Het Perfecte Plaatje
News Story

Het Perfecte Plaatje

0 weergaven

DEEL 12 – De gevangene in de nis

Nolan rende op haar af en trok direct met trillende vingers de tape van haar mond.

De jonge vrouw hapte naar adem, snakte naar zuurstof en begon meteen hevig te huilen. Ze trilde over haar hele lichaam.

“Rustig maar, rustig maar, je bent veilig,” probeerde Nolan haar te kalmeren, terwijl hij met een klein zakmes dat hij uit zijn zak haalde de tie-wraps van haar polsen sneed. “Wie ben je? Wat is hier gebeurd?”

De vrouw wreef over haar pijnlijke polsen en keek ons met angstige blikken aan. Ze wees met een trillende vinger naar de deur van de bijkeuken.

“Zij… ze wilde vluchten…” bracht de vrouw uit met een schorre stem. “Chloe… ze wist al dat de politie zou komen. Ze had een verborgen kluis in de kelder. Ik zag haar… ik zag haar daar beneden documenten verbranden en tassen vol geld vullen!”

Victor trok zijn wenkbrauwen op. “Een verborgen kluis in de kelder? Dat stond niet in de oorspronkelijke bouwtekeningen van het huis!”

De jonge vrouw knikte heftig. “Ja! Toen ik haar betrapte, sloeg ze me neer en gooide me hier in de nis. Ze riep nog dat als iemand haar zou tegenhouden, ze het hele huis in brand zou steken!”

De woorden sloegen in als een bom.

Het hele huis in brand steken?

Ik keek naar Nolan, wiens gezicht vertrok van pure horror. Boven ons, in de slaapkamers, lagen de spullen van zijn kinderen. In de kelder, zo bleek nu, bevond zich een tikkende tijdbom.

“De kelder!” schreeuwde Victor. “Waar is de ingang van die kelder?!”

De jonge vrouw wees naar een paneel onder de trap in de hal. “Daar… achter die kast!”

Nolan liet de vrouw achter bij de agent en stoof naar de hal. Met een wilde ruk trok hij de zware houten kast aan de kant. Achter het meubel zat een zware, stalen deur die hermetisch was afgesloten met een elektronisch cijferslot.

Het rode lampje van het slot knipperde traag.

“Verdomme!” vloekte Nolan, terwijl hij op het slot sloeg. “Het is dicht! Hoe krijgen we dit open?!”

Notaris Van Dijk stapte naar voren, keerde het slot inspecterend en zei toen met een angstaanjagend kalme stem:

“Dat hoeven we niet open te breken, Nolan… Luister eens goed.”

We hielden allemaal onze adem in.

Uit de kelder klonk een zacht, ritmisch getik.

Tik… tik… tik…