang heeft iedereen voor mij beslist wat ik wel en niet mocht weten.”
Ik wees naar de deur.
“Dat stopt vandaag.”
* * *
Enkele minuten later keerde de stroom terug.
De deur ging open.
Twee beveiligingsmedewerkers stonden in de gang.
“Alles is onder controle,” zei één van hen.
Ik keek achter hen.
Geen Daan.
Geen Marianne.
Niemand.
“Waar is mijn man?”
De beveiligingsmedewerker keek naar zijn collega.
“Welke man?”
“Daan van Dijk.”
“Hij is niet binnengekomen.”
Ik keek naar Thomas.
“Maar hij stuurde mij een foto vanuit deze gang.”
Thomas pakte mijn telefoon.
Hij bekeek de foto.
Zijn gezicht veranderde.
“Dit is geen foto van vandaag.”
“Wat?”
Hij zoomde in.
“Let op de klok op de muur.”
Ik keek.
De klok gaf 18.12 uur aan.
Maar het was pas 17.48 uur.
Thomas keek naar mijn grootvader.
“Hij heeft ons misleid.”
Mijn grootvader knikte.
“Hij wilde dat we dachten dat hij hier was.”
Sophie keek geschrokken.
“Waarom?”
Thomas antwoordde:
“Omdat hij ondertussen ergens anders bezig is.”
Mijn telefoon ging opnieuw.
Deze keer was het geen bericht.
Het was een video.
Ik drukte op afspelen.
Daan verscheen in beeld.
Hij zat in een donkere kamer.
“Emma.”
Hij keek rechtstreeks in de camera.
“Je wilt antwoorden?”
Hij glimlachte.
“Dan geef ik je antwoorden.”
Achter hem stond een groot scherm.
Daarop verscheen een oud document.
Mijn grootmoeders naam.
Daaronder stond:
OVERDRACHT VAN AANDELEN — DEFINITIEF.
Daan zei:
“Je grootvader heeft je altijd verteld dat hij jou alles heeft nagelaten.”
Hij schudde zijn hoofd.
“Dat is niet waar.”
Ik keek naar het scherm.
“De aandelen waren nooit van jou.”
Mijn grootvader werd bleek.
Daan vervolgde:
“Ze waren van mijn vader.”
Mijn grootvader stapte naar voren.
“Dat document is vervalst.”
Daan lachte.
“Dan moet je maar hopen dat Emma je gelooft.”
De video stopte.
Ik draaide me om naar mijn grootvader.
“Is het vervalst?”
Hij antwoordde niet.
“Grootvader.”
Nog steeds niets.
“Is het waar?”
Hij zuchtte.
“Nee.”
“Waarom twijfelde je dan?”
“Omdat Daan een deel van de waarheid gebruikt.”
“Welk deel?”
Mijn grootvader keek naar Thomas.
Thomas pakte zijn laptop.
“Het document is echt.”
Ik voelde mijn hart zakken.
“Wat?”
“Maar de overdracht is nooit voltooid.”
Thomas opende een ander bestand.
“Hier staat de juridische bevestiging.”
Hij draaide het scherm naar mij.
AANDELENOVERDRACHT: NIETIG VERKLAARD.
Mijn grootvader keek mij aan.
“Je grootmoeder ontdekte dat Daans vader via een geheime constructie controle over NederLog probeerde te krijgen.”
“En zij stopte hem?”
“Ja.”
“Daarom werd ze vermoord?”
Mijn grootvader zweeg.
Thomas antwoordde:
“Waarschijnlijk.”
Ik keek naar hem.
“Waarschijnlijk?”
“Er is nog geen definitief bewijs.”
Toen verscheen er een nieuw bestand op zijn scherm.
Thomas werd stil.
“Wat is dat?”
Hij klikte het open.
Een scan van een politierapport.
Mijn grootmoeders dood was drie jaar geleden geregistreerd als een natuurlijke dood.
Maar onderaan stond een handgeschreven notitie.
“Onderzoek gesloten wegens politieke druk.”
Mijn adem stokte.
“Politieke druk?”
Thomas knikte.
“Dat is precies waarom je grootvader verdween.”
* * *
Om 19.30 uur kwam er een politieonderzoeksteam naar het ziekenhuis.
Mijn grootvader werd ondervraagd.
Ik bleef in mijn kamer.
Na bijna een uur kwam een rechercheur naar binnen.
“Mevrouw, we hebben uw verklaring nodig.”
“Over mijn grootmoeder?”
“Over alles.”
Ik keek naar hem.
“Denkt u dat haar dood geen natuurlijke oorzaak was?”
Hij antwoordde:
“Dat denken wij nu ook.”
Hij legde een foto op tafel.
Een zwarte auto.
Dezelfde auto uit de video.
“Deze auto is gisteren gevonden.”
“Waar?”
“Op een parkeerplaats in Rotterdam.”
Mijn hart begon sneller te kloppen.
“Wie was de eigenaar?”
De rechercheur keek naar het dossier.
“Een bedrijf dat inmiddels failliet is.”
“Wie was de bestuurder?”
Hij zweeg.
Toen zei hij:
“Daan van Dijk.”
Ik voelde een koude rilling.
“Hij?”
“Het voertuig stond drie jaar geleden op zijn naam.”
Mijn grootvader keek door het raam.
Zijn gezicht werd ernstig.
“Dan is het voorbij.”
Ik keek hem aan.
“Wat is voorbij?”
“De tijd waarin Daan zich kon verbergen.”
* * *
Die avond kwam eindelijk de tweede video boven water.
Thomas opende de beveiligde server.
“Dit is het bestand.”
De datum was exact drie jaar geleden.
23.41 uur.
Mijn grootmoeder stond buiten het kantoor.
Ze keek voortdurend achter zich.
Toen kwam er iemand aanlopen.
Ik hield mijn adem in.
De camera zoomde automatisch in.
Het gezicht werd zichtbaar.
Daan.
Jonger.
Maar duidelijk herkenbaar.
Hij liep naar mijn grootmoeder.
Ze gaf hem een map.
Daan pakte hem aan.
Daarna hoorde ik mijn grootmoeder zeggen:
“Je hebt nog één kans om hiermee te stoppen.”
Daan antwoordde:
“Het is te laat.”
Mijn lichaam verstijfde.
Mijn grootmoeder zei:
“Je vader zal je gebruiken.”
Daan keek haar aan.
“Mijn vader heeft mij geleerd dat je krijgt wat je wilt als je bereid bent ver genoeg te gaan.”
Mijn grootmoeder stapte achteruit.
“Emma weet niets.”
Daan glimlachte.
“Dat blijft zo.”
De video stopte.
Niemand sprak.
Toen kwam er een tweede fragment.
Mijn grootmoeder liep weg.
Daan bleef achter.
Maar hij was niet alleen.
Een tweede man kwam uit de auto.
Ik keek naar het scherm.
Mijn adem stokte.
Ik kende die man.
Iedereen in de kamer kende hem.
Thomas fluisterde:
“Nee…”
De man op het scherm was Thomas van Dijk.
Maar volgens alle officiële documenten was hij op dat moment al bijna een jaar dood.
Ik keek naar mijn grootvader.
“Wie is die man?”
Hij antwoordde:
“Dat is niet Thomas.”
Ik begreep het niet.
“Wat?”
Mijn grootvader wees naar het scherm.
“Dat is zijn tweelingbroer.”
Ik voelde mijn hele lichaam verstijven.
“Maar je zei dat Thomas van Dijk Daans vader was.”
“Dat was hij.”
“Dus…”
Mijn stem brak.
“Hoeveel broers waren er?”
Mijn grootvader keek mij recht aan.
“Twee.”
Hij zweeg even.
“En de andere is degene die al die jaren achter alles zit.”
Op dat moment verscheen er een nieuw bericht op mijn telefoon.
ONBEKEND NUMMER:
“Je grootvader heeft je eindelijk bijna alles verteld.”
Daarna kwam een tweede bericht:
“Maar hij heeft één ding nog steeds voor je verzwegen.”
En als laatste:
“Ik ben degene die Daan heeft geleerd hoe hij jou moest vernietigen.”
Ik keek naar het scherm.
Mijn vingers werden koud.
Want onder het bericht stond een naam.
Thomas van Dijk.
Maar dat was onmogelijk.
Thomas van Dijk was volgens mijn grootvader al jaren dood.
Of misschien…
was hij dat nooit geweest?





