DEEL 7: HET ONTWAKEN IN HET DONKER
Het eerste dat ik voelde was een intense, bijtende kou. Het tweede was een stekende hoofdpijn die door mijn schedel pulseerde alsof er duizend hamertjes op sloegen.
Ik deed mijn ogen open, maar er was niets te zien. Absolute, benauwende duisternis. Mijn handen tastten om zich heen en raakten hard, vochtig beton. Ik lag op een koude stenen vloer, ergens diep in de krochten van de villa.
Ik probeerde recht te komen, maar mijn ledematen voelden zwaar en slap aan, alsof de chemische stof in die doek nog steeds door mijn aderen stroomde. Mijn adem hing als witte wolkjes in de ijskoude lucht. Ik was opgesloten.
De paniek dreigde me te overweldigen. Ik dacht aan Clara. Wie haalde haar van school als ik hier niet wegging? Wie zou er voor haar zorgen als de familie Von Houten mij liet verdwijnen alsof ik nooit had bestaan? De gedachte aan mijn kleine meisje dat moederloos achterbleef, gaf me een plotselinge stoot overlevingsdrang.
Ik tastte langs de muur. Na een paar meter stoten en kruipen stuitte ik op een zware houten deur. Ik begon ertegen te slaan met mijn vuisten, maar het geluid klonk dof en zwak. ‘Hallo! Is hier iemand? Laat me eruit!’ schreeuwde ik, maar mijn stem klonk schor en ijl.
Plotseling klonk er gerinkel van ijzer aan de buitenkant van de deur. Een zware grendel werd opengeschoven en het knersende geluid van scharnieren sneed door de stilte.
Een fel licht straalde naar binnen. Ik hield mijn hand voor mijn ogen om te wennen aan de schittering.
In de deuropening stond niet de lijfwacht of de oude baron. Het was Elena. Haar gezicht was grauw, haar haar zat in de war, en in haar hand hield ze een klein zaklantaarnpuistje en een plastic beker met water.
Ze stapte snel naar binnen, deed de deur achter zich dicht en zette het water op de grond. ‘Drink,’ zei ze met een trillende stem. Ik keek haar wantrouwig aan. ‘Waarom doe je dit? Je bent haar moeder!’ ‘Ik ben de gevangene van mijn vader, net zoals jij nu,’ fluisterde ze, en tranen rolden over haar wangen. ‘Je begrijpt het niet. Mijn vader heeft alles verwoest. Mijn man probeerde de boedel van het textielimperium te redden toen het failliet ging. Mijn vader liet hem opdraaien voor de fraude. Hij zit al jaren in een gevangenis in Duitsland. En nu wil mijn vader Lucas ook laten opnemen, omdat de jongen te veel weet.’
Mijn maag keerde zich om. ‘En je laat het toe?’ ‘Wat kan ik anders?’ schreeuwde Elena wanhopig, haar stem trillend van opgekropte woede en angst. ‘Elke keer als ik tegenstribbel, wordt Lucas van me afgenomen! Ze hebben me gedwongen om te zwijgen!’
‘Niet meer,’ zei ik met een vastberadenheid die ik nauwelijks in mezelf herkende. Ik stond wankelend op. ‘We gaan hier weg. Samen. Alle drie.’
Elena schudde heftig haar hoofd. ‘Dat kan niet. De poorten worden bewaakt. Er is geen ontsnappen aan.’ ‘Er is altijd een uitweg,’ zei ik, terwijl ik naar het kleine kelderraampje hoog in de muur keek, waar het zwakke schijnsel van de naderende ochtend doorheen begon te sijpelen...
Het daglicht dat door het smalle kelderraampje naar binnen sijpelde, bracht een sprankje hoop, maar ook pure haast. De tijd drong. Als Heinrich von Houten van plan was om Lucas die ochtend over te dragen aan het sanatorium, dan moesten we nu handelen. ‘Elena, luister goed,’ sprak ik met een stem die geen dulden van tegenspraak duldde. ‘Als we hier blijven wachten, verliezen we alles.
Waar is de autosleutel van de bewaker?’ Elena keek me met grote, angstige ogen aan. Ze leek te aarzelen, maar de blik in mijn ogen gaf haar blijkbaar de kracht die ze zelf miste. ‘De... de sleutels van de zwarte Mercedes liggen in de hal op de marmeren commode,’ fluisterde ze. ‘Maar de bewaker, Karl, slaapt in de kamer ernaast. Hij hoort alles.’ ‘Dan zorgen we dat hij niet wakker wordt,’ zei ik vastberaden.
Met een zware ijzeren stang die we in de hoek van de kelder vonden, wist Elena het kelderraampje los te wrikken. Het hout kraakte en splinterde, maar het gaf mee. Het raam was smal, maar groot genoeg om je doorheen te wringen. ‘Ga jij eerst naar boven,’ fluisterde ik tegen Elena. ‘Haal Lucas. En als je de kans krijgt, pak die sleutels.’ Elena knikte met een bleek gezicht, trok haar mantel strak om zich heen en wurkte zich met moeite door de opening naar buiten in de besneeuwde tuin.
De minuten die volgden, leken wel uren te duren. Ik stond in het donkere, koude vertrek te luisteren naar elk geluid in het huis. Boven hoorde ik het gedempte geluid van voetstappen. Toen, plotseling, klonk er een scherpe gil, gevolgd door een doffe klap. Mijn hart sloeg op hol. Ging het mis? Niet veel later verscheen Elena weer bij het kelderraampje.
Haar adem ging in snelle stoten. Ze hield een stel autosleutels omhoog. ‘Karl kwam naar de gang,’ fluisterde ze ademloos. ‘Ik heb hem met een zware koperen kandelaar op zijn hoofd geslagen. Hij ligt bewusteloos. Lucas is bij me!’ ‘Goed zo!’ zei ik. Ik greep de rand van het raam vast, trok mezelf omhoog en wist me met Elena’s hulp door de smalle opening naar buiten te persen.
De koude ochtendlucht sloeg in mijn gezicht als een zweepslag. De sneeuw knarste onder onze schoenen. Niet ver van ons af stond de zwarte Mercedes in de oprit geparkeerd, bedekt met een dunne laag sneeuw. Aan de hand van Elena liep de kleine Lucas, rillend van de kou, maar met open ogen die ons vol ongeloof aankeken. We renden naar de auto. Elena opende het portier, gooide Lucas achterin en sprong achter het stuur.
Ik plofte op de bijrijdersstoel neer. ‘Starten!’ riep ik, terwijl ik achterom keek naar de achtergevel van de villa waar op de eerste verdieping al een licht aanging. Elena draaide de sleutel om. De motor bromde krachtig tot leven in de vroege ochtendstilte. Maar net toen we wilden wegrijden, werd de voordeur van de villa met een harde klap opengetrapt...






