De Laatste Nanny van de Maffiabaas
News Story

De Laatste Nanny van de Maffiabaas

0 weergaven

DEEL 4

Serena bleef roerloos staan.

De kleine messing sleutel voelde zwaar in haar hand.

Op het verweerde label stond nog steeds één woord.

Atelier.

Ze keek opnieuw omhoog naar het raam op de bovenste verdieping.

Leeg.

Alsof de vrouw die ze zojuist had gezien nooit had bestaan.

"Serena?"

Ze schrok op.

Tommy stond achter haar.

Hij hield een versleten knuffelbeer vast.

"Met wie praat je?"

"Met niemand."

Ze glimlachte voorzichtig.

"Ik dacht dat ik iemand zag."

Tommy keek naar het raam.

Zijn gezicht werd bleek.

"Dat raam..."

"...daar stond mama vroeger altijd."

Voordat Serena iets kon antwoorden, klonk de stem van de huishoudster.

"De lunch staat klaar."

Tommy rende weg.

Serena stopte de sleutel diep in haar jaszak.

Ze besloot voorlopig niemand iets te vertellen.

Niet eens Victor.

* * *

Tijdens de lunch heerste er een onverwachte rust.

Marco maakte flauwe grappen.

Luca probeerde Nico aan het lachen te maken.

Zelfs Tommy at twee boterhammen.

Victor keek zwijgend toe.

Voor het eerst sinds jaren aten zijn kinderen zonder borden kapot te gooien.

Hij betrapte zichzelf erop dat hij ontspande.

Heel even.

Maar die rust duurde niet lang.

De intercom ging.

De huishoudster nam op.

Haar gezicht veranderde onmiddellijk.

"Meneer..."

"Er staat politie aan de poort."

De eetkamer verstijfde.

Victor stond langzaam op.

"Twee rechercheurs."

"Ze zeggen dat ze nieuwe vragen hebben over het overlijden van mevrouw Rinaldi."

Niemand zei iets.

Alleen Tommy kneep zijn vork zo hard vast dat zijn knokkels wit werden.

* * *

Vijf minuten later stonden twee rechercheurs in de bibliotheek.

Inspecteur De Vries legde een map op tafel.

"Excuses voor het onaangekondigde bezoek."

Victor bleef koel.

"Mijn advocaten hebben destijds volledige medewerking verleend."

"Dat klopt."

"Waarom bent u hier?"

De inspecteur haalde een foto uit de map.

"Vanmorgen heeft iemand anoniem bewijsmateriaal naar ons gestuurd."

Victor keek naar de foto.

Zijn blik verstarde.

Het was een afbeelding van Isabella.

Niet de foto die Serena had gevonden.

Een andere.

Isabella stond naast een onbekende man.

Zijn gezicht was deze keer niet uitgeknipt.

Maar met zwarte inkt doorgestreept.

"Wie is hij?" vroeg de inspecteur.

Victor antwoordde zonder aarzelen.

"Dat weet ik niet."

Serena keek aandachtig naar zijn ogen.

Zijn stem was rustig.

Maar zijn vingers trilden.

Hij loog.

* * *

Diezelfde middag besloot Serena eindelijk Lucia te bellen.

Haar dochter nam vrijwel meteen op.

"Mama!"

"Wanneer kom je me ophalen?"

Serena voelde een brok in haar keel.

"Zo snel mogelijk, lieverd."

"Papa zegt dat je geen huis hebt."

"Dat is niet waar."

"Papa zegt dat je mij gaat vergeten."

Serena sloot haar ogen.

"Luister heel goed."

"Er is niets op deze wereld waardoor ik jou ooit zou vergeten."

Aan de andere kant bleef het even stil.

"Ik mis je."

"Ik jou ook."

Toen werd de verbinding verbroken.

Serena bleef met de telefoon in haar hand staan.

Ze had nog nooit zo sterk gevoeld waarom ze hier was.

Niet voor Victor.

Niet voor het geld.

Voor Lucia.

Alleen voor Lucia.

* * *

Die avond vond Marco haar in de keuken.

"Mag ik iets vragen?"

"Natuurlijk."

"Waarom blijf jij?"

"Dat weet je."

"Nee."

"Iedereen zegt dat ze ons willen helpen."

"Maar zodra papa boos wordt..."

"...gaan ze weg."

Serena schonk warme chocolademelk in.

"En jij denkt dat ik ook wegga?"

Marco haalde zijn schouders op.

"Mensen blijven nooit."

Serena schoof de mok naar hem toe.

"Toen Lucia werd geboren..."

"...heb ik haar beloofd dat ik altijd zou blijven vechten."

"Ook als het moeilijk werd."

"Dat geldt nu ook voor jullie."

Marco keek zwijgend naar zijn mok.

Na een lange stilte zei hij zacht:

"Papa was vroeger anders."

"Hoe bedoel je?"

"Hij lachte."

"Veel."

"Sinds mama dood is..."

"...is hij ook een beetje gestorven."

* * *

Later die nacht haalde Serena de sleutel uit haar zak.

Ze wist dat het verkeerd was.

Victor had duidelijk gezegd dat niemand het atelier mocht betreden.

Maar iets zei haar dat de waarheid zich daarbinnen bevond.

De gang was verlaten.

De oude deur stond in het zwakke maanlicht.

Met trillende handen stak ze de sleutel in het slot.

Klik.

Het mechanisme draaide verrassend soepel.

Langzaam opende ze de deur.

Een geur van verf, hout en oude boeken vulde de gang.

Het leek alsof de tijd hier drie jaar had stilgestaan.

Op een ezel stond een onafgemaakt schilderij.

Verfkwasten lagen nog precies zoals de kunstenares ze had achtergelaten.

Aan de muur hingen tientallen familiefoto's.

Victor.

De kinderen.

Isabella.

Allemaal lachend.

Serena liep langzaam verder.

Op het bureau lag een leren dagboek.

Ze opende voorzichtig de eerste pagina.

"Als iemand dit ooit leest..."

"...betekent het dat ik er misschien niet meer ben."

Serena slikte.

Ze sloeg de volgende bladzijde om.

"Ik ben niet bang voor de vijanden van mijn man."

"Ik ben bang voor iemand die elke dag in dit huis binnenloopt."

Haar hart begon sneller te kloppen.

Net toen ze verder wilde lezen...

hoorde ze beneden een deur dichtslaan.

Voetstappen.

Iemand kwam de trap op.

Snel.

Serena blies de kleine bureaulamp uit.

Ze verborg zich achter een hoge boekenkast.

De voetstappen stopten voor de deur.

Heel langzaam ging die open.

Door een smalle opening zag Serena een silhouet.

Niet Victor.

Niet een van de kinderen.

Matteo.

Hij liep rechtstreeks naar het bureau.

Alsof hij precies wist waar alles lag.

Hij trok een lade open.

Vloekte zacht.

"Waar is het?"

Hij begon haastig tussen de papieren te zoeken.

Na enkele minuten sloeg hij gefrustreerd de lade dicht.

"Verdomme..."

"Wie is mij voor geweest?"

Serena hield haar adem in.

Matteo keek nog één keer door de kamer.

Toen liep hij weg.

Pas toen zijn voetstappen verdwenen waren, durfde Serena weer te bewegen.

* * *

Ze sloot voorzichtig de deur achter zich.

Terug in haar slaapkamer haalde ze het dagboek opnieuw tevoorschijn.

Tussen de bladzijden zat een dichtgevouwen brief.

Niet geadresseerd aan Victor.

Niet aan de kinderen.

Bovenaan stond slechts één naam.

Serena.

Ze staarde verbaasd naar de envelop.

Dat was onmogelijk.

Isabella was drie jaar geleden overleden.

Ze had Serena nooit ontmoet.

Hoe kon haar naam dan op die brief staan?

Met bevende vingers opende ze de envelop.

Binnen zat slechts één vel papier.

Daarop stond met sierlijke letters geschreven:

"Als jij dit leest..."

"...dan heeft hij eindelijk de juiste nanny gevonden."

Serena voelde een koude rilling over haar rug lopen.

Ze had nog geen idee wie "hij" was.

Maar één ding wist ze zeker.

Isabella had haar komst op de een of andere manier voorzien.

En dat betekende dat de dood van Victor Rinaldi's vrouw misschien nooit een ongeluk was geweest.