DEEL 14 – De Reis naar Zurich
Twaalf uur later zaten we in het vliegtuig naar Zurich. Ik, Samantha, Emily en Lucas. We hadden besloten dat de rest van het gezin – Laura en de jongere meisjes – onder bescherming van de politie in een veilig schuiladres in Nederland bleven. We wilden geen enkel risico nemen.
De vlucht was stil. Emily zat diep gezonken in haar juridische dossiers, terwijl Samantha uit het raam staarde naar het wolkendek. Lucas zat naast mij en legde me gedetailleerd uit hoe kluisbewaring 'Der Schweizer Bankverein' in het financiële hart van Zurich werkte.
"Het is een oude, zwaar beveiligde kluisinstallatie onder de grond," legde Lucas uit. "Om toegang te krijgen tot kluis 408 heb je drie dingen nodig: de fysieke koperen sleutel, de persoonlijke cijfercode die mijn moeder op haar sterfbed aan mij heeft gegeven, en een biologische match met een rechtstreekse bloedverwant van Gregory."
Ik keek hem verbaasd aan. "Een biologische match?"
"Gregory was paranoïde," knikte Lucas. "Hij heeft het kluissysteem twintig jaar geleden laten aanpassen. Alleen iemand met zijn DNA – hijzelf of een kind van hem – kan de kluis fysiek openen nadat de sleutel is ingestoken."
Mijn hart maakte een sprongetje. "Daarom ben jij mee."
"Ja," zei Lucas. "Ik ben zijn zoon. Mijn DNA is de sleutel."
Om twee uur 's middags landden we op de luchthaven van Zurich. De berglucht was koud en snijdend. We namen een taxi rechtstreeks naar het indrukwekkende, granieten gebouw van de bank in de Bahnhofstrasse.
Het gebouw straalde honderden jaren aan discretie en ondoordringbare veiligheid uit. Hoge marmeren zuilen, dikke eiken deuren en bewakers in strakke pakken die elke bezoeker met een alerte blik observeerden.
We meldden ons bij de balie. Een oudere Zwitserse bankier met een gouden bril keek naar de koperen sleutel die Lucas op de balie legde.
"Kluis 408," zei de bankier met een hese, neutrale stem. "Volgt u mij, alstublieft."
Hij leidde ons via een zware lift die diep onder de grond zakte. De deuren openden zich in een ondergrondse bunker van roestvrij staal. Tientallen dikke, kluisdeuren stonden opgesteld in lange gangen.
De bankier stopte bij een van de grootste kluisdeuren aan het einde van de gang. "Meneer Vane," zei hij tegen Lucas. "Steek de sleutel in, voer de code in en plaats uw hand op de biometrische scanner."
Lucas stapte naar voren. Zijn handen trilden lichtjes. Hij stak de koperen sleutel in het slot, draaide hem om en toetste een zescijferige code in op het numerieke toetsenbord.
Biep. Biep. Biep.
Vervolgens legde hij zijn palm op de verlichte scanner. Een groen laserlicht streek over zijn handpalmlijnen.
Een mechanisch gezoem weergalmde door de stalen ruimte, gevolgd door een zware KLIK.
De zware kluisdeur zwaaide langzaam open.
We stapten de kluisruimte binnen. Midden op een stalen tafel stond een zwarte, stalen leddersoftware-koffer.
"Dit is het," fluisterde Lucas.
Emily reikte naar de koffer en opende de sluitingen. In de koffer lagen stapels documenten, externe harde schijven en... de originele, ondertekende eigendomsakten van mijn logistieke patent uit vijftien jaar geleden, voorzien van de vervalste handtekeningen die Gregory had gebruikt om het van mij te stelen.
"Mijn god," fluisterde ik, terwijl ik de papieren vastpakte. "Dit is het bewijs. Alles staat hierin. De namen van zijn handlangers, de illegale rekeningen, het gestolen patent... Alles."
"Het is voorbij voor hem," zei Samantha met een glimlach. "We hebben hem."
Maar net toen Emily de koffer wilde sluiten om hem mee te nemen, klonk er een zwaar geluid achter ons.
De stalen deur van de kluisruimte werd met grote kracht van buitenaf dichtgeduwd.
"Nee!" schreeuwde Lucas, terwijl hij naar de deur sprintte.
Maar het was te laat. Een zware stalen grendel viel met een doffe klap in het slot.
Via de intercom boven de deur klonk plotseling een bekende, ijzige stem.
Het was niet de stem van de man in het maatpak. En het was niet de stem van een willekeurige crimineel.
Het was de stem van Gregory Vane zelf.
"Dacht je nou echt dat een klein FIOD-onderzoek mij in een Nederlandse cel zou houden, Thomas?" gelachen de stem door de speaker. "Ik heb vrienden op hele hoge posities. Ik ben drie uur geleden op borgtocht vrijgelaten."
Mijn bloed stolde in mijn aderen.
"Gregory!" brulde ik tegen de intercom. "Laat ons eruit!"
"Waarom zou ik?" antwoordde Gregory ijskoud. "Jullie zijn zo vriendelijk geweest om kluis 408 voor mij te openen. Mijn zoon heeft me toch nog ergens voor gediend. En nu... blijft het geheim van kluis 408 voor altijd hier onder de grond. Samen met jullie."
Het geluid van ventilatiesystemen die uitvielen weergalmde door de stalen ruimte.
"Er is voor precies twee uur zuurstof in die ruimte," zei Gregory smalend. "Vaarwel, Thomas. Zeg Laura dat ze gewonnen heeft... in haar dromen."
De intercom viel stil.






